‘Geld voor speciaal onderwijs wordt niet eerlijk verdeeld’

Tekorten Alle regio’s krijgen nu van het Rijk hetzelfde bedrag voor passend onderwijs. Maar de ene regio is de andere niet.

Waarom gaan in sommige regio’s méér kinderen naar het speciaal onderwijs dan in andere? Volgens sommige samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs zijn daar goede verklaringen voor. „In Parkstad is sprake van een mijnverleden”, zegt bijvoorbeeld Bert Nelissen, bestuursvoorzitter van de Limburgse scholenkoepel Innovo. „Hier wonen veel kinderen die het lastiger hebben en van generatie op generatie in armoede leven.”

Niek van der Zanden van samenwerkingsverband Eindhoven-Kempenland: „Wij zitten in de brainport van ons land, met relatief veel mensen met een stoornis in het autistisch spectrum. Mensen die in een schoolse setting soms vastlopen.”

Maar volgens het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) is er geen duidelijke verklaring voor de verschillen in grootte van het speciaal onderwijs. Bij de invoering van het passend onderwijs in 2014 werd daarom besloten het geld voor extra zorg gelijk over samenwerkingsverbanden te verdelen, naar rato van het aantal leerlingen.

Landelijk gemiddelde

In 2020 moeten ze naar het nieuwe bedrag zijn toegegroeid. Het percentage leerlingen dat naar het speciaal onderwijs gaat, moet dan rond het landelijk gemiddelde liggen: 3,5 procent in het voortgezet onderwijs en 1,7 procent in het basisonderwijs.

„Het schrijnende is dat sommige samenwerkingsverbanden, vooral in het oosten en zuiden, geld tekort komen, terwijl bestuurders in andere delen van het land zonder gêne zeggen dat het geld tegen de plinten klotst”, zegt Wim Ludeke, voorzitter van het Landelijk Expertise Centrum Speciaal Onderwijs (Lesco). „Dat heeft negatieve effecten: leerlingen die het ‘eerst maar even op het regulier’ moeten proberen, omdat dat goedkoper is.”

„Alsof we hebben afgesproken overal in het land evenveel snelwegen aan te leggen, waardoor er in het westen te veel zijn en op de Veluwe te weinig”, zegt Van der Zanden, wiens samenwerkingsverband van 18 miljoen naar 14 miljoen euro gaat.

Lees ook: Pim wil leren, kan leren, maar is in een fuik beland

Als een samenwerkingsverband in 2020 niet in de opdracht is geslaagd, moeten de schoolbesturen het ‘ontbrekende’ bedrag aanvullen. „Dan worden de klassen groter of moet je mensen ontslaan”, zegt Nelissen. Het Lesco wil daarom dat het ministerie de ‘verevening’ tijdelijk bevriest.

Zou het westen vanuit solidariteit geen geld moeten overhevelen naar het oosten en zuiden? Karin Loggen, directeur van samenwerkingsverband Zuid-Holland West: „Ik snap dat het pijn doet in regio’s waar veel kinderen naar het speciaal onderwijs gaan. Maar het uitgangspunt dat alle organisaties met dezelfde taak op dezelfde manier worden bekostigd, lijkt me niet onredelijk.”

    • Mirjam Remie