Recensie

'Miauw' is zelfs leuk voor iemand die niet elke dag kattenfilmpjes de wereld instuurt

Recensie Kattenliefde is niet van alle tijden. In de tentoonstelling 'Miauw' over het werk van Henriëtte Ronner-Knip (1821-1909) zien we de geboorte van de moderne kattenplaat.

De kleinste vriend (1891-1893) van Henriëtte Ronner-Knip, particuliere collectie
De kleinste vriend (1891-1893) van Henriëtte Ronner-Knip, particuliere collectie Foto Alex Cohen

Iedere Facebook-gebruiker ziet bijna dagelijks foto’s en filmpjes voorbijkomen van jonge poesjes: scharrelend tussen de papieren op het bureau, klimmend op piano’s of hangend in de gordijnen. Van al deze moderne uitingen van kattenliefde bestaat ook een negentiende-eeuwse variant, want ook toen legden schilders liefkozend kattentaferelen vast. Het Stedelijk Museum in Vianen schenkt de komende maanden aandacht aan de belangrijkste schilder van dit genre: de in Amsterdam geboren Henriëtte Ronner-Knip (1821-1909).

Zelfs voor iemand die niet iedere dag een foto van zijn favoriete huisdier de wereld in stuurt, is deze bescheiden tentoonstelling de moeite waard. Ronner-Knip was een geweldige, virtuoze schilder. Bijzonder is de manier waarop ze de geheimzinnige kattenblik in verf weet te vatten.

Lees ook: Henriëtte Ronner-Knip schilderde katten voor haar blinde vader

De expositie in Vianen laat zien dat die kattenliefde feitelijk een tamelijk recent gegeven is. Tot het begin van de negentiende eeuw was de kat in Europa hooguit een nutsdier, een graag geziene gast op de boerderij, in de voorraadschuren en bij bakker en slager. Maar echt geliefd was hij niet. Sterker nog: zwarte katten waren de begeleiders van heksen, en rode katers waren vooral het slachtoffer van een gruwelijk volksvermaak, zoals het kattenknuppelen.

Huiskatten

Volgens kunsthistoricus Harry J. Kraaij, gespecialiseerd in dieren in de negentiende-eeuwse kunst en auteur van een lijvige biografie van Henriëtte Ronner-Knip, is er zelfs een moment aan te wijzen waarop de Europese kattenliefde zich voor het eerst echt manifesteerde. Dat was de ‘Cat Show’ die de Engelse schilder Harrison Weir in 1851 in Crystal Palace in het Londense Hyde Park organiseerde. Daarna begon de opmars van de kat als huisdier – en dat ging met grote snelheid. Nog geen dertig jaar later was het al een rage onder welgestelde families om hun favoriete huisdier te laten vereeuwigen. Ronner-Knip beheerste dit genre als de beste. Aan het einde van de negentiende eeuw was haar faam zo groot dat zij vanuit heel Europa opdrachten kreeg. Vanaf haar veertigste schilderde ze eigenlijk alleen nog maar katten.

Interessant is ook om in haar oeuvre te zien hoe de poes een plek veroverde binnenshuis. In een van haar eerste schilderijen, Poes met jongen (1844), is de poes nog niet toegelaten in de huiskamer. Ze schildert het dier en haar jongen op een erf, in een nis van een (boeren)schuur, deels overwoekerd door klimop. In haar latere schilderijen hebben de katten echter een vaste plek in huis. Ze horen bij de familie, mogen op de piano of zelfs op het bureau van de heer des huizes klimmen.

De tentoonstelling brengt schilderijen en tekeningen bijeen uit grote particuliere en nationale collecties, waaronder het Rijksmuseum.

Lees ook: Onbehaarde Apen: Hoe de kat bij ons op schoot belandde

Heel bijzonder is dat het museum er in geslaagd is om het originele kattenkabinet van Henriëtte Ronner-Knip te lokaliseren. De kunstenares had een speciaal meubelstuk laten maken waarin ze haar poezen plaatste om ze vervolgens naar de natuur te schilderen. Een particulier kocht dit meubel onlangs bij een antiekhandelaar. Na onderzoek bleek dat het om dit originele meubelstuk gaat.

Op de expositie hangt naast het kabinet een foto waarop te zien is hoe het er in het atelier van Ronner-Knip aan toeging. Daarop staat zij zelf afgebeeld naast datzelfde kabinet, een penseel in de hand, spelend met de kittens achter het glas.

    • Joost Vermeulen