Leyla McCalla: „Mijn perspectief is altijd pan-Afrikaans. Ik ben me zeer bewust van de sociale achtergronden van muziek.”

Foto Greg Miles

Leyla McCalla: ‘Mijn muziek is nu expliciet politiek’

Leyla McCalla Op haar album ‘The Capitalist Blues’ speelt Leyla McCalla elektrische gitaar en banjo. Haar cello paste niet bij de songs over verzet en de muzikale geschiedenis van Haïti.

De eerste twee bijtende songs van haar nieuwe album laten geen twijfel bestaan over het thema: ‘Money is King’ en ‘The Capitalist Blues’. Het is Leyla McCalla’s antwoord op de agenda van Trump. „Mijn muziek was altijd al politiek, maar dit album is directer. Daar vraagt deze tijd om.”

Toch dateert die eerste song uit 1936, een oud calypso-nummer van Growling Tiger uit Trinidad. Dat doet Leyla McCalla (33) graag: zwarte traditionele muziek verbinden met de huidige politiek. Haar ouders, beiden geboren in Haïti, waren activisten. Muziek is voor haar een manier om een stem te geven aan een geschiedenis van verzet.

Ze maakte deel uit van de Carolina Chocolate Drops, een collectief dat de vergeten traditie van de Afro-Amerikaanse stringbands nieuw leven inblaast. In 2014 ging ze solo. Op haar eerst twee albums voorzag ze folkmuziek van cello, het instrument waarop ze klassiek is opgeleid.

Maar op ‘The Capitalist Blues’ is de cello afwezig, wel speelt ze banjo en elektrische gitaar. Er is zydeco-muziek te horen, New Orleans funk en traditionele jazz. En er klinkt veel Kréyol, de Haïtiaanse taal van haar familie. „Mijn perspectief is altijd pan-Afrikaans. Ik ben me zeer bewust van de sociale achtergronden van muziek.”

Had je al vooraf besloten om geen cello te spelen op dit album?

„Nee, helemaal niet. De cello voegde gewoon niets toe aan de liedjes die ik schreef. Op mijn vorige albums had het een ritmische functie, maar nu voelde dat gekunsteld. Ik wil ook niet per se een cellospeler zijn. Ik vertel politieke en sociale verhalen met mijn muziek en deze keer schreef ik die zonder strijkers. Maar geen zorgen, live heb ik nog altijd mijn cello mee.”

Paste het geluid misschien niet bij de politieke lading van het album?

„Misschien is dat zo, maar dat is dan onbewust gebeurd. Mijn vorige platen waren ook politiek, maar nu is het inderdaad meer expliciet. De thema’s van dit album – kapitalisme, macht en geweld – spelen ook een veel openlijker rol in het leven, door de huidige politiek.”

Ze moet het telefoongesprek even onderbreken. In de Franse hotelkamer waar ze verblijft, zijn ook haar drie kleine kinderen. Acht maanden geleden beviel ze van een tweeling en een van die twee verslikt zich nu kokhalzend. Hij leert net eten.

Ze werden geboren toen je met het album bezig was. Heeft dat de muziek beïnvloed?

„Enorm. De kwaadaardige kant van de wereld komt veel harder binnen. Ik voel me nu verantwoordelijker. Voor wat we achterlaten, bedoel ik. De beslissingen die nu genomen worden in de politiek – over het klimaat en de keuzes voor geweld in plaats van dialoog – zijn van invloed op de generaties na ons.”

Een van de opmerkelijkste nummers op het album is ‘Aleppo’ waarin je zingt „Bombs are falling in the name of peace”. Hoe is dat nummer tot stand gekomen?

„Ik zag in mijn Facebook-timeline veel berichten langskomen van mensen uit Aleppo in Syrië. Ze realiseerden zich overduidelijk dat het mogelijk hun laatste woorden waren. Ik voelde heel direct hoe oorlog eruitziet en voelt. Maar het was zo surrealistisch en pervers om dat live vanachter mijn computer te ervaren. Vanuit die oorlog ben ik gaan schrijven over geweld als drijfveer in de samenleving.”

Je maakte dit album samen met producer Jimmy Horn, van de New Orleans R&B-band Special Men. We horen heel veel New Orleans-invloeden. Waarom verhuisde je naar die stad?

„Ik ben daar acht jaar geleden heen gegaan vanwege de enorme muziekscene waarin muzikanten heel bewust omgaan met traditionele muziek. Het lukte me ook niet om in New York echt muzikant te worden. Ik gaf les, werkte achter een bar. Pas in New Orleans kon ik echt voor de muziek kiezen.”

Heeft het ook te maken met de historische link tussen New Orleans en Haïti?

„Het klinkt nu bijna komisch, maar daar wist ik dus eigenlijk bijna niets van, terwijl het nu een heel belangrijke invloed in mijn muziek is. Het boek The World That Made New Orleans van Ned Sublette is belangrijk voor me. Ik leerde hoe een groot deel van de cultuur van New Orleans en van slavenopstanden in Amerika, samenhangt met de Haïtiaanse onafhankelijkheid van 1804. Het heeft mijn ogen geopend voor het belang van je wortels. Je kunt niet over Haïtiaanse muziek praten zonder over Afrika te praten, en je kunt niet over Afrika praten zonder over kolonialisme te praten. En al die geschiedenis zit in muziek.”

Het album sluit af met ‘Settle Down’, dat je met Haïtiaanse muzikanten speelt. Wat betekent ‘Settle Down’ voor je?

„Dat nummer zat al heel lang in mijn hoofd. Het is wat machthebbers zeggen tegen activisten: leg je erbij neer. Trump wil anti-protestwetgeving invoeren. Ik neem dat mantra over, settle down, maar dan niet om je erbij neer te leggen, maar om te herorganiseren en des te feller te protesteren. De Haïtiaanse band Lakou Mizik was in New Orleans toen we het opnamen. Zij hielpen mij met het vertalen van die boodschap via rara-muziek, Haïtiaanse carnavalsmuziek die draait om protest. Het lijkt heel erg op de muziek van de jazzparades in New Orleans. Het is in essentie verzetsmuziek.”

    • een onzer redacteuren