‘We raken vel over been in Sana’a’

Honger in Jemen De Jemenitische hulpverlener Mohammed Nassr doet verslag van de noodsituatie in zijn land. In de hoofdstad Sana’a zijn er genoeg etenswaren, maar bijna niemand heeft geld om het te kopen. Op het platteland eten mensen bladeren.

Jemenieten dringen om brood van een liefdadigheidsbakker in de hoofdstad Sana’a. Winkels en markten liggen vol met etenswaren. Het probleem is dat niemand meer geld heeft omdat er amper betaald werk is.
Jemenieten dringen om brood van een liefdadigheidsbakker in de hoofdstad Sana’a. Winkels en markten liggen vol met etenswaren. Het probleem is dat niemand meer geld heeft omdat er amper betaald werk is. Foto’s Yahya Arhab/EPA

‘Wat heb ik vandaag gegeten? Mijn ontbijt bestond uit linzen met brood en een kop thee. Mijn lunch: yoghurt met brood. Misschien eet ik vanavond nog een sandwich. Of ik bewaar die voor morgen. Ik ga regelmatig met een lege maag naar bed de laatste tijd. Twee jaar geleden woog ik tachtig kilo. Nu nog maar zeventig. Als ik wat geld verdien, stuur ik het naar mijn vrouw en kinderen. Die zijn ook erg mager.

Maar anderen hebben het nog veel zwaarder. Ik kwam vandaag op straat in Sana’a een vrouw tegen. „Ik kan geen melk kopen voor mijn dochtertje”, vertelde ze me huilend. Het drie maanden oude meisje zag er ongezond uit, met een rare rode blos op haar wangen. Haar vader is de hele dag op zoek naar werk, maar op z’n best kan hij voor heel weinig geld een dag per week aan de slag. Eerst woonden ze in een flatje, maar ze konden de huur niet meer betalen en wonen nu in een tent. Er zijn ook veel ontheemden, vaak uit dorpen in de buurt van Sana’a die hun intrek hebben genomen in kapotgebombardeerde huizen.

Lees ook: Nederlandse generaal Cammaert vertrekt uit Jemen

Een eindje verderop zag ik een jongen en twee oudere mannen speuren naar etensresten in stinkende afvalzakken langs de weg. Anderen bedelen om geld of eten. Het wemelt op straat van de bedelaars. Bij restaurants hangen ook veel mensen rond in de hoop op wat restjes van gasten. Restaurants zijn er nog steeds. Daar komen rijke mensen uit de hogere klassen. Niet uit de middenklasse, die is zo goed als verdwenen.

Het is niet dat er geen voedsel meer is. De winkels en markten liggen vol met etenswaren waaraan iedereen gebrek heeft. Het probleem is dat niemand meer geld heeft omdat bijna niemand meer betaald werk heeft. Wie wel verdient, moet daar vaak vijf tot zes gezinnen van onderhouden, want we proberen elkaar wel zoveel mogelijk te helpen. Zelf moet ik twaalf gezinnen de kost geven van mijn salaris.

Als je steelt, riskeer je je leven

Het enige waaraan mensen hun laatste geld nog besteden is eten. Wat ze verder hebben, bewaren ze voor noodgevallen. Keukengerei, meubelen, kleding: alles is luxe als je niets te eten hebt. En waar mensen vroeger rijst kochten in zakken van tien of twintig kilo, kopen ze nu nog maar een pond of een kilo rijst per keer.

Veel andere winkels zijn gesloten. Ik vroeg laatst een verkoper van keukenartikelen in de wijk Altahreer, vroeger het kloppend hart van Sana’a, hoe het kwam dat zijn winkel nog altijd open was. Hij zei: „Dit is mijn eigen winkel. Ik hoef geen huur te betalen. Dus ik wacht gewoon op die ene klant per dag en hoop op betere tijden.”

Is er gelet op de honger die veel mensen lijden ook veel diefstal? Dat zal niemand in zijn hoofd halen. De Jemenitische samenleving telt vanouds veel wapens. Als je steelt, weten mensen, riskeer je je leven. De allerarmsten hebben trouwens vaak ook geen geld voor wapens en bezit wordt bij ons over het algemeen gerespecteerd. En als iemand iets steelt of iemand wat aandoet, loop je een goede kans dat zo’n daad wordt gewroken door de andere leden van de stam waartoe het slachtoffer behoort. Hele families worden op die manier uitgemoord.

