Taco Dibbits

Foto Ben Roberts

Taco Dibbits: het Rembrandtjaar is geen truc, geen marketing

Rembrandtjaar 2019 De expositie ‘Alle Rembrandts’ is een manier om de schilder voor elke generatie levend te houden, zegt Dibbits. „Dat is een kerntaak van het Rijksmuseum.”

Op het bureau van Taco Dibbits ligt een grote stapel boeken over Rembrandt. „Kijk, dit zijn de drie catalogi uit 1956, toen het 350ste geboortejaar van Rembrandt werd gevierd. En dit boek verscheen in 1969, toen het Rijksmuseum zijn 300ste sterfjaar memoreerde.” Dibbits houdt een affiche omhoog uit 1935, van het 50-jarige bestaan van het Rijksmuseum dat ook werd gevierd met een grote Rembrandt-tentoonstelling.

De directeur wil laten zien hoe belangrijk deze momenten zijn geweest voor de geschiedenis van het museum, en hoe onlosmakelijk Rembrandt en het museum met elkaar verbonden zijn. Dus ja, de blockbuster Late Rembrandt uit 2015 mag dan bij vele bezoekers nog vers op het netvlies staan, toch wil Dibbits dit 350ste sterfjaar van Rembrandt opnieuw groots vieren.

Dat doet het Rijksmuseum vanaf 15 februari met Alle Rembrandts. Voor het eerst in de geschiedenis zal het museum alles van Rembrandt uit de eigen collectie laten zien: 22 schilderijen, 60 tekeningen en 300 etsen. In de zomer volgt Lang Leve Rembrandt, waarvoor het publiek werk mag inzenden. In juli start een onderzoek naar De Nachtwacht, die op zaal zal worden gerestaureerd. Waarna het museum het Rembrandtjaar in oktober afsluit met Rembrandt-Velázquez.

Het lijkt zo logisch, om alle Rembrandts uit de eigen collectie te tonen. Waarom is dat nog nooit eerder gedaan?

„Tijdens de verbouwing, in 2006, hebben we in de Philipsvleugel al onze schilderijen bij elkaar gehangen. Dat was voor het eerst. Er zijn altijd schilderijen in bruikleen. De tekeningen en etsen tonen we al helemaal bijna nooit, omdat die te kwetsbaar zijn.”

Het zal weer drommen mensen naar Amsterdam trekken. De Uitkrant schreef deze week: „De I AMSTERDAM-letters zijn nog maar net van het Museumplein weg of het Rijksmuseum heeft weer een ‘truc’ om alle bezoekers te lokken: de tentoonstelling ‘Alle Rembrandts’.”

„Het is voor mij geen truc”, reageert Dibbits enigszins gepikeerd. „Communicatie gaat over de inhoud. Rembrandt is een van de beste kunstenaars ooit. Het is de kerntaak van het Rijksmuseum om hem voor elke generatie levend te houden. Daarom is het Rembrandtjaar geen truc, geen marketing. Voor het nieuwe Rijksmuseum is het Rembrandtjaar 2019 de eerste keer om weer eens met hem uit te pakken. Dat doe je twee keer in de vijftig jaar.”

Maar de ‘Late Rembrandt’ van twee jaar geleden dan?

„Dat was een tentoonstelling over een specifiek thema. En een reden om nu niet weer een grote bruikleententoonstelling te doen. Het doel van Alle Rembrandts is om de mens achter de kunstenaar te laten zien. In de negentiende eeuw is het beeld ontstaan van de molenaarszoon die als schilder veel met licht bezig was. In de twintigste eeuw is, mede door het Rembrandt Research Project, een scheiding gemaakt tussen de kunstenaar en het werk. Met de emancipatorische drang om de kunsthistorie tot een wetenschap te maken. Maar de kunstenaar en het werk zijn eigenlijk niet te scheiden.”

Rembrandt is de eerste instagrammer: obsessief gebruikt hij zichzelf als model

Is dat ook de reden dat er geen catalogus komt, maar een ‘Biografie van een rebel’?

„Ja, want veel mensen blijken zijn levensverhaal niet te kennen. Van Van Gogh en Picasso wel, maar van Rembrandt niet. Zijn werken zijn wel bekend, maar zijn biografie niet. Terwijl hij in zijn tekeningen en etsen heel intieme inkijkjes geeft in zijn directe omgeving. Hij gebruikt zichzelf en zijn familie als model, gaat de straat op, tekent het landschap. Het alledaagse maakt hij bijzonder.”

