Recensie

Recensie Beeldende kunst

Amersfoort eert verloren zoon Van Wittel alias ‘Gasparo Vanvitelli’

Tentoonstelling Caspar van Wittel verruilde Amersfoort voor Rome en groeide omstreeks 1700 uit tot een van de succesvolste schilders van stadsgezichten. En voorloper van Canaletto.

Caspar van Wittel, Piazza Navona, Roma (1699)
Caspar van Wittel, Piazza Navona, Roma (1699)
    • Bram de Klerck

De letter w is een exoot in het Italiaans, en native speakers van die taal hebben vaak wat moeite met het uitspreken van woorden die eindigen op een medeklinker. De schilder Caspar van Wittel (1653-1736) die omstreeks 1700 carrière maakte in Italië, ging daar dan ook al snel door het leven als Gasparo Vanvitelli. Zo schreef zijn zoon, de schilder en architect Luigi Vanvitelli, het later ook onder zijn portret, in een opschrift dat ook vermeldt dat de oude heer sinds 1711 lid was van de academie van San Luca te Rome. Het portret hangt in de ambitieuze tentoonstelling die de Amersfoortse Kunsthal KAdE in samenwerking met Museum Flehite wijdt aan de Nederlandse schilder van Italiaanse stadsgezichten, ofwel vedute.

Caspar van Wittel was in 1653 geboren in Amersfoort en trok, na een leertijd bij de plaatselijke landschapschilder Matthias Withoos, als jongeling van een jaar of twintig naar Rome. Daar groeide hij uit tot een hooggewaardeerd schilder. Hij bleef de rest van zijn leven in Italië en hoe voortreffelijk hij ingeburgerd raakte blijkt niet alleen uit zijn veritaliaanste naam en zijn lidmaatschap van de prestigieuze schildersacademie, maar ook uit zijn succes bij opdrachtgevers en klanten in Rome, Napels en Venetië. In zijn oude vaderland raakte hij wat vergeten, een omissie die nu overtuigend teniet wordt gedaan door de tentoonstelling in Amersfoort. Met liefst zo’n 45 schilderijen en dertig tekeningen van zijn hand uit voornamelijk Italiaanse en andere buitenlandse collecties, is dit de eerste monografische expositie over Van Wittel in Nederland.

Piazza del Popolo

Een lange reeks van schilderijen in liggend formaat, uitgevoerd in olieverf of gouache, toont de belangstelling van de kunstenaar en zijn clientèle voor uiterst nauwkeurig nagebootste, weidse gezichten op vaak zonovergoten Italiaanse landschappen en steden. Het eerste gesigneerde schilderij van Van Wittel in Italië was een gezicht op Piazza del Popolo uit 1680, toepasselijk voor een reiziger uit het noorden die via de poort aan dit plein het oude Rome betrad. Hij heeft de compositie, met vanuit een tamelijk hoog standpunt een zicht op het plein met een antieke obelisk en op de achtergrond twee elkaar spiegelende kerkjes die er toen nog maar net stonden, verschillende malen herhaald. Maar ook andere bekende plekken, zoals Piazza Navona en het Pietersplein in Rome, het Canal Grande en het Dogenpaleis in Venetië, vormden zijn thema’s.

De gouache Gezicht op Amersfoort (ca. 1712) van Caspar van Wittel. Foto Museum Flehite

Een dertigtal grote perspectivische tekeningen laat zien hoe Van Wittel zijn complexe composities met pleinen en gebouwen voorbereidde. Het kan haast niet anders of hij heeft ze ter plekke gemaakt met behulp van een optisch hulpmiddel als de camera obscura, een voorloper van de fotocamera. Enkele kleurenfoto’s van de Rotterdamse fotograaf Hans Wilschut (1966) geven impressies van het huidige uiterlijk van deze ruim driehonderd jaar geleden geschilderde vedute.

De expositie vormt een triomfantelijke rehabilitatie in Van Wittels geboortestad. Daarnaast behandelt zij aan de hand van nog eens dertig werken van andere kunstenaars, een heet hangijzer in de studie naar de Italiaanse stadsgezichtenschilderkunst. Dat de achttiende-eeuwse vedute op een of andere manier schatplichtig is aan werk van Hollandse kunstenaars als Jan van der Heyden en Gerrit Berckheyde, daar zijn de geleerden het wel over eens. Maar is Van Wittel, met zijn panoramische weergaven van onder meer Venetië, werkelijk de schakel tussen die Noordelijke traditie en schilders als Canaletto en Bernardo Bellotto, die later ontelbare gezichten op die stad hebben geproduceerd? Met Noordelijke en Italiaanse prenten en schilderijen als visuele bewijsstukken lijkt de tentoonstelling zich te moeten inhouden om niet te jubelen dat de verloren zoon die rol daadwerkelijk heeft gespeeld. Het is bijna jammer dat de mooi geïllustreerde en informatieve catalogus behoedzamer van toon is.