Pim wil leren, kan leren, maar is in een fuik beland

Vastgelopen Pim (18) lijdt aan een vorm van autisme en volgde speciaal onderwijs. Met zijn vakkenpakket mag hij nu niet naar het vwo.

Docent Peter Oskam met havo-leerling Pim (18), die een 8,6 gemiddeld heeft.
Docent Peter Oskam met havo-leerling Pim (18), die een 8,6 gemiddeld heeft. Foto Bram Petraeus

In een vergaderruimte van het Carolus Clusius College in Zwolle zitten Peter Oskam, teamleider en docent biologie, en Pim (18), de havo-leerling met de hoogste cijfers. „En ik heb er 150”, zegt Oskam. Niet alleen vanwege zijn cijfers is Pim bijzonder (een 8,6 gemiddeld), ook omdat hij op het vmbo begon. „Zo’n groei”, zegt Oskam, „maak ik zelden mee. En dan mag hij niet naar het vwo?”

Pim, een zachtaardige jongen die in zijn vrije tijd vrijwillig bij een molen werkt, wil dolgraag vwo doen. Liefst met Latijn. Non scholae sed vitae discimus, is zijn WhatsApp-status, een zin van de Romeinse schrijver Seneca (‘Niet voor school maar voor het leven leren wij’). Maar hij mag het niet van de wet, omdat hij door een samenloop van omstandigheden – autisme en een paar jaar speciaal onderwijs – geen talen in zijn vakkenpakket heeft. „Ik wil leren, ik kan leren, maar ik ben in een fuik beland”, zegt hij.

Dat geldt voor meer leerlingen met een „knik in hun biografie”, zoals een medewerker van de klachtenlijn van scholierenorganisatie LAKS ze noemt. Hun verhalen verschillen, maar het patroon is dat ze door een afwijkende route, achtergrond of pakket vastlopen in het onderwijs. „Het systeem sluit niet lekker aan.” Terwijl het met de invoering van passend onderwijs in 2014 juist de bedoeling was dat de ‘onderwijsbehoefte’ van leerlingen bepalend werd, niet hun beperkingen. Donderdag vergadert de Tweede Kamer over passend onderwijs.

Onrustig

Pim ging in groep 8 naar het speciaal onderwijs. Omdat hij daar geen nadeel van wil ondervinden bij toekomstige sollicitaties, wil hij niet met zijn achternaam in de krant. De gewone school was onrustig, terwijl hij baat heeft bij regelmaat. Hij deed vmbo theoretische leerweg, maar voelde zich op de speciale school niet thuis. „De lessen waren slecht, we hadden lange pauzes. Leerlingen rookten en gebruikten drugs.” Hij kreeg nauwelijks Duits en geen Frans.

„Halverwege zijn tweede jaar kwam Pim op de open dag naar me toe”, zegt teamleider Oskam. „Hij zei dat hij overwoog om de overstap naar het reguliere onderwijs te maken. Toevallig had ik op dat moment net een kleine klas met twintig lieve leerlingen en betrokken docenten. Een extreem geschikte plek. Kom maar vast, zei ik, dan kun je wennen voor het nieuwe schooljaar. En het maakt me niet uit wat voor cijfers je haalt.”

Als een leerling van het speciale naar het reguliere onderwijs overstapt, zegt de teamleider, is niet het niveau de grootste zorg. „Dat is de vraag of het in sociaal opzicht past. Gaat hij of zij het redden? Je wilt dat die overstap goed gaat.”

Dus met Duits of Frans was niemand bezig. „Pim wilde de technische kant op en Duits is niet nodig op de mavo [vmbo-TL, red.] of havo. En van vwo was helemaal geen sprake, het doel was mavo.”

Pim voelde zich direct prettig op het Carolus Clusius College, een gemoedelijke school met veel structuur. Hij helpt op open dagen, doet mee aan activiteiten. „Eerst had ik redelijke cijfers. Maar uiteindelijk slaagde ik cum laude op het vmbo, met acht vakken.” In zijn examenjaar wisselde hij van bèta naar alfa; hij wil jurist worden, wist hij inmiddels.

Pim stroomde door naar de havo, waar hij hoge cijfers haalde. „Dus toen kwam de vraag: kan ik naar het vwo?” zegt Oskam. „In principe kun je van 4-havo naar 5-vwo, zei ik. Met zijn cijfers, intelligentie en werkhouding wel.”

Maar daar was de fuik: Pim deed geen tweede moderne taal zoals Duits of Frans, en dat is wettelijk verplicht binnen zijn alfaprofiel op het vwo. Behalve als je dyslectisch bent óf als je een autismesoort hebt die problemen geeft met talen. Maar in zijn autismediagnose stond niets over talen. „En een dyslexieverklaring kopen, dat wil ik niet”, zegt Pim. „Dan overtreed ik de wet.”

Lees ook: 'Geld voor speciaal onderwijs wordt niet eerlijk verdeeld'

Teamleider Oskam belde naar de inspectie, of een uitzondering mogelijk was, en naar het ministerie. „Steeds was het antwoord nee.” Pim bekeek of hij Duits kon volgen via de avondschool, maar dat bleek te ambitieus. Bovendien was er inmiddels zoveel tijd verstreken dat hij niet meer door naar 5-vwo zou kunnen. Een vwo-diploma zit er niet in.

Oskam: „Als ik eens in de tien jaar een leerling heb zoals Pim, dan mag ik van geluk spreken. En voor zo’n leerling zijn we in dit systeem niet in staat een uitzondering te maken. Dat stuit mij ontzettend tegen de borst.”

Pim: „Ik had mijn kennis graag willen verbreden. En bij de advocatenkantoren op de Zuidas, waar ik naartoe wil, heb je voordeel met een vwo-diploma.”

Oskam: „Alles heeft hem net tegengezeten: zijn autismediagnose, zijn overstap van exact naar economisch, dat hij laat opbloeide. Hoe hoger het niveau, hoe beter hij werd. Dat je je ambitie niet kunt najagen vanwege regeltjes, is niet iets wat ik mijn leerlingen wil bijbrengen.”

In het kader van passend onderwijs moeten reguliere scholen leerlingen als Pim opvangen. „En dat doen we dan ook”, zegt Oskam. „Maar accepteer dan ook dat er hiaten ontstaan als ze aan hun sociaal-emotionele ontwikkeling werken. Wees coulant.”

Volgend jaar gaat Pim rechten doen op het hbo; in de zomervakantie heeft hij al een studieboek gelezen. Daarna wil hij naar de universiteit. Verbintenissenrecht, internationaal recht en strafrecht spreken hem aan.

Oskam: „Ik kan je verzekeren, hij kent straks het hele wetboek uit zijn hoofd.”

    • Mirjam Remie