Rembrandt van Rijn, Jeremia treurend over de verwoesting van Jeruzalem (1630)

Foto Rijksmuseum

Wat maakt hem een rebel?

„Een rebel is iemand die zich niet aan de conventies houdt. Daar werd Rembrandt al tijdens zijn leven om bekritiseerd: hij hield zich niet aan de regels van de kunst. Daarom blijf ik zijn werk ook eindeloos fascinerend vinden. En daarom blijven wij er ook maar mee doorgaan, omdat ik zoveel mogelijk mensen van zijn belang wil doordringen. Rembrandt heeft de kunstgeschiedenis veranderd. Hij doet wat niemand deed. In elk werk neemt hij een stap in het onbekende. Hij was tegendraads, en kreeg daar in zijn tijd direct kritiek op. Waarom reisde hij niet naar Italië? Waarom beeldde hij niet de Italiaanse schoonheid uit, maar zocht hij naar het lelijke? Jonathan Bikker schrijft in zijn nieuwe biografie dat cellulitis bij een model voor Rembrandt een speelveld voor licht en schaduw was. In het lelijke zat voor hem de kunst.”

Bij ‘Late Rembrandt’ werd er gemopperd over de drukte. Wim Pijbes, uw voorganger, schreef in NRC dat het museum toen „misschien wel tegen de grenzen van een plezierig bezoek is aangelopen”. Doet u iets om herhaling te voorkomen?

„We hebben bloktijden ingevoerd. We stellen nu veel meer werken tentoon dan twee jaar terug: 400 nu tegen 80 toen. Ja, wel op hetzelfde vloeroppervlak. Het is altijd een afweging: aan de ene kant wil je zoveel mogelijk mensen van het werk kunnen laten genieten. Aan de andere kant moeten de bezoekers er wel plezier aan kunnen beleven. Van Late Rembrandt hebben we qua logistiek veel geleerd, we kennen nu de bottlenecks. Het evenwicht tussen prenten en schilderijen was toen niet goed. We hebben nu meer ervaring en maatregelen genomen om het beter te spreiden.”

Rembrandt van Rijn, De drie bomen (1643)

Foto Rijksmuseum

Welk verhaal vertelt deze expositie?

„We hebben bewust gekozen om het niet chronologisch te doen, maar thematisch. We starten vanuit het zelfportret, de familie en de directe omgeving, gaan dan naar de straat en het landschap, om via de Klassieke Oudheid en de bijbelse verhalen terug te keren naar de intimiteit van de slaapkamer. Als je kijkt naar de variëteit van Rembrandts werk, qua media maar ook qua thematiek, dan is hij ongeëvenaard. Het is ook niet zo raar dat Ernst van de Wetering daar zijn hele leven aan heeft gewijd. Het is een heel rijk oeuvre.”

Zijn dit wel echt alle Rembrandts? Jullie hebben toch meer dan 300 etsen?

„We hebben 1.300 afdrukken. Maar we hebben van iedere compositie één staat gekozen, en daar de beste afdruk van geselecteerd. We hebben er lang over gedacht om bijvoorbeeld van de honderdguldenprent meerdere afdrukken te laten zien, maar dat is een andere expositie die ik ook nog graag eens zou maken.”

Is Rembrandt niet vooral een Hollandse held, en heeft Van Gogh niet een veel meer internationale uitstraling?

„Nee. Rembrandt komt uit Nederland maar is van iedereen. Hij is werelderfgoed. Zijn populariteit is eigenlijk vrij constant. Wat Rembrandt zo toegankelijk maakt – ik heb hem wel de eerste instagrammer genoemd – is dat hij de eerste kunstenaar is die geobsedeerd zichzelf als model neemt. Hij heeft een beeldtaal ontwikkeld, met een oog voor stofuitdrukking en detail, die we in onze beelden van vandaag nog steeds terugzien.”

Zijn tekeningen hebben vaak een snapshot-achtig karakter, vele eeuwen voor de fotografie was uitgevonden.

„Je ziet bij Rembrandt een obsessie in het weergeven van beweging. Hoe kun je beweging vastleggen in een stilstaand beeld? Daar heeft ie allerlei experimenten mee gedaan. In De Staalmeesters bijvoorbeeld, zie je de mensen opkijken alsof jij de verkeerde vergaderzaal bent binnengestapt. Hij schildert altijd die overgang naar het volgende moment. Zoals bij het Joodse Bruidje, waar jij als kijker het tweetal lijkt te betrappen. Dat heeft een grote invloed gehad op hoe wij nu onze beelden maken, en hoe wij naar beelden kijken.”

