Man opgepakt die revolver verkocht aan dader aanslag Straatsburg

Het gaat om de 78-jarige Albert B. Ook vier familieleden van hem werden opgepakt. Bij de aanslag op een kerstmarkt vielen in december vijf doden.

De kerstmarkt in Straatsburg drie dagen na de aanslag.
De kerstmarkt in Straatsburg drie dagen na de aanslag. Foto Ronald Wittek/EPA

De Franse politie heeft dinsdagmorgen een 78-jarige man opgepakt die een revolver zou hebben verkocht aan de dader van de aanslag in december vorig jaar op de kerstmarkt in Straatsburg. Politiebronnen bevestigen dat aan persbureau AFP, nadat het blad Le Point als eerste berichtte over de arrestatie. Vier anderen zijn ook aangehouden.

Volgens Le Point stond verdachte Albert B. al bekend bij politie en justitie als wapenhandelaar. Zijn 34-jarige zoon Stéphane hoorde ook bij de arrestanten. Hij zou hebben opgetreden als tussenpersoon tussen zijn vader en de groep rond de doodgeschoten dader Chérif Chekatt. De andere drie dinsdag opgepakte verdachten zijn familieleden van Albert en Stéphane B. Ze zouden niet hebben geholpen bij de daadwerkelijke voorbereiding van de aanslag.

Lees ook: ‘Schutter Straatsburg bereidde aanslag maandenlang voor’

Schieten en steken

Twee andere verdachten zaten al vast voor betrokkenheid bij de aanval, die op 11 december vorig jaar het leven kostte aan vijf mensen. Chekatt liep tegen acht uur ‘s avonds de kerstmarkt op en begon om zich heen te schieten en te steken. Twee slachtoffers overleden direct, drie anderen stierven in het ziekenhuis. Er vielen ook elf gewonden.

Chekatt vluchtte na de terreurdaad in een taxi en werd twee dagen later in Straatsburg gedood door de politie. Hij handelde uit jihadistische motieven. Tegen de taxichauffeur zei Chekatt dat hij “mensen had vermoord”, voor de “overleden broeders in Syrië”. Omstanders hoorden hem tijdens de aanslag “Allahu Akbar” (“God is de grootste”) roepen. Toen hij tien jaar geleden in de gevangenis zat - Chekatt had een strafblad met 27 vergrijpen - had hij een poster van Osama bin Laden aan de muur.

    • Vincent Sondermeijer