NRC checkt: ‘1,8 miljoen mensen bieden lang én intensief mantelzorg’

Dat stelt verzekeraar Nationale- Nederlanden in een reclame.

Foto Roos Koole/ANP

De aanleiding

Echt? Doen 1,8 miljoen mensen langdurig en intensief aan mantelzorg? Dus er zijn 3,6 miljoen mensen met weinig anders bezig dan mantelzorg geven of krijgen? Aldus een NRC-lezer na het zien van een reclame van Nationale-Nederlanden. Het spotje was in december op tv en is nog te vinden op de site van de verzekeraar. We zien Wiepke, een vrouw die liefdevol zorgt voor haar bejaarde, door een hersenbloeding getroffen moeder. Dan verschijnt de tekst, voorgelezen door een voice-over: „Er zijn 1,8 miljoen mantelzorgers die lang en intensief zorg verlenen.” Waarna de verzekeraar reclame maakt voor ‘vervangende mantelzorg’, die „jouw zorgtaken” tijdelijk overneemt.

Waar is het op gebaseerd?

Nationale-Nederlanden, zegt woordvoerder Bas Kuik, is uitgegaan van de Gezondheidsmonitor van CBS, GGD en RIVM. De laatste monitor verscheen in 2016, en daarin staat dat 14,2 procent van de Nederlanders van 19 jaar of ouder mantelzorg biedt. Dat komt neer op 1,8 miljoen mensen.

En, klopt het?

Laten we beginnen met definities. Zowel CBS als SCP meten mantelzorg. Beide bureaus definiëren mantelzorg in zekere zin ruim: alle zorg aan een hulpbehoevende uit iemands directe omgeving. Niet alleen je oude moeder aankleden is mantelzorg, maar ook het naar de bingo rijden van je oude buurvrouw, iemands geldzaken regelen, iemand met gezondheidsproblemen gezelschap houden. Toch meet het CBS mantelzorg strenger dan het SCP. Volgens het CBS ben je bijvoorbeeld pas mantelzorger als je óf langdurig óf intensief iemand helpt. ‘Langdurig’ is minstens drie maanden achtereen, ‘intensief’ is minstens 8 uur per week.

Het SCP telt ook korter durende mantelzorg mee. Mede daardoor lopen de totalen zeer uiteen. In 2016, het jaar waarop Nationale-Nederlanden zich baseert, was volgens het SCP liefst 32 procent van de bevolking mantelzorger – dat komt neer op 4,4 miljoen mensen.

De Gezondheidsmonitor van onder andere het CBS komt in 2016 dus uit op het bescheidener percentage van 14,2: de 1,8 miljoen mantelzorgers van Nationale-Nederlanden.

Dus de verzekeraar heeft gelijk, volgens de CBS-definitie? Nee. Die 1,8 miljoen mensen van het CBS bieden allen langdurige óf intensieve mantelzorg. Ze helpen iemand dus minstens langer dan drie maanden óf minstens 8 uur per week. Nationale-Nederlanden spreekt echter van „lang én intensief”. En dan kom je nog niet eens in de buurt van de 1,8 miljoen.

Grappig genoeg laat een rapport van niet het CBS, maar van het SCP dat haarfijn zien. Want ook al tellen SCP-onderzoekers alle mantelzorg mee, kort én lang, ze vragen respondenten net als het CBS of ze de zorg langer of minder lang dan 8 uur per week en langer of minder lang dan drie maanden achtereen leveren. En wat blijkt, uit het SCP-rapport Voor elkaar? (2017): van al die 4,4 miljoen mantelzorgers van het SCP, levert verreweg de meesten weliswaar langdurige óf intensieve mantelzorg, maar slechts 17 procent doet ‘en én’. Dat komt neer op 750.000 mensen – ruim een miljoen minder dan de 1,8 miljoen van Nationale-Nederlanden.

Het verschil met het strengere CBS is uiteraard nog groter. CBS-onderzoeker Jan-Willem Bruggink: „4,6 procent van de bevolking van 19 jaar of ouder leverde in 2016 langdurige én intensieve mantelzorg.” Dat komt neer op een kleine 604.000 mensen – eenderde van het door Nationale-Nederlanden geclaimde aantal.

Conclusie

Nationale-Nederlanden spreekt over langdurig én intensieve mantelzorg door 1,8 miljoen mensen. Dat moet zijn: ruim 600.000 mensen (CBS) of 750.000 (SCP). Of het woord ‘en’ had moeten worden vervangen door ‘of’. Dat laatste heeft de verzekeraar na deze factcheck alsnog gedaan. Althans: online tekstpassages zijn aangepast. Het op de site te bezichtigen spotje met de onjuiste informatie wordt niet aangepast, zegt woordvoerder Kuik, want „de campagne is voorbij.” Hoe het ook zij: we beoordelen de stelling als onwaar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt