Opinie

De onzin van breinleren op school

Onderwijsblog Iets uit je hoofd leren heet nu ‘blijvende neurale netwerken aanleggen’, maar verder bevat breinleren niets nieuws, schrijft Tjip de Jong.

Istock

Er is een nieuwe term in opkomst in de onderwijswereld: breinleren. Het lijkt een veelbelovend concept want de boeken, vlogs, podcasts, websites en artikelen vliegen mij om de oren. Het idee: dankzij de meest recente kennis over ons brein is het mogelijk onderwijs voor kinderen radicaal te verbeteren. Door gebruik te maken van sleutelfactoren zoals neurale paden, adrenaline en andere brein-kenmerken leren kinderen sneller en effectiever. Leerkrachten zouden dan wel ‘breinbewust’ les moeten gaan geven. Menig school organiseerde al een studiedag of jaaropening rondom deze grijze, mysterieuze massa. Breinleren is dus hip. Maar werkt het ook?

Is breinleren niet zoiets als witte sneeuw?

Hoe komt het dat ik zo in de war raak van het woord breinleren? Ook mijn computer had moeite met de samenvoeging van de woorden brein en leren, dus misschien ben ik zo gek nog niet. Is breinleren niet gewoon een pleonasme, zoals omhoog springen, zitstoel of tekenpotlood? Kan een mens ook leren zonder een brein? Ik dacht dat dit alleen mogelijk was in sciencefiction films. Nog ingewikkelder wordt het als ik lees hoe sommige breinexperts stellen dat ons brein net zo werkt als dat van reptielen, omdat we hiervan zouden afstammen. Ons brein reageert sterk instinctmatig, waardoor we handelen vanuit een soort reflex. Valt daar niet tegen op te studeren? Daar ben je dan mooi klaar mee als jong ambitieus kind!

Wat is er nieuw aan?

Breinleren doet mij overigens ook denken aan de aandacht die er een paar jaar geleden was voor verschillende soorten denkers, zoals beelddenkers, woorddenkers en patroondenkers (hoor ik niks meer over), over het belang om eerst te leren leren (blijkt toch niet echt te werken) of de indeling van kinderen naar rijpe en onrijpe fruitsoorten. Allemaal vergelijkbare pogingen in de zoektocht naar diversiteit van leerprocessen waar ik niets meer over hoor. Maar ik hou vol, want volgens sommigen is breinleren wél ‘here to stay’. Ik zocht op wat een school allemaal kan doen met kennis over het brein. Er zijn zelfs voorstanders van zogeheten breinscholen. Dit zijn enkele uitgangspunten:

• Zuurstof is cruciaal om te kunnen leren. Scholen doen er daarom goed aan hun lokalen goed te ventileren en van frisse lucht te voorzien.
• Variatie in activiteiten in de klas is cruciaal. Probeer na een periode van bijvoorbeeld stillezen beweging aan te moedigen.
• Maak ook plezier! Het brein heeft dit nodig want het maakt hierdoor andere stofjes aan die leerprocessen versterken.
• Coöperatieve werkvormen bevorderen ook het breinleren. Het kan stimulerend werken om kinderen in groepjes aan een opdracht te laten werken.
• Zichtbare vooruitgang is zeer belangrijk. Je kunt dit als leerkracht realiseren door aantekeningen op het digibord te maken of de muren te gebruiken om gemaakte materialen op te hangen.
• Geef regelmatig positieve en waarderende feedback, ons brein leert veel beter van complimenten dan van kritiek.
Ik kan me niet aan de indruk ontrekken dat bovenstaande uitgangspunten al heel lang bekend zijn. Sterker nog, volgens mij is elke pabo doordrongen van deze principes. Wat is er nu eigenlijk zo innovatief en nieuw aan al dat breinleren of is er iets anders aan de hand?

ANP Infographics

Breinleren als newspeak

Er worden wel nieuwe termen verzonnen voor wat al bekend was. Hier een korte woordenlijst.

Zelfstandig werken wordt Breinbewust leren
Studievaardigheden ontwikkelen heet ‘De executieve functie van de leerling mobiliseren’
Een nieuwe opdracht toelichten: ‘Een prikkelende cognitieve uitdaging aanreiken’
Iets uit je hoofd leren: ‘Blijvende neurale netwerken aanleggen’
Nadoen wat de leerkracht doet: ‘Spiegelneuronen activeren.’
Moeite hebben met de stof: ‘Overbelasting van het werkgeheugen’
Makkelijk / moeilijk: ‘Rijp / onrijp brein’
Een compliment geven: ‘Dopamine in het brein stimuleren’

Die nieuwe termen lossen veel problemen in ons onderwijs echt niet op. Sterker nog: al die aandacht op dit nieuwe thema kost alleen maar tijd. En erger vind ik dat er wederom een concept is gevonden dat leerkrachten en directeuren gevangen houdt in een web van voortdurend nieuwe terminologie en ingewikkelde redeneringen over de noodzakelijke verbeteringen in het onderwijs. Zouden zij de studiedagen over breinleren volgen uit nieuwsgierigheid of uit onzekerheid? Volgens mij heeft ons basisonderwijs niets nieuws nodig, maar schreeuwt het om tijd, aandacht en budget om de taken die er echt toe doen kwalitatief goed uit te voeren.

Terug naar de werkelijke onderwijsproblemen

De bestudering van het brein is wetenschappelijk relevant en zal vast tot meer inzichten leiden over leerprocessen, groei en kennisontwikkeling. Als wetenschapper lees ik dit soort studies graag. Ik weet alleen niet of kennis over ons brein zo bijster interessant is voor leerkrachten op bijvoorbeeld de basisschool en of het direct praktische toepasbaar is. Sterker nog: ik denk zelfs dat we zeer voorzichtig moeten zijn om deze conclusies direct in een schoolcontext te plaatsen. De werking van ons brein is machtig interessant, en heeft veel in petto voor het begrijpen en behandelen van brein-gerelateerde zaken zoals psychiatrische aandoeningen, ontwikkelingspsychologie, verslaving, de werking van hormonen en fysieke reacties op al deze zaken. Maar het zegt mijns inziens betrekkelijk weinig over het organiseren van een aantrekkelijke schoolomgeving waarin kinderen goed onderwijs krijgen.

Een tweede reden waarom ik hier sceptisch tegenover sta, is de instrumentele ondertoon van breinleren. Alsof we heel gemakkelijk kunnen inspelen op de feitelijke werking van het brein om leren te ‘garanderen’. Helaas mogen we ook niet onderschatten hoeveel belang commerciële partijen en overheidsinstanties hebben bij dit soort nieuwe trajecten. Liever zou ik de heldere aanbevelingen van leerkrachten opvolgen om zo ons onderwijs op korte termijn te verbeteren. Kleinere klassen, minder werkdruk, een eerlijk salaris en een prettige werkomgeving. Het klinkt misschien wat minder hip dan een breinworkshop, maar ik vermoed dat deze aanbevelingen de resultaten op veel basisscholen zal verbeteren.

Tjip de Jong is wetenschapper, docent en organisatieadviseur. Samen met prof. dr. Joseph Kessels schreef hij onder andere het filosofieboek ‘Denken in organisaties; pleidooi voor een nieuwe Verlichting’.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.