Zij zijn altijd in de buurt van Beatrix, altijd anoniem

Hofdames De deze donderdag jarige prinses Beatrix wordt altijd gefotografeerd. Nu zijn voor het eerst haar grootmeesteres en een van haar hofdames geportretteerd.

Links: hofdame Miente Boellaard. Rechts: Martine van Loon.
Links: hofdame Miente Boellaard. Rechts: Martine van Loon. Foto’s Lis Leijser

Ze waren zo veel mogelijk anoniem. Dat kon ook in een tijd dat „niet iedereen een fototoestelletje” had. Bovendien, het draaide om koningin Beatrix. Niet om haar gevolg. Nu zijn haar grootmeesteres en een van haar hofdames – voor het eerst – zelf geportretteerd. Fotografe Lis Leijser vroeg hen voor een serie over ouder worden. Ze wilde laten zien dat zeventigplussers „vol vitaliteit en veerkracht zitten”. En Beatrix’ gevolg is daar een uitstekend voorbeeld van, vindt Leijser: „Je ziet bij hen een blijvende interesse in de wereld om hen heen.” Zelf opent prinses Beatrix, die donderdag haar 81ste verjaardag viert, deze woensdag in het Mauritshuis in Den Haag nog het Rembrandtjaar.

„Vroeger ontmoedigden we fotograferen”, zegt Miente Boellaard-Stheeman (1937), die hofdame was. „En mensen hielden zich ook aan restricties. Dat zou nu niet meer mogelijk zijn met al die telefoons met camera.” De samenleving is meer visueel ingesteld, er wordt gerekend op beeld van de koninklijke familie. Ze zegt: „Gelukkig hebben we een beeldschone koningin en een koning die overal bovenuit rijst. Ze begrijpen sociale media.” Al vindt ze ook dat er „enig mysterie” rond het koningshuis zou moeten blijven.

Toen koningin Beatrix haar in 1981 vroeg hofdame te worden, hield ze dat stil voor haar omgeving. Ze kenden elkaar uit hun studietijd in Leiden. Boellaard zegt het zo: „Ze wist wie ik was.” Ze is „voorzichtig” het over vriendschap te hebben. Zegt: „Dat is een keuze van de prinses.”

Want vertellen, laat staan pochen, over een rol aan het paleis is not done. Maar Boellaard vindt het wél relevant te vertellen wat een hofdame nu eigenlijk deed.

Lintje doorknippen

Die functie verschilt per koningin. Boellaard en haar collega’s waren hofdames van een koningin die tevens staatshoofd was, Máxima is dat niet. Juliana’s hofdames waren er meer voor het gezelschap, terwijl Beatrix van haar hofdames een inhoudelijke bijdrage vroeg, ondersteuning bij haar werk in het land. „Ze zocht mensen die dat begrepen”, zegt Boellaard. „Je kunt overal wel een lintje doorknippen, maar dat is niet zinvol genoeg. De koningin wilde iets bereiken, de diepte in met het koningschap. Dat er bij een prijsuitreiking iets over de winnaar én over de inhoud in de krant kwam.”

Miente Boellaard bereidde als hofdame binnenlandse bezoeken voor en ging met Beatrix mee. Foto Lis Leijser

De grootmeesteres had een andere taak. Martine van Loon-Labouchere (1936), ook gefotografeerd door Leijer, onderhield de contacten met ambassadeurs, vergezelde de koningin op staatsbezoeken en vertegenwoordigde haar in bijzondere gevallen. De hofdames bereidden binnenlandse bezoeken voor en gingen met Beatrix mee.

Boellaard vertelt: „Ik las me in. Ging de koningin naar een bedrijf, dan vroeg ik het jaarverslag op. Ik wilde weten hoe het bedrijf in elkaar stak voor we aankwamen. Als er een ondernemingsraad was – en dat hoefde in die tijd nog niet – dan zorgde ik dat die iets kon vertellen. Dan waren ook de werknemers aan het woord, niet alleen de directeuren. En ik wilde altijd weten wie het bezoek had voorbereid. Wanneer de koningin bij een evenement wegging, moest iedereen die een steentje bij had gedragen, zich gezien voelen.”

Bezoeken werden weken van tevoren gepland. Alleen in „zeldzame gevallen” veranderde er iets. En als er iets onverwachts gebeurde, was het aan de hofdame dat op te vangen.

Krakers

De hofdames waren er ook om „de toegang naar de maatschappij te openen”. Ze waren de „ogen en oren” van Beatrix. Aan hen de taak om te weten wat er speelde, door kranten bij te houden, door hun eigen netwerk te raadplegen.

Martine van Loon vergezelde als grootmeesteres de koningin op staatsbezoeken en vertegenwoordigde haar in bijzondere gevallen. Foto Lis Leijser

Ze kwamen allemaal uit een andere regio. Boellaard is Amsterdamse, was bekend met sociale en culturele instellingen in de hoofdstad en kende krakers. „Toen Beatrix koningin werd, was Amsterdam tegen alles dat gezag had.” De inhuldiging van 1980 werd overschaduwd door gevechten tussen krakers en de mobiele eenheid. „In Den Haag – ook aan het hof – bestond weinig idee hoe Amsterdam functioneerde. Amsterdam houdt niet van franje, maar het is, zoals burgemeester Van der Laan zei, tenslotte ‘wel een lieve stad’.” Boellaard zag het als haar taak dat te verduidelijken.

Lees ook dit portret van Beatrix: Prinses Beatrix, geliefd door wat haar overkwam

Het was moeilijk om los te laten, vertelt Boellaard. „Het is geen 9-tot-5-baan en niet een baan van vijf dagen per week.” Nog een jaar was ze hofdame van Máxima. „Ik zou het nu niet meer kunnen. Het tempo van dit echtpaar is enorm.”

„Nu ga ik naar de opening van een tentoonstelling als ik zin heb. Voor de gezelligheid vraagt prinses Beatrix me nog wel eens mee. Laatst nog naar de KunstRAI. Dan ga ik van tevoren wel even kijken om te zien wat zij niet moet missen. Dat is nu eenmaal gewoonte geworden.”

    • Titia Ketelaar