Opinie

Sneakers en kale hoofden

Frits Abrahams

De heersende mode onder vooral mannen zou ik in drie woorden willen samenvatten: sneakers, opgeschoren hoofden. Wat deze mannen gemeen hebben is een zekere mate van lelijkheid waar je alleen maar aan gewend raakt doordat je ze overal en op elk moment van de dag ziet.

Het begon met de sneakers, vroeger sportschoenen genoemd. Ze heten sneakers omdat het Engelse sneak sluipen betekent; wie op sneakers loopt, beweegt zich geruisloos en dus heimelijk voort.

Sneakers zijn afkomstig uit de Amerikaanse sportwereld, vooral basketbal en tennis. Na de Eerste Wereldoorlog werden ze geliefd schoeisel bij de jeugd. Dankzij de rubberzool en het bovengedeelte van canvas zaten de schoenen geriefelijker dan de traditionele schoen. Ze werden nog populairder toen ook James Dean ze in de jaren vijftig droeg in de film Rebel without a Cause. Door basketbalster Michael Jordan, die reclame maakte voor Nike, werd de sneaker dertig jaar later een internationaal succes. Al in de jaren zeventig was de sneaker ook in Nederland duidelijk in opmars, vooral het merk Adidas.

Ik was (en ben) een gretige gebruiker van sneakers. Ze zijn lelijk, maar ze zitten prettig. Hoe lelijk ze voor de niet-dragers zijn, bleek me al in die eerste periode. Ik stond eens in Amsterdam op een tram te wachten toen Willem Frederik Hermans en zijn uitgever Geert Lubberhuizen vanaf de overkant geringschattend naar mij keken.

Althans, ik verbeeldde me dat Hermans Lubberhuizen aanstootte en grijnzend op mijn schoenen wees. Ik kon het me goed voorstellen, want Hermans leek me echt een man voor de glanzend gepoetste, klassieke molière. In hedendaags jargon zou je kunnen zeggen dat ik toen bevangen werd door schoenschaamte.

Omdat ze zo massaal gedragen worden, hoef je daar nu geen last meer van te hebben, maar toch denk ik nog vaak, vooral bij de schoenen met extra dikke zolen en bonte kleuren: hoe lelijk. Oók als ze door vrouwen worden gedragen, maar vooral als het te dikke mannelijke toeristen in korte broek betreft.

Nóg lelijker is de mannelijke sneakerdrager die ook in het bezit is van een opgeschoren hoofd. Deze hoofden zijn nu zeer in zwang, maar ook zij hebben hun wortels in een grijs verleden. Toen ik nog op de lagere school zat, kwam ik bij kapper Van der Hoek, die maar één ding goed kon: kaalscheren. Het weinige haar dat restte, puntte hij in een driehoek naar je voorhoofd.

Er zijn bij het opgeschoren hoofd allerlei gecompliceerde varianten mogelijk: je hebt de lage opscheer, de hoge opscheer en de kale opscheer, maar voor mij als buitenstaander lijkt het allemaal op elkaar. Ik zie kale zijkanten en kale achterkanten waarboven een karig struikje is geplant. Soms zijn er – vooral bij topvoetballers – ook nog ingenieuze, geometrische patronen door de tondeuse aangebracht. Ik noem dit gemakshalve ‘de Ziyech-look’, naar de Ajacied die de laatste tijd meer opvalt met de patronen in zijn haar dan die op het veld.

Het opgeschoren hoofd kom je werkelijk overal tegen. Ik zat laatst naar de keurige NOS-weerman Marco Verhoef te kijken. Opeens drong het tot mij door: opgeschoren! Een paar weken later zijn minstens zo keurige collega Peter Kuipers Munneke: al even naakt achter en boven de oren. Waar gaat dat heen? Rob Trip, ja zelfs die prachtige Annechien Steenhuizen?