Aziatisch voetbal bouwt op Europese trainers

Azië Cup In het Aziatisch voetbal zijn trainers uit Europa gewild. Wie gaat, moet wel een avonturier zijn. „Anders doe je dit soort dingen niet.”

De Spaanse trainer Félix Sánchez verrast deze Azië Cup door met Qatar de finale te bereiken.
De Spaanse trainer Félix Sánchez verrast deze Azië Cup door met Qatar de finale te bereiken. Foto Suhaib Salem/Reuters

Zelf vroeg trainer Eelco Schattorie zich heus ook weleens af of hij zijn toekomst er niet mee zou vergooien. Hij beseft dat hij erdoor uit beeld is geraakt. Maar spijt dat hij naar het Midden-Oosten ging? Absoluut niet. „De ervaring die ik hier heb opgedaan, die doe je niet op in Nederland.”

Na twaalf jaar bij VVV-Venlo was het genoeg voor Schattorie (47). Het was tijd voor iets anders. Tijd voor een avontuur. En dus ruilde hij in 2002 het vertrouwde Limburg in voor de onzekerheid in het Midden-Oosten. Hij werkte in de Emiraten, Bahrein, Oman, Saoedi-Arabië – met een tussenstop in Ghana – en nu in India. Daar is NorthEast United FC alweer zijn elfde club in zeventien jaar. „Ieder land heeft zijn charme.”

Schattorie is een van de vele Europese trainers die in de afgelopen jaren op jonge leeftijd is neergestreken in Azië. Niemand kijkt er meer van op. Een lucratief intercontinentaal avontuur is niet meer alleen een afsluiting van je carrière.

Tijdens de Azië Cup, gespeeld in de Verenigde Arabische Emiraten, waren de afgelopen weken vrijwel alleen Europese trainers langs de lijn te zien. Zeventien van de 24 deelnemende landen aan de Aziatische equivalent van het EK begonnen met een trainer uit Europa.

Oman bijvoorbeeld, waar Rotterdammer Pim Verbeek sinds 2016 bondscoach is – hij werkte in 1998 voor het eerst in Azië. Qatar haalde verrassend de finale met de Spaanse trainer Félix Sánchez. Hij verliet FC Barcelona in 2006 voor de organisator van het WK 2022, waar hij sinds 2017 bondscoach is.

Andere Aziatische landen kozen voor ervaren trainers. Zoals China, waar Italiaan Marcello Lippi – in 2006 wereldkampioen met Italië – zijn pensioen onderbrak. Hij zou er volgens het tijdschrift France Football meer dan 20 miljoen euro per jaar verdienen. De Filippijnen stelden de Zweed Sven-Göran Eriksson, oud-bondscoach van Engeland, aan. Allebei 70 jaar, samen goed voor zo’n 2.000 wedstrijden als coach en meer dan dertig prijzen.

Japan, de andere finalist, is één van de slechts vier deelnemers met een bondscoach uit eigen land. Sterker nog, de complete staf heeft de Japanse nationaliteit. Maar ook Japan moest het hebben van Europa, voor het op eigen kracht lukte.

In de kinderschoenen

Het professionele voetbal in Azië staat in de kinderschoenen. Met kennis van Europese trainers moet het voetbal naar een hoger niveau worden getild. Zoals in China, dat in 2050 wereldkampioen wil worden. En dus zijn Europese trainers gewild. Bij nationale ploegen, maar ook bij clubs. Want waarom zou je het wiel opnieuw willen uitvinden?

„Chinezen hebben echt een plan”, vertelt Jason Vermeer vanuit Beijing. De 24-jarige Hagenaar is sinds anderhalf jaar techniektrainer bij de Chinese topclub Beijing Guoan, waar ook Nederlanders Stanley Menzo en Patrick Ladru werkzaam zijn. „Wij helpen de trainers hier. Als wij weggaan, moet het niet in elkaar zakken.”

Lees ook: Voetballen in Spanje levert Saoedi’s nog weinig op

Waar sommige trainers zelf op zoek gaan naar een Aziatisch avontuur, kwam Vermeer er bij toeval terecht. Hij gaf training aan de zoon van Chinees recordinternational Li Ming, die een aantal maanden later trainer werd van China Onder 19 en hem vroeg als zijn assistent.

Vermeer is niet bang dat hij door zijn vertrek uit beeld raakt in Europa. Het kan zelfs tegenovergesteld werken, zegt hij. „Dat ik op jonge leeftijd zo’n baan kan krijgen, heeft veel aandacht opgeleverd.”

Het klinkt aantrekkelijk, maar trainer worden in Azië is niet voor iedereen weggelegd. Een lang cv heb je er weliswaar niet voor nodig, karakter wel. Vermeer: „Trainers zijn hier een beetje avonturiers. Anders doe je dit soort dingen niet.”

Filmster uit Bollywood

Schattorie vertelt vanuit India over clubeigenaren „die nog nooit tegen een balletje hebben getrapt”. Hij werkt nu onder een filmster uit Bollywood. „Je komt in een heel andere cultuur terecht.” De eigenaren willen zich mengen in zijn werk. Wie hij moet opstellen, bijvoorbeeld. Afgelopen weekend speelde één van zijn spelers een goede wedstrijd, vertelt Schattorie. Volgens de eigenaar kwam dat niet door de trainer maar door hemzelf. Hij had de speler immers voor het duel meegenomen naar de tempel.

Inmiddels neemt Schattorie het met een korreltje zout, hoewel hij heeft moeten leren hiermee om te gaan. Dat lukt niet iedereen. De Limburger ziet genoeg trainers die vasthouden aan hun eigen principes en idealen. „Dan loop je heel snel tegen de muur aan.”

Maar wat maakte Azië zo aantrekkelijk? „Het eerste waar mensen over praten is geld”, zegt techniektrainer Vermeer. „Het is zo kort door de bocht om alleen maar dat te zeggen.” Natuurlijk, hij moet zijn boterham ermee verdienen. Maar het gaat om meer, zoals ervaring en ontwikkeling. „Het opent echt je ogen. Als je op vakantie gaat naar Azië, ga je ook anders tegen dingen aankijken.”

Ook Schattorie noemt de ontwikkeling als mens. „Elk land waar je nog nooit bent geweest is een avontuur. Je leert altijd van nieuwe omgevingen.” Resultaten neerzetten bij een club waar je eigenlijk een ‘garantie’ hebt om niet te slagen. Op zoek gaan naar creatieve oplossingen, die passen binnen de cultuur. Het heeft Schattorie geschoold als trainer. „Het eerste wat ik tegen mijn spelers zeg, is dat ze me niet als coach moeten zien maar als tweede vader. Omdat familiewaarden hier heel hoog staan.” Zodat zijn spelers naar hem luisteren.

Om te slagen in Azië moet een trainer zich aanpassen aan de cultuur. Maar ook als dat lukt, is er nog een kant van de medaille.

Schattorie verblijft in India in een hotel, zijn vrouw en zoon zijn in Oman gebleven. Vermeer zit in zijn eentje in een groot appartement. Door het tijdsverschil met Nederland kan hij niet altijd zijn vriendin en familie spreken.

Maar wie dat ervoor over heeft, wordt beloond met bijzondere avonturen. Zo ging Schattorie eens in het Midden-Oosten op bezoek bij de sjeik van zijn club. „Die had een eigen dierentuin in zijn tuin.”

    • Dylan Metselaar