Rembrant van Rijn, De Staalmeesters (1662)

Foto Rijksmuseum

Heeft u zelf een favoriet werk van Rembrandt, een schilderij waar u ’s avonds nog even langsloopt?

„Het gekke is dat die voorkeuren in je leven veranderen. Een tijdlang was het voor mij De Staalmeesters, en ook Jeremia is een periode favoriet geweest, maar nu heb ik het meest met het Joodse Bruidje. Dat schilderij emotioneert me echt. Eerst weet je niet wat er precies gebeurt. Je ziet een wat oudere man en een jongere vrouw. Hij heeft zijn hand ter hoogte van haar borsten, maar of hij haar echt aanraakt, zie je niet. Ze kijken allebei niet blij. Pas als je de tekening hebt gezien waarop dit schilderij gebaseerd is, weet je dat dit de bijbelse figuren Isaak en Rebekka zijn. Dan snap je dat dit een existentieel verhaal is over angst en liefde. Over twee mensen die gevlucht zijn en zich uitgeven als broer en zus, maar man en vrouw zijn. Dit is het eerste moment dat ze in het land van de vijand weer fysiek contact hebben – twijfelend, want ontdekking zou de dood kunnen betekenen. En ze zijn zich nog niet bewust dat jij ze hebt ontdekt.”

Dus het zijn eigenlijk twee vluchtelingen die hij schilderde?

„Ja, maar zo direct zou ik het nooit benoemen. Rembrandt heeft goed begrepen dat door het niet afbeelden, eigenlijk het wit tussen de regels van een gedicht, je het verhaal zelf gaat invullen. Zo wordt het voor jou relevant. Wanneer ik zou zeggen dat je dit werk kunt vergelijken met Syrische vluchtelingen, dan haal ik de betekenis weg die het voor jou zou kunnen hebben.

Rembrandt van Rijn, Het Joodse bruidje (1667)

Foto Rijksmuseum

„In dit schilderij zie je ook goed wat ik bedoel met dat rebelse. Eeuwenlang zitten kunstenaars netjes en secuur te penselen. Maar Rembrandt draait zijn kwast opeens om – bijna zoals Lucio Fontana zijn doek te lijf ging – en zegt: ik ga hem gebruiken om mee te krassen. Een paletmes is om verf te mengen, maar in het Joodse Bruidje gaat hij er opeens een jurk mee schilderen. Hij gaat boetseren met verf. Hij wilde de werkelijkheid zo overtuigend mogelijk reproduceren en begreep dat je aan weinig woorden genoeg hebt. Dat je niet alles hoeft in te vullen. Want als je een suggestie van brokaat geeft, vult de kijker het aan en wordt het veel levendiger.”

Voor je het weet is het 2031, Rembrandts 425ste geboortejaar. Droom eens hardop: wat zou de Rembrandt-expositie zijn die u nog zou willen maken?

„Wat mij opvalt, is dat Rembrandt voor veel kunstenaars heel belangrijk is. Door de geschiedenis heen zijn er kunstenaars geweest die zich met hem wilden meten. Kijk bijvoorbeeld naar het belang van Rembrandt voor Picasso of voor de negentiende-eeuwse Franse schilderkunst. Ik zou dus heel graag iets doen over Rembrandt en de kunsten na hem. Op kleine schaal hebben we dat al gedaan door het werk van Frank Auerbach en Anish Kapoor te combineren met Rembrandt. Maar een hele tentoonstelling met dat soort dialogen lijkt me prachtig.”

Voor ‘Lang Leve Rembrandt’ gaat u de Philipsvleugel deze zomer openstellen voor ingezonden werken van het publiek, zowel van professionele kunstenaars als amateurs. Waarom?

„Ook dat is een gedroomde tentoonstelling. Ik krijg zo vaak brieven van mensen of kinderen die zeggen: ik heb een tekening gemaakt, mag die alsjeblieft naast De Nachtwacht hangen? Dan schrijf ik altijd heel beleefd terug: nee dat kan niet, maar ga zo door. Ik vind het belangrijk, zeker in een tijd dat iedereen maar op zijn telefoon zit, dat mensen worden uitgedaagd om dingen te maken, te tekenen en te schilderen. Rembrandt is voor veel mensen een inspiratiebron. Dat willen we op deze zomerexpositie uitdragen.”