Opinie

    • Maarten Schinkel

De senior verbijt zich in machteloosheid

Westerse consumenten zijn beduidend minder optimistisch geworden: Volgens het CBS kelderde vorige week het Nederlandse vertrouwen, de som van positieve en negatieve antwoorden op vragen over de economie, van 9 naar 1. Dat is nog net positief. In de rest van de eurozone is het al wat minder. En dinsdag bleek dat ook in de Verenigde Staten het vertrouwen sterk is gedaald.

In Nederland is er één categorie die sterk opvalt: ouderen. Uitgesplitste gegevens naar leeftijd zijn er over de maand januari nog niet, maar ze zijn er al wel over het vierde kwartaal van vorig jaar. Daaruit blijkt dat ouderen somber zijn: hun vertrouwen is inmiddels negatief.

Nu is dat voor een deel een bekend verschijnsel. Naarmate de leeftijd vordert, wordt het vertrouwen in de economie structureel lager. Er zijn andere van zulke evergreens: het vertrouwen is in Zuid-Europa structureel minder dan in het noorden. Mannen hebben doorgaans meer vertrouwen in de economie dan vrouwen, en hoe hoger opgeleid, hoe positiever mensen gemiddeld zijn.

Toch is de score bij Nederlandse ouderen opvallend. Hij was in het vierde kwartaal vooral laag bij de deelvragen over de eigen financiële situatie. Bij de respondenten tussen 55 en 65 jaar was de score bij de inschatting van de eigen financiën over de eerstvolgende twaalf maanden -7, tussen 65 en 75 jaar was dat maar liefst -34 en boven de 75 was het -33.

Is het machteloosheid? Jongeren hebben nog een leven voor de boeg waarin zij zelf het heft in handen kunnen nemen. Ouderen kunnen weinig meer doen aan hun inkomen, behalve wanneer zij vermogend genoeg zijn om actief te beleggen. Voor het overige is de senior afhankelijk van het pensioen. Daar waren in het vierde kwartaal drie zaken aan de hand.

Lees ook: Vertrouwen behouden is nu het grootste goed

De rente wil maar niet stijgen, en dat is slecht voor de dekkingsgraad van de pensioenfondsen. Aandelen, waar de fondsen het dezer dagen vooral van moeten hebben, raakten verzeild in een ‘bear market’, met forse koersdalingen. En dus is het wederom machteloos wachten op de eventuele klap van kortingen of het achterblijven van indexering. Als er dan ook nog een impasse is bij het overleg over het pensioenakkoord, weet de pensioengerechtigde al helemaal niet meer waar hij of zij aan toe is.

Nu hebben ouderen het in Nederland op papier niet slecht: de armoede onder hen is volgens de OESO het laagste van alle industrielanden – dus zeg maar gerust: van vrijwel de hele wereld. Daar kun je van alles van vinden, maar het doet weinig af aan de onzekerheid over dat inkomen. Geluk en welvaart zijn voor een deel relatief. Niet alleen ten aanzien van anderen, maar ook in de tijd.

Bestedingen door 65-plussers doen ertoe: ze bedragen meer dan een kwart van alle consumptieve uitgaven in Nederland. En dan zijn er ook nog de 55- tot 65-jarigen, die al op hun pensioen letten. Dat ook bij hen het financiële vertrouwen daalt is relevant: de hele groep boven de 55 jaar is goed voor zo’n 42 procent van alle bestedingen. Deze hele groep consumenten groeit naarmate de vergrijzing vordert. Verder vertrouwensverlies is niet goed voor de economie. Reden te meer om dat pensioenakkoord snel te sluiten. Dat het over de Statenverkiezingen van maart heen is getild, is extra jammer. De conjunctuur kan op dit moment alle hulp goed gebruiken.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Maarten Schinkel