Lees ook: Wachten op de dood in Jemen

Mensen eten bladeren

In Sana’a kunnen veel mensen alleen overleven dankzij de hulporganisaties die er nog actief zijn. Er staan voor hun kantoren veel mensen te bedelen. Ook in Sana’a zijn de meeste mensen allang blij als ze twee karige maaltijden per dag halen. Op het platteland is de voedselsituatie meestal nog een stuk nijpender. Daar eten de mensen vaak bladeren van bomen en struiken, soms voor ontbijt en voor lunch. Ik zag dat vorige week met eigen ogen, toen ik met een collega een streek in de buurt van de belegerde havenstad Hodeida bezocht. Het wemelde daar ook van de vluchtelingen. In veel dorpen zijn al kinderen gestorven van de honger.

Qat, een soort kauwtabak, wordt nog wel verbouwd, al kost dat veel water. Er wordt nog wel aardig wat qat geoogst. De qat wordt verkocht aan de Houthi’s die het uitdelen aan hun soldaten.

In qat zitten overigens helemaal geen voedingsstoffen. Het is even oppeppend, daarna ben je een hele tijd van de wereld – verdoofd dus. Maar iedereen wil qat om de ellende te vergeten. Veel mensen voelen zich ontspannen door het kauwen van qat maar ik beschouw het als een verslavend middel.

Er zijn ook nog wel koeien en geiten in de dorpen die melk geven maar lang niet genoeg voor iedereen.

Geboortedorp vol vluchtelingen

In mijn eigen dorp, zo’n 220 kilometer van Sana’a, is het niet anders. Ook daar zit het vol vluchtelingen, vaak mensen die tot voor kort in de stad woonden maar de huur niet meer konden betalen. Ten einde raad zijn ze maar teruggegaan naar de dorpen waar ze vandaan komen. Mijn dorp telde voor de oorlog honderd inwoners, nu zijn het er drie keer zoveel. Ze wonen met zijn allen in de kleine krakkemikkige huizen van hun familieleden.

Wie ziek wordt, heeft pech. Om een ziekenhuis te bereiken heb je een auto nodig en dat kost meer geld dan de meesten nog hebben. Als je er al in slaagt een ziekenhuis te bereiken, schiet je daar vaak ook niet veel mee op omdat er geen medicijnen meer zijn te krijgen.

Op scholen zijn de leerkrachten vaak afwezig omdat ze al veel te lang niet zijn betaald. Als ze geluk hebben, krijgen ze af en toe een half maandsalaris. Sommigen laten zich liever rekruteren om mee te vechten met de Houthi’s. Zo verdienen ze tenminste wat geld en kunnen ze eten kopen voor zichzelf en hun familie. Andere vroegere collega’s van mij wassen nu auto’s om zo wat bij te verdienen.

Tekst loopt door onder de foto’s.

Dienstweigeraars

Zelf ben ik in moeilijkheden gekomen, toen ik me verzette tegen de rekrutering van jongens op de school waar ik werkte als leraar Engels. De Houthi’s proberen vaak kinderen van amper dertien jaar op te pikken voor hun milities. En veel jongens gaan vrijwillig mee.

Maar toen ze in juli vorig jaar op de school kwamen, waar ik werkte, weigerden tot hun verrassing alle leerlingen zich bij hun legertje aan te sluiten. Dat was ze nog nooit overkomen. Dat kwam omdat ik de jongens had voorgelicht en ze had gewezen op de risico’s van deelname aan zulke militaire organisaties. Ook had ik mijn leerlingen bijgebracht dat ze zich beter konden inzetten voor de ontwikkeling van hun land dan te vechten als soldaat.

Toen de Houthi’s merkten dat ik de leerlingen had beïnvloed, pakten ze me op en zetten me dertien dagen gevangen. Mijn telefoon en laptop werden in beslag genomen. Drie dagen lang kreeg ik geen eten. Ze beschuldigden me ervan een spion voor de vijand te zijn. Maar mijn vader werkte onvermoeibaar aan mijn vrijlating. Toch kwam ik pas vrij nadat ik was gedwongen een schuldbekentenis te ondertekenen en nadat mijn vader flink wat geld had betaald aan de autoriteiten. Ik moest beloven dat ik met de Houthi’s zou vechten.

Onzinnige orders

Maar als activist voor mensenrechten had ik natuurlijk geen boodschap aan zulke onzinnige orders. Ik wilde geen werktuig zijn in de handen van misdadigers. Daarop ben ik gevlucht naar Sana’a, waar ik aanvankelijk als dakloze leefde, voor ik tenslotte na vier maanden werk vond bij een hulporganisatie. Mijn vader kreeg het juist extra moeilijk. Terwijl iedereen in het dorp op een gegeven moment een gasfles kreeg om op te koken, kreeg hij een heel jaar niks.

Intussen staat buiten kijf dat er mensen zijn die verdienen aan deze oorlog. Er verdienen altijd mensen aan een oorlog. Amerika verdient aan de vliegtuigen die ik op het moment dat ik dit schrijf in de verte hoor aankomen ….