‘In Flamenco hoor je Arabisch Spanje’

Flamenco Biënnale In ‘Romances’ herschept Fahmi Alqhai met zijn ensemble Accademia del Piacere de Arabisch-christelijke smeltkroes van Al-Andalus. „Er was sprake van een enorme verbinding.”

‘Romances’ door de Accademia del Piacere, met centraal Ghalia Benali en links van haar Fahmi Alqhai achter zijn viola da gamba.
‘Romances’ door de Accademia del Piacere, met centraal Ghalia Benali en links van haar Fahmi Alqhai achter zijn viola da gamba. Foto David Vico

Gambist Fahmi Alqhai is een van de avontuurlijkste specialisten op het gebied van oude muziek in Spanje. Hij speelde lange tijd in het muziekensemble Hesperion XXI van Jordi Savall en richtte vijftien jaar geleden zijn eigen groep op, Accademia del Piacere, waarmee hij alle oude meesters uitvoert. Maar pas echt blij wordt Alqhai van de ongewone projecten die hij met de Accademia onderneemt. Zoals het programma Romances, dat vrijdagavond eenmalig te beleven is in het Muziekgebouw aan ’t IJ, als onderdeel van de Flamenco Biënnale.

Oude muziek is mogelijk niet de eerste associatie bij flamenco, maar juist zulke onverwachte dwarsverbanden en kruisbestuivingen krijgen in de Biënnale bijzondere aandacht (zie inzet). Bovendien ligt het voor Fahmi Alqhai heel anders. Romances is een herschepping van de muzikale smeltkroes van Al-Andalus, waar tussen 711 en 1492 Arabische en Europese invloeden samensmolten in het werk van schrijvers, kunstenaars en componisten. De geest van de flamenco doordesemt die muziekcultuur, zegt Alqhai: „Flamenco was always there.”

Alqhai bedenkt zijn programma’s nooit vanuit taaie concepten, maar vanuit mensen, briljante musici. De eerste aanzet tot Romances was een optreden van de Belgisch-Tunesische zangeres en performer Ghalia Benali in zijn thuisstad Sevilla. „Ghalia is een explosie op het podium”, zegt Alqhai aan de telefoon. „Zij kan alles. Toen ik haar zag wist ik meteen: ik moet iets met haar doen.”

De tweede aanzet lag dichter bij huis: Alqhai heeft zelf Arabische wortels. Hij werd in 1976 in Sevilla geboren, uit een Syrische vader en een Palestijnse moeder, maar groeide tot zijn elfde op in Syrië. Via de pianoleraar van zijn christelijke school kwam hij daar in aanraking met westerse klassieke muziek, de kiem van zijn latere carrière – maar, zo zegt Alqhai, ook de Arabische muziek sloot hij er in zijn hart. Terug in Sevilla raakte hij gegrepen door de flamenco en herkende meteen de connectie: „Zoals flamencozangers melisma’s [meerdere noten op een lettergreep, red.] zingen, dat is een directe erfenis van de Moorse aanwezigheid in Andalusië.”

Met de voltooiing van de reconquista in 1492 was het Iberisch schiereiland in naam weer helemaal christelijk. Moren (en Joden) moesten uitwijken, of werden gedwongen zich te bekeren. In de cultuur van de Moorse bekeerlingen, de zogenoemde morisken (moriscos), leefde de islamitische beschaving echter voort. Ook toen ze in de zeventiende eeuw het land werden uitgezet, beklijfde die invloed in de Andalusische muziekcultuur.

Liefdesverhoudingen

„Alle muziek, poëzie en kunst is hier altijd een mix van Arabische en christelijke invloeden geweest. Als je je verdiept in de Spaanse Middeleeuwen en Renaissance, lees je voortdurend over kruisbestuivingen en liefdesverhoudingen tussen beide zijden. Dat is voor mij het belangrijkste: er was een enorme verbinding. Flamenco is daarvan het klinkende bewijs. De Arabische melodieën én de renaissanceharmoniek zitten erin”, zegt Alqhai.

Het programma ontleent zijn titel aan de ‘romance’ (of ‘romanza’), een genre van verhalende ballades dat veel beoefend werd door Spaanse renaissancecomponisten als Juan del Encina, Pedro Guerrero en Luis de Narváez. Hun werk hebben Alquai en Ghalia Benali omlijst met een keur aan teksten en muziek, van de liturgische hymne ‘Da pace Domine’ tot nieuwe Arabische poëzie en een tekst van de dertiende-eeuwse soefiwijsgeer Ibn Arabi uit Murcia.

Naast de zangstijl is ook de gitaar een icoon van de flamenco. Heel bijzonder is dat Accademia del Piacere in Romances samenwerkt met Nederlander Tino van der Sman, een van de zeer weinige niet-Spaanse professionele flamencogitaristen in Sevilla. Van der Sman woont al jaren in de stad en is volgens Alqhai niet alleen een fantastische gitarist, maar heeft ook „het juiste accent”.

Fahmi Alqhai is een uitbundige prater, maar wanneer de huidige situatie in zijn vaderland Syrië ter sprake komt, valt hij even stil. „Een groot verdriet van de mensheid”, noemt hij het. „Muziek kan iedereen verbinden. Muziek is een hogere vorm van communicatie. Sommigen vinden dat kitsch, maar ik niet. De boodschap van dit programma is dat we kunnen samenleven zonder etiketten te plakken, dat we onze kinderen open en vrij kunnen opvoeden.”