Opinie

    • Maxim Februari

Wie in gesprek wil moet de woorden kleiner maken

In de auto zijn de reclamespots op de radio. Vroeger kreeg je daar nog wel eens een leuke encyclopedie aangesmeerd. Of een stofzuiger. Nu is er een ander tijdperk aangebroken: het reclameblok begint met de vraag of ik blaasproblemen heb. „Ga naar blaasoplossingen.nl.” Dan het advies om naar een platform over kanker te surfen. En ter opvrolijking stelt seniorengeluk.nl een afspraakje in het vooruitzicht met een vrijgezel die boven de vijftig is. Dan moet het nieuws nog beginnen.

Het nieuws is ook al niet opwekkend. De post die ik binnen krijg evenmin; er heerst somberheid onder de lieve organisaties bij wie ik op de mailing list sta. De toestand in de wereld is zorgelijk, er zijn veel slechte mensen met foute bedoelingen, en alles welbeschouwd is er maar één lichtpuntje in dit duistere tranendal, en dat lichtpuntje, dat ben ik. Althans, ik en iedere andere creatieve, open, cultuurminnende lezer die streeft naar geluk en welzijn voor allen. De rest van de mensheid is tuig van de richel.

En dan komt de krant. „Huize Europa staat in brand”, kopt NRC. „Fight for Europe”, kopt The Guardian. „Vecht voor Europa, anders verwoesten de vernielers het.” Deze koppen staan boven een internationale noodkreet die is opgesteld door dertig intellectuelen.

„Rancune, haat en hun nasleep van treurige gevoelens” overspoelen Europa, lees ik. Maar nu gaan deze dertig vrije mensen de waarden van de liberale democratie verdedigen tegen de ruwe populisten die geen eerbied tonen voor „intelligentie en cultuur”. Het wordt „een veldslag”, begrijp ik. Ze komen in het geweer!

Onder de opstellers van de oproep zijn schrijvers voor wie ik veel achting heb. Herta Müller, die de gruwelen van het communisme uit ervaring kent. Elfriede Jelinek, die zich dapper in Oostenrijkse controverses stort. Claudio Magris, David Grossman: wie ben ik om het met ze oneens te zijn? Toch schrik ik danig bij het lezen van dit soort teksten. „Nu het populisme aan de poort rammelt, moeten we pal voor Europa staan, of te gronde gaan.” Dit is geen anti-populisme, dit is populisme. Stemmingmakerij.

Als er problemen zijn in de wereld, zijn dat voor een groot deel reële, praktische problemen. Immigratie, hoe humanistisch je er ook naar kijkt, komt met knopen die moeten worden doorgehakt. Klimaatverandering vraagt om onderbouwd antwoord op de vraag wie de aanpak ervan gaat betalen. Technologisering beïnvloedt de manier waarop we onszelf regeren en dus moet je het wiel van de rechtvaardigheid razendsnel opnieuw uitvinden. Dat dertig schrijvers bij elkaar opgeteld dit allemaal onbenoemd laten en niet verder komen dan trots op hun ‘beschaving’ is goedkoop. Gratuit. Als je niet in staat bent iets over de wereld te zeggen, moet je het misschien laten.

De algemene somberheid heeft iets van een twintigste eeuwse spionageroman. Beschreef de christelijke Nashville-verklaring onlangs nog hoe de wereld „langs een hellend vlak op weg lijkt naar de ondergang”, nu is dit schrijversmanifest weer in de ban van een vloedgolf „die zwelt en stuwt en stijgt”. De Russen zitten er achter, en het Vaticaan. Wereldbeschouwingen als apocalyptische soep zijn het, vol „aangekondigde catastrofes”, „zelfmoord” en „grafdelvers”. En dat er dan alleen redding mogelijk is als jij je zin krijgt. Want alle mensen zijn uitschot, behalve jij: dat is het achterliggende mensbeeld.

Het ergerlijke is dat hierdoor een karikatuur ontstaat van de liberale democratie die zo vurig wordt bepleit. Een liberale democratie is nou juist een plek waarin onoplosbare waardenconflicten woeden. Verschillende groeperingen koesteren verschillende waarden; als je de jouwe wilt bepleiten, zul je ze moeten toelichten en beargumenteren. Wat moet de arme lezer anders leren van je oorlogstaal?

In het programma Buitenhof roept de filosoof Bernard-Henry Lévy, medeondertekenaar van dit manifest, om verdere eenwording van Europa. Hij verwijst naar „de Verlichting, de vrijheid en de republiek”. Maar laten nu sommige van zijn politieke tegenstanders, de critici van de Europese Unie, ook enthousiast verwijzen naar Verlichting, vrijheid en republiek. Grote woorden zeggen niet altijd wat, je zult je woorden kleiner en kleiner moeten maken als je inhoudelijk in gesprek wilt.

„Terwijl overal de nationale onafhankelijkheid op de loer ligt, moeten we de politieke daadkracht opnieuw omarmen…” Een handvol Nobelprijswinnende literaire auteurs in je comité en je komt met zo’n tekst. En het ergste is nog wel dat je er een oorlog mee aanwakkert die je juist zou moeten voorkomen. Is dit alles wat wij als humanistische burgers te bieden hebben? Dat moet liever, slimmer, inhoudelijker, en rechtvaardiger kunnen.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.

    • Maxim Februari