Opinie

    • Paul Scheffer

De morele bijziendheid van Uber blijft verrassen

Paul Scheffer

Wat moeten we denken van een bedrijf dat aan journalisten vraagt een geheimhoudingsverklaring te ondertekenen? Dat overkwam Tjerk Gualthérie van Weezel toen hij een bestuurder van het taxibedrijf Uber ging interviewen. Onder vertrouwelijke informatie verstaat het bedrijf: „Alles wat ik tijdens mijn bezoek over Uber leer, zie, hoor of bemachtig.” Een nogal vreemde eis aan de pers.

Het gesprek in de Volkskrant met Thijs Emondts – ceo van Uber voor de Benelux – is zo mogelijk nog merkwaardiger. De aanleiding zijn vier dodelijke ongelukken in korte tijd met Uber-chauffeurs achter het stuur. Daarom moet het bedrijf wel uit zijn digitale schulp kruipen. Het interview is ontluisterend. Hier zit een jonge bestuurder aan de knoppen van de wereld en kijkt met oprechte verwondering naar de gevolgen van al het technische vernuft: „Als je terugkijkt, zie je alles ineens in 20/20 vision, heel duidelijk.” Die visie kende ik nog niet.

De ongelukken waar zijn bedrijf verantwoordelijk voor is, noemt hij in scholierentaal „een onwijs traumatiserende ervaring” voor de betrokkenen. Maar blijkbaar ook weer niet zo traumatiserend dat Emondts zich geroepen voelt om zelf contact op te nemen met de families van de slachtoffers. De morele bijziendheid van bedrijven als Uber is bekend, maar verrast telkens opnieuw.

Emondts antwoordt op de vraag waarom hij zelf geen contact zoekt: „Nee, daar hebben we specialisten voor. Dat is een Engelstalig team, dat voert dit soort gesprekken voor heel Europa, het Midden-Oosten en Afrika. Als de betrokkene behoefte heeft aan een Nederlandstalig team dan staan we daarvoor open. Juist omdat het zulke ingrijpende gebeurtenissen zijn. Ik kan mij niet voorstellen wat het is om dat mee te maken.”

Nee, inderdaad, het voorstellingsvermogen van deze Uber-jongen is zwak ontwikkeld. Het idee alleen al: je kind of partner is omgekomen en je krijgt een ‘professional’ van een helpdesk ergens in de wereld aan de lijn. Dat het bij Thijs qua empathie niet helemaal goed zit, valt ook de wanhopige persvoorlichter op: de ceo is volgens haar erg „oplossingsgericht”.

Nou, ook wat dat betreft is er nog herstelwerk nodig. Emondts grossiert in schijnoplossingen. Hij ziet het verband tussen zijn bedrijfsvoering en de dodelijke ongelukken nog steeds niet: „Maar dat beeld, daar heb ik ook wel moeite mee. Wij leggen niets op aan een chauffeur, hoeveel je rijdt, is echt je eigen keuze.”

Zijn maatregelen? Een verhoging van de minimumleeftijd van 18 naar 21. Dat is niet het antwoord, want de doden zijn veroorzaakt door chauffeurs die ouder waren. En een beperking van de rijtijd tot twaalf uur lijkt ook voorbij te gaan aan het ware probleem van deze bedrijfsvoering. Uber staat symbool voor oneerlijke concurrentie. En het bedrijf zet de chauffeurs – die een kwart van hun inkomsten afdragen – voortdurend onder druk.

Een toch niet hemelbestormende organisatie als Veilig Verkeer Nederland wil Uber van de weg. Kortom, alle reden voor Amsterdams verkeerswethouder Sharon Dijksma (PvdA) om hard in te grijpen. Maar voorlopig blijft het na vier doden bij een gesprek en een ‘taskforce’. De sluier van geheimzinnigheid moet weg bij het bedrijf, weet de wethouder.

Wat vooral opvalt is de timide opstelling tegenover internetbedrijven als Uber en Airbnb, die duidelijk niet goed zijn voor steden als Amsterdam. Waarom maakt het erg progressieve stadsbestuur van de hoofdstad telkens een knieval voor de deregulering die het verdienmodel vormt van de deeleconomie? Waar wachten deze stadsbestuurders op?

De bedrijfscultuur van Uber verzet zich tegen regulering en dus resteert een verbod. Een rechter in Brussel heeft zich onlangs in die zin uitgesproken: enkel chauffeurs die over een licentie beschikken en een lichtbak op de wagen hebben, mogen taxiritten uitvoeren. Maar zoals in veel steden rijdt Uber in afwachting van hoger beroep vrolijk verder.

Misschien maakt Europese regelgeving ingrijpen onmogelijk. Interessant is daarbij de rol van de liberale politica Neelie Kroes. Als eurocommissaris sprak ze zich in 2014 uit tegen een verbod van Uber. Twee jaar later was ze voorzitter van de internationale adviesraad van Uber. Ze is opgestapt, maar verdedigde zondag bij WNL het bedrijf nog steeds: „Wat Uber nu in werking heeft gesteld, is een stap in de goede richting.”

Dit digitale platform biedt de chauffeurs geen bescherming. Ze worden tijdens de ritten opgejaagd door hun Uber-app. Thijs Emondts is ziende blind: „Een chauffeur kan ook aangeven: ik wil na deze rit stoppen.” Die ‘20/20 vision’ gaat hem geen verantwoordelijkheid aanleren. Zijn bedrijf wordt aangestuurd door het algoritme van de onschuld.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.