Recensie

Recensie Muziek

Duistere ‘La Gioconda’ illustreert ‘begin van het einde’ van Europa

Opera ‘La Gioconda’ bezit alles wat je van opera hoopt: liefde, macht, intrige, onversneden kwaad. Opvoeringen zijn een zeldzaamheid. De gitzwarte productie die nu te zien is in de Brusselse Munt is krachtig, maar weinig ontroerend.

Foto Baus

Hoe had de operageschiedenis eruitgezien zonder zwaargewichten als Verdi? Dan was er meer plek overgebleven voor Amilcare Ponchielli, wiens grootse en duistere opera La Gioconda uit 1876 (‘De blije vrouw’) in eigen tijd wereldberoemd was, terwijl die nu nog maar zelden wordt opgevoerd.

‘Blij’ is een groot woord voor La Gioconda, en met de serene schoonheid van de ook zo genoemde Mona Lisa van Leonardo da Vinci heeft de plot ook weinig uit te staan. Integendeel: La Gioconda ontwikkelt zich weliswaar via de vaste operastations liefde, eer, macht en wraak, maar voegt daar, met dank aan meesterlibrettist Arrigo Boito, een grondtoon van diepe zwartgalligheid aan toe. Dat de lieve blinde oude moeder van La Gioconda gewurgd wordt, is maar een voorbeeld (spoiler: ze ziet het niet aankomen). Een happy end ontbreekt ook. Tenzij je daaronder verstaat dat La Gioconda net op tijd zelfmoord pleegt: zo ontsnapt ze aan de wetenschap dat haar belager (Barnaba, alias Het Kwaad) ook haar moeders moordenaar is.

Het is tekenend voor de ondernemende Brusselse Muntopera dat La Gioconda daar deze maand wel gaat. Dirigent Paolo Carignani, die bij De Nationale Opera ook al aan het roer stond van menig sterke productie (Lucia di Lammermoor, Guillaume Tell, Les vêpres siciliennes), houdt strak de hand in de spanningsopbouw, al zet hij opruiende passages soms erg zwaar aan. De coördinatie tussen het orkest en het geweldige koor – veel carnavaleske feestkoren lichten het duister van de handeling extra uit – is indrukwekkend goed.

Twitter avatar LaMonnaieDeMunt La Monnaie De Munt 🔥It’s premiere night!🔥 Join us as we descend into the Venetian underground and discover the tragic tale of the unfortunate chanteuse #LaGioconda. Until February 12 at #LaMonnaie. #OlivierPy #Opera #Classique https://t.co/B5TDqlZtt9

Regisseur Olivier Py, die in juni voor DNO Debussy’s Pélleas et Mélisande zal regisseren, doet geen pogingen La Gioconda op te leuken. Zijn enscenering is terneerdrukkend. Alles is uitgevoerd in streng zwart-wit, met bloed en een metergroot sardonisch horrorclownsmasker als enige kleurelementen: een uitdrukking van de nihilistische visie die Py verwoordt in het programmaboek. La Gioconda, vindt Py, illustreert „het begin van het einde” van Europa als een continent van hoop, medemenselijkheid en vooruitgang. Zelfs de oorspronkelijke, zeventiende-eeuwse Venetiaanse couleur locale is weggesneden, met uitzondering van een overstroomd podium dat de dansscènes, waaronder de wereldberoemde ‘urendans’ (hier een gangbang) wel spetterend maakt. Dat geldt ook voor de manier waarop vuur wordt ingezet, met twee omineus uitbrandende cruiseschepen (op schaal) en een waterval van metershoog lekkende vlammen (omgekeerd vuurwerk).

Py’s nadruk op het hopeloze snijdt hout. Maar zijn desolate benadering heeft als neveneffect dat de liefde tussen Laura en haar Enzo je niet meer echt aan het hart gaat, en dat je – anders dan Ponchielli en Boito het bedoeld lijken te hebben – het vilein van Barnaba en Alvise eerder als logisch dan schokkend ervaart. De enige relatie die je hart treft is die tussen La Gioconda en haar blinde moeder La Cieca („de engel van mijn jeugd” – zo wil elke moeder genoemd worden) – een aangrijpende rol van Ning Liang.

La Gioconda wordt gedragen door zes zware hoofdrollen, alle personages met veel drama en reliëf. Enzo wordt met kracht gezongen door Stefano La Colla, die in kleur en souplesse nog kan groeien. De Barnaba van Franco Vassallo is ronkend gemeen, net als de imposant kwaadaardige Alvive van Jean Teitgen (beide bassen, uiteraard). Mezzo Silvia Tro Santafé (Laura) wint gaandeweg aan emotionele zeggingskracht.

De hoofdattractie zijn echter het charisma en de vocale présence van de Franse (mezzo-)sopraan en roldebutante Béatrice Uria Monzon (55) in de titelrol: stralend en pralend in haar liefdesuitroepen, breekbaar in haar dochterliefde, trots aan het zelfgekozen eind.