De zoete geur van schapendood

en wandelen in Marokko en doen verslag. Waarom de koe van ‘La Vache qui rit’ zo lacht.
In de medina in Fez.
In de medina in Fez. Foto Anita Janssen

We hebben ons door Nederlandse vrienden laten verleiden tot een wandeling met kamelen in de Sahara. Annie sloeg meteen aan op het idee, want zij is in haar vorige leven woestijnprinses geweest. Ik moet er nog achter komen wat er zo leuk is aan het eindeloos voortploegen door het mulle zand in de stilte van het niets.

We plakken er gelukkig eerst een rondreis door Marokko voor en beginnen in Casablanca want daar zijn we allebei nog nooit geweest en het klinkt zo lekker Humphrey Bogart.

En inderdaad, je zit meteen in een ingekleurde zwart-witfilm die nog rondom betegeld is ook in geheimzinnige geometrische patronen. Ik bedoel te zeggen dat je je in een compleet andere wereld waant, terwijl het maar drieënhalf uur vliegen is volgens Annie, ik doe er altijd langer over.

De zwaar gemozaïekte lobby van ons hotel zit vol Chinezen. Wat doen die daar nou, vragen we ons in eerste instantie af. Nu een paar dagen later, we zitten inmiddels in tegelparadijs Fez, weten we dat alle ontbijtzalen van alle Marokkaanse hotels uitpuilen van de Chinezen die met lange verbaasde tanden chocoladebroodjes naar binnen werken met honing en La vache qui rit. Daarna zakken ze neer in de lobby, vermoedelijk met een suikerdip. Die koe lacht zo hard omdat zij zich bijna over het hele Afrikaanse continent heeft uitgesmeerd en overal in de ochtend op het hoofdmenu staat, zo heb ik gemerkt op eerdere reizen door het immense Frans-Afrikaanse koloniale rijk. Met andere woorden: er is niets anders te krijgen.

Als je van lekker veel suiker houdt, zit je hier goed. We hebben gelezen dat de mierzoete islamitische keuken, gecombineerd met een genetische aanleg ervoor zorgt dat diabetes type 2 hier vaker voorkomt dan bij ons. U begrijpt, het is even wennen, want we waren net van de suiker af. En wat die Chinezen betreft in deze razendsnel veranderende wereld, misschien zoeken zij nieuwe vrienden – zoals hun regering dat in de wereldpolitiek doet – en misschien ook wat exotische piekervaringen in Afrika.

Want zo gaat dat. Over exotische piekervaringen gesproken, Ricks Café in Casablanca (nagebouwd naar aanleiding van de gelijknamige film) was helaas dicht en we hadden geen zin om te wachten want het zag er aan de buitenkant uit als een seksmuseum annex toeristenfuik op het Damrak in Amsterdam. Dan liever naar de echte kroegen, waar alcohol geschonken wordt en mannen in djellaba op paarden wedden. Dat verbaast ons dan weer – in een islamitisch land.

U begrijpt, we kijken onze ogen uit en genieten met volle teugen. Jammer dat het weer niet lekker meespeelt, het druilt en het is chill terwijl we door de medina dwalen in Fez, met zijn eindeloze nauwe steegjes, winkeltjes en hosselaars. Als je een leren tas of jas zoekt zit je hier goed, hier zijn de leerlooierijen, met de zoete lucht van de schapendood die maar achterin mijn neus blijft hangen.

„Kom we gaan een auto huren en naar het zuiden”, roept Annie monter, „daar is het twintig graden.”

    • Tosca Niterink
    • Anita Janssen