Opinie

Politieke bedrijf heeft zijn cynische kant weer laten zien

kinderpardon

Eindelijk duidelijkheid voor de honderden kinderen die in Nederland asiel hebben aangevraagd en nog steeds in afwachting zijn van een definitieve beslissing. Het overgrote deel van de 700 kinderen die het betreft zal naar alle waarschijnlijkheid kunnen blijven na het compromis dat de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie dinsdagavond over dit politiek brisante onderwerp wisten te bereiken. Dat is goed nieuws. Al veel te lang was met deze toch al kwetsbare groep gesold.

Het politieke bedrijf heeft zich in deze kwestie van een wel zeer cynische kant laten zien. Er was de plotselinge ommezwaai van het CDA, de partij die in 2017 tijdens de kabinetsformatie niets wilde weten van een soepeler regeling voor uitgeprocedeerde kinderen, en nu pleitte voor het opnieuw beoordelen van de groep. Er was de ChristenUnie die het CDA daags erna overbood met de eis dat het uitzetten van kinderen onmiddellijk gestopt moest worden. En er was de VVD die zich krampachtig vastklampte aan het regeerakkoord maar binnenskamers liet weten dat voor wijzigingen in dat akkoord een prijs betaald diende te worden.

Kinderen die uit de anonimiteit traden en publieke aandacht op zich wisten te vestigen zijn voor opeenvolgende kabinetten een vast verschijnsel. Hun namen staan voor emotioneel geladen politieke commotie naar aanleiding van hun aangekondigde gedwongen vertrek. Ze mochten uiteindelijk blijven.

Lees ook: Coalitie sust conflict kinderpardon – voorlopig

Net als die honderden andere voor asiel afgewezen kinderen, die geheel buiten de publiciteit op basis van de zogeheten discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris alsnog het recht kregen te blijven. Allemaal voorbeelden van een vraagstuk dat, wat er ook wordt geprobeerd, niet voor de volle honderd procent valt te regelen. Uitzonderingen, of in het politiek jargon, schrijnende gevallen, zullen er altijd zijn. Dat is voor politici misschien moeilijk te accepteren, maar blijft voor het overige wel een gegeven. Vanwege alle valse hoop en onterechte verwachtingen die elk debat in Den Haag weet te wekken, zou uiterste discretie gewenst zijn. Maar afgelopen weken was er sprake van het tegendeel.

De twee jaar geleden tijdens de kabinetsformatie moeizaam afgesproken regels over uitgeprocedeerde kinderen is nu gewijzigd. Voor de huidige groep betekent dit dat ze bijna allemaal kunnen blijven. De zogeheten kinderpardonregeling, waarbij jeugdige vreemdelingen, ook bij het niet voldoen aan de eisen, uitzicht bleven houden op een verblijfsvergunning is met onmiddellijke ingang beëindigd. Het haalt een perverse prikkel uit het asielsysteem, maar zoals staatssecretaris Mark Harbers (asiel, VVD) woensdag ook in de Tweede Kamer zei, „niemand heeft de ultieme oplossing die 100 procent van de gevallen van langdurig verblijf kan verhinderen”.

Voorts wordt de discretionaire bevoegdheid om individuele gevallen te toetsen weggehaald bij de staatssecretaris en overgedragen aan de hoofddirecteur van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Het laatste oordeel wordt als het ware gedepolitiseerd. Maar in de praktijk gaat een ambtelijke toets al aan het finale besluit van de staatssecretaris vooraf. Kortom, dit wordt een stoere regeling zonder gevolgen.

Wrang is dat vluchtelingen die vallen onder de Verenigde Naties deels de dupe worden van het politieke compromis. Het in het regeerakkoord afgesproken jaarlijkse quotum van 750 dat Nederland opneemt wordt teruggebracht naar 500. Zoiets heet schaamteloze koehandel.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.