Is proefslapen een prestatie op zich of een extraatje?

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week fiscaal recht.

Foto iStock

Ze heeft showrooms in Nederland en België en levert matrassen, boxsprings en andere slaapkamerproducten via haar websites. Klanten kunnen 14 dagen gratis proefslapen en kopers van een speciale cadeaubon – in te wisselen voor bepaalde producten – betalen daarover geen btw. Met de Belastingdienst raakt de ondernemer in de clinch over de omzetbelasting. Ze heeft de omzet uit cadeaubonnen vermeld onder ‘0 procent/niet belast’, terwijl de Belastingdienst meent dat er 21 procent omzetbelasting op rust en dus naheffingen stuurde.

De rechter oordeelt in het voordeel van de fiscus, waarna de ondernemer in beroep gaat. Het hof Arnhem-Leeuwarden spreekt zich begin dit jaar uit over de vraag of de ondernemer één prestatie (verkoop van slaapkamerproducten) of meer prestaties (ook proefslapen en cadeaubonnen) verricht, zoals de ondernemer zelf stelt.

Het hof oordeelt dat de ondernemer één hoofdprestatie verricht – de verkoop van matrassen – en daarvoor geldt het algemene omzetbelastingtarief. „De gelegenheid geven tot proefslapen en de cadeaubon delen dit fiscale lot, het proefslapen omdat het geen doel op zich is voor de modale klant en de cadeaubon niet omdat deze een aantrekkelijke extra is en niet het wezenlijke doel is van de klant.” Het hof merkt op dat beide diensten de hoofdtransactie aantrekkelijker maken, maar dat het de klant daar niet om te doen is.

Het argument van de ondernemer dat al haar matrassen antidecubitusmatrassen – tegen doorligplekken – zijn, waar een lager belastingtarief voor geldt, legt het hof naast zich neer. „Alle aanbieders van matrassen wijzen op de drukverminderende eigenschappen van een matras” en er is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat alle matrassen aan de eisen voldoen voor antidecubitusmatrassen. De naheffingen, samen ruim 220.000 euro, blijven staan.

Uitspraak: ECLI:NL:GHARL:2019:18