Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Jurrie Koolhof

Marcel van Roosmalen

Maandag vernam ik van de dood van Jurrie Koolhof. Een schok, vooral omdat 59 natuurlijk veel te jong is. Tussen ons stond het gaas van Nieuw-Monnikenhuizen, het in gedachten steeds mooier wordende stadionnetje waar Vitesse toen speelde. Ik was een puber, hij was de eerste spits van Vitesse die ik er zag die ook daadwerkelijk doelpunten maakte.

Hij kwam van SC Veendam.

Het was begin jaren tachtig, mijn vader had nog een bril met van die grote vierkante glazen. We werden dat jaar achtste in de eerste divisie. Ik zie ons nog staan, onderaan in vak BB. Om ons heen bijna geen andere toeschouwers.

Het was altijd koud, ik had een door tante Ied gebreide geel-zwarte das om.

Mijn vader een keurige shawl.

In de rust lauwe koffie uit de keet naast de pisbakken.

Henk Wullems was trainer, de legendarische Lloyd Doesburg stond op goal. En verder: de broertjes Hannie en Rudi Das. Theo Bos deed nog niet mee, maar we speelden wel met Peter Bosz op het middenveld. Het begin van een voor Vitesse ellendige periode.

Andere herinneringen aan die tijd: Indiana Jones and the Raiders of the Lost Ark in het Rembrandt Theater, De Fabriek met Rudi Falkenhage en Pleuni Touw, voor het eerst naar de Korenmarkt, stiekem roken achter de benzinepomp.

Waar hadden we het toen over tijdens al die schijtwedstrijden?

Dat ik mijn huiswerk moest maken en niet mocht schreeuwen tegen mijn moeder. Hij bewaarde ook mijn fietssleutel in zijn broekzak.

Hoe hard juichten we?

Ik las op Wikipedia dat Jurrie Koolhof destijds 31 keer scoorde in 51 wedstrijden.

In de rust krakerige commercials uit de speakers.

‘Als je je draai hebt gevonden – je hebt het aardig voor elkaar – dan heb je Drum gevonden, want Drum is pittig – en half-zwaar.’

Jurrie Koolhof vertrok al na anderhalf seizoen naar PSV, had ik ook gedaan als ik hem was. Daarna brak een lange donkere periode aan, tot hij in 1988 terugkeerde om met ons te promoveren naar de eredivisie. Dat hij er toen weer was wist ik gek genoeg niet meer.

Ik las gisteren in allerlei stukken dat hij naast voetballer en trainer ook een prettig mens was en dat hij al geruime tijd ziek was. Ik heb daar verder niets aan toe te voegen. Ik kende hem niet, heb hem nooit ontmoet en heb er nooit aan gedacht om hem te interviewen. Jammer, maar misschien ook wel beter: Jurrie Koolhof was een lichtpunt tijdens een verder wat uitzichtloze puberteit in Velp.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.