Zain Al Raffeea in ‘Capharnaüm’.

Nadine Lanaki: ‘Ik moet de wanhoop een gezicht geven’

Nadine Lanaki In het ontroerende ‘Capharnaüm’ van de Libanese regisseur staan de lotgevallen van de twaalfjarige Syrische vluchteling Zain centraal.

Er zit niets anders op. Ik biecht maar meteen op tegen regisseur en actrice Nadine Labaki op het filmfestival van Toronto dat ik enorm heb moeten huilen bij haar film Capharnaüm. De film vertelt het verhaal van de twaalfjarige Zain – al weet niemand hoe oud hij precies is want zijn ouders zijn bij zijn geboorte ‘vergeten’ hem aan te geven. We volgen de jonge Syriër op zijn omzwervingen door de Libanese hoofdstad Beiroet – een roadmovie te voet – en krijgen zo een nietsontziend inkijkje in het leven van vluchtelingen, statelozen en ongedocumenteerden, in een wereld van kinderarbeid en meisjes die op het moment dat ze beginnen te menstrueren worden uitgehuwelijkt, zodat hun ouders niet meer voor ze hoeven te zorgen.

Labaki werkte vijf jaar aan de film en deed eindeloos veel research. Ze bezocht vluchtelingenkampen en gevangenissen. Het verhaal in haar film loopt voor een groot deel parallel aan dat van hoofdrolspeler Zain Al Rafeea. Labaki: „Hij is te trots om er veel over los te laten. Toen we de film draaiden was hij twaalf, maar hij ziet eruit als acht ten gevolge van ondervoeding. En ja, hij is een mirakel. Je ziet álles in zijn ogen.”

De Libanese filmmaker (Caramel, Where Do We Go Now?) groeide op in een door oorlog verscheurd land, en de gevolgen van steeds weer nieuwe oorlogen, grensconflicten en bijbehorende vluchtelingenstromen zijn ook het decor van haar nieuwe film.

Labaki kan weinig met de hier en daar geuite kritiek dat haar film bij vlagen te mooi of te sprookjesachtig zou overkomen. „Vanaf het begin was de bedoeling om zoveel mogelijk op echte locaties te draaien met niet-professionele acteurs zodat iedereen zijn eigen ervaringen in de film kon verwerken. We hebben juist zo min mogelijk geprobeerd in te grijpen in de werkelijkheid. En als crew probeerden we zo onzichtbaar mogelijk te zijn. Zelfs de dialogen waren niet uitgeschreven. Ik voel me verantwoordelijk om deze problemen zo eerlijk mogelijk te laten zien. Het enige wat je kunt zeggen is dat de werkelijkheid nog erger is. Als ik die precies had laten zien was het te heftig geworden.”

Labaki (1974) maakte als actrice onder meer naam in de Marokkaanse film Rock the Casbah (2013). Capharnaüm, haar derde film als regisseur, werd vorig jaar op het filmfestival van Cannes onderscheiden met de Juryprijs en is inmiddels genomineerd voor een Oscar voor beste niet-Engelstalige Film.

Ontmenselijkt

Capharnaüm begint met een onthutsende rechtbankscène waarin Zain zijn ouders aanklaagt omdat ze hem op deze wereld hebben gezet. De scène is fictief, maar Labaki voegde hem toe om de film een symbolische laag te geven. Het grootste deel van de film draait om de nieuwe familie die Zain vindt bij de Ethiopische Rahil en haar zoontje Yonas, als hij van huis is weggelopen. De vindingrijkheid van de jonge Zain is tragisch en tegelijkertijd hartveroverend: een Klein Duimpje zonder reus.

„Veel van de kinderen die ik sprak zeiden dat ze net zo goed dood konden zijn”, vertelt Labaki. „Ze worden elke dag met zoveel geweld en misbruik geconfronteerd. Ze zijn verdoofd. Ze lachen niet meer. Ze spelen niet meer. Ze zijn compleet in de steek gelaten. Ik heb geen idee wat er van ze moet worden als ze opgroeien, wat hun reactie zal zijn op een wereld die hen volkomen aan hun lot overlaat en ontmenselijkt. Ik ben helemaal niet verbaasd als ik zoveel terrorisme over de hele wereld zie. Wij hebben dat zelf gecreëerd. Ik moest deze woede en wanhoop een stem geven.”