Recensie

Sobere symboliek in musicalversie ‘Op hoop van zegen’

Recensie In de musicalbewerking van Op hoop van zegen vloeien zang en spel vanzelfsprekend samen. Alles is statig, van de speelvloer tot de spelers.

Mariska van Kolck als weduwe Kniertje en Bill van Dijk als reder Bos in 'Op hoop van zegen'.
Mariska van Kolck als weduwe Kniertje en Bill van Dijk als reder Bos in 'Op hoop van zegen'. Foto Roy Beusker

Alles is sober aan de musicalversie van Op hoop van zegen, het uit 1900 daterende vissersdrama van Herman Heijermans. De speelvloer wordt hier gevormd door een spierwit en lichtelijk hellend plateau, daarboven hangen woelige wolken, op het achterdoek verwijst het strakke blauw naar lucht en zee, en de spelers staan er vaak statig bij – vooral als ze het verheven titellied zingen. Het vurige sociaal-realisme waarin Heijermans zijn oorspronkelijke toneelstuk dompelde, is verruild voor stemmige symboliek.

En er wordt zelfs een extra personage ingevoerd: geen bestaande vrouw, maar een levend boegbeeld, een soort sirene die tevens als engel des doods fungeert. Zij, in haar wufte lange gewaad, lijkt alle bewoners van dit naamloze vissersdorp onomstotelijk naar de zee te trekken – een bijna sprookjesachtige verschijning in een tableau dat door Heijermans destijds direct uit de wrede werkelijkheid werd geput.

Gevoelig

In elk geval staat ook in deze ingrijpende bewerking nog recht overeind dat reder Bos een wrakke schuit de zee opstuurt, in de veronderstelling dat zijn noodlijdende bedrijf uit de problemen zal raken door de uitkering van de verzekering. In het musicalscript van Allard Blom en regisseur Paul van Ewijk wordt dat verhaal kernachtig en zonder veel opsmuk verteld. De luisterrijke muziek van Tom Bakker is kundig verweven met de gesproken teksten: zo vormen zang en spel een hecht evenwicht. Ze vloeien zelfs zo vanzelfsprekend samen dat er zelden ruimte wordt gelaten voor applaus na een lied. Klappen past bijna nergens. De makers zijn gelukkig niet gezwicht voor de verleiding een lied te vervaardigen op basis van de klassieke zinsnede „de vis wordt duur betaald” – die vaststelling is als spreektekst al dramatisch genoeg.

Afgezien van enkele passages die net iets te schreeuwerig uitvallen, houden de elf acteurs hun spel doorgaans in bedwang. Dat geldt met name voor de twee hoofdrollen. Mariska van Kolck speelt Kniertje, de godvruchtige weduwe die in de loop van het stuk ook haar laatste twee zonen aan de zee zal verliezen. Ze houdt haar waardigheid overeind, maar weet toch iets te laten doorschemeren van haar grote verdriet. En tegenover haar staat Bill van Dijk als reder Bos – een rol met een levensgroot risico, omdat de man al te makkelijk kan worden gespeeld als een brute kapitalistenkarikatuur. Van Dijk laat echter niet alleen de negentiende-eeuwse potentaat zien, maar ook een man met enig gevoel in zijn donder.

    • Henk van Gelder