China strooit met geld in hightechsector

China streeft naar dominantie in hightech, nodig voor welvaartsgroei. Daarvoor is veel overheidsgeld beschikbaar. Start-up Pinlan heeft er baat bij.

Het beginkapitaal voor Pinlan kwam van investeerders, zegt Evan Li.
Het beginkapitaal voor Pinlan kwam van investeerders, zegt Evan Li. Marc Ressang

Evan Li moet erom lachen. Nee, het bier, de wijn en de frisdranken op de planken aan de muur van zijn kantoor mogen zijn werknemers niet opdrinken. Zijn hightech start-up Pinlan gebruikt ze voor iets heel anders.

Li richt zijn telefoon op een plank waarop pakjes Whiskas staan. Op zijn telefoon verschijnen rode blokjes rond het kattenvoer. „Kijk, als je met deze app een foto maakt van de producten in de schappen, krijg je meteen een analyse van hoeveel producten er staan, hoe ze gepresenteerd worden en vooral: hoe dat beter zou kunnen. De app leert zelf ook van de foto’s via kunstmatige intelligentie.”

Zijn bedrijf, gevestigd op een bedrijventerrein in een moderne buitenwijk van Shanghai, is interessant voor de Chinese overheid. Die streeft ernaar dat China tegen 2025 internationaal dominant is in kunstmatige intelligentie en andere hightech. Ze schreef daarvoor het plan Made in China 2025.

Dat was tegen het zere been van de Verenigde Staten. Volgens de Amerikaanse president Donald Trump trekt China zijn hightechbedrijven voor door ze vol te stoppen met staatssubsidies. Hij begon een handelsoorlog.

Op dit moment is de Chinese vicepremier Liu He in Washington om te proberen verdere escalatie van die handelsoorlog te voorkomen. Als dat niet lukt, verhogen de VS per 1 maart hun importtarieven op Chinese goederen ter waarde van 200 miljard dollar van 10 naar 25 procent.

Gezondheidsadvies

Aan export denkt Evan Li voorlopig nog niet. De wereldkaart op de muur van zijn kantoor is een overblijfsel van een vorige start-up, verhuisd naar een grotere ruimte. Hij is nu bezig een robot te ontwikkelen die langs de planken kan rijden om die te fotograferen, en die er op den duur ook goederen op kan zetten – netjes, correct en goedkoop. Dat kan grote besparingen opleveren.

Als het allemaal lukt tenminste, want Li weet uit eigen ervaring dat de meeste start-ups mislukken. Hij studeerde kunstmatige intelligentie aan de Carnegie Mellon Universiteit in de VS, hij werkte in Silicon Valley. In centraal-China begon hij alweer even geleden, samen met een Nederlandse, zijn eerste Chinese start-up. Hij leverde op maat gesneden gezondheidsadvies op basis van iemands genenpakket. „Mooi werk en een mooie kliniek”, zegt Li, maar de dienst bleek uiteindelijk ook voor rijke Chinezen te duur.

De firma die hij nu met twee compagnons heeft, is in principe een privébedrijf. „We zijn begonnen in het pakhuis van een vriend van ons, maar dat werd al snel te klein. Daarna konden we drie maanden gebruikmaken van tien werkplekken die de overheid ons gratis beschikbaar stelde. Het was niet makkelijk ze te krijgen: er zijn veel start-ups die er belangstelling voor hebben.”

Tien werkplekken was al snel niet meer genoeg. Pinlan, eind mei 2018 opgericht, zit nu op een bedrijventerrein waar alleen maar goedgeklede en hoogopgeleide jongeren werken. De grote, open bedrijfsruimte biedt plaats aan vijftig mensen. „We hebben er nu dertig, maar ik hoop dat halverwege 2019 alle bureaus bezet zijn.”

Durfinvesteerders

Het beginkapitaal voor zijn start-up komt van zogeheten angel investors. „Net als in Silicon Valley: het zijn durfinvesteerders en niet de banken die geld steken in start-ups: voor de banken is het risico veel te groot.”

Één verschil is er wel: durfkapitaal voor privébedrijven komt in China vaak indirect toch van de overheid, niet van rijke individuen of private fondsen. Zakenkrant Financial Times spreekt van een bedrag van 12,5 biljoen yuan dat de Chinese overheid beschikbaar stelt voor durfinvesteringen in hightech. Dat is ruim 1,6 biljoen euro. De krant meldt daar wel bij dat het in de praktijk knap lastig is dat geld te investeren in zinnige projecten, en dat de investeringen in het echt waarschijnlijk een stuk lager uitpakken.

Lees ook: Tech-oorlog China-VS: over ons, zonder ons

Hoeveel van zijn startkapitaal Pinlan indirect van de overheid heeft, is door de constructies met tussenpersonen die bedrijven selecteren ook voor Li niet helder. Gek vindt hij het niet. „Als een multinational ergens kansen ziet, investeert zo’n bedrijf ook in de hoop om veel winst te maken. Voor de Chinese overheid ligt dat niet anders.”

Maar de overheid gaat het om iets anders dan puur financieel gewin. Bedrijven als Pinlan moeten China helpen de economie op een hoger plan te brengen. Het land kan en wil zich niet langer richten op massaproductie van goederen met een lage toegevoegde waarde, zoals textiel en schoenen. Daarvoor liggen alleen al de lonen inmiddels te hoog. China kan toekomstige welvaartsgroei slechts garanderen als de economie innoveert. Daarom zet de overheid alles op alles om een enorme sprong op hightech-gebied te maken.

Li bekijkt het allemaal van de praktische kant. Hij had in Silicon Valley kunnen blijven, maar keerde terug naar China. Uit vaderlandsliefde? „Het duurt jaren voordat je in de VS een verblijfsvergunning krijgt, en daar wilde ik niet op wachten”, zegt hij. „Nu hoop ik dat ik hier slaag, en tot nu toe gaat het goed.”

    • Garrie van Pinxteren