Recensie

Chailly’s Scala-orkest vult Concertgebouw met gelaagd spel

Recensie Het Orchestra Filarmonica della Scala kwam voor het eerst naar Amsterdam. Oud-chef van het Concertgebouworkest Riccardo Chailly bracht sferen van majesteit, horror en bombast.

Riccardo Chailly, voormalig dirigent van het Concertgebouworkest en huidig artistiek directeur van de Milanese Scala. Hij stelde zijn orkest samen uit de leden van het operaorkest.
Riccardo Chailly, voormalig dirigent van het Concertgebouworkest en huidig artistiek directeur van de Milanese Scala. Hij stelde zijn orkest samen uit de leden van het operaorkest. Foto Ronald Knapp

Misschien dat links of rechts de gedachten afdwaalden naar die andere Italiaanse ex-KCO-chef, de in ongenade gevallen Daniele Gatti, maar Riccardo Chailly werd in het Concertgebouw onthaald als een verloren zoon. Vorig jaar maart was hij nog te gast bij het Concertgebouworkest, waarvan hij tussen 1988 en 2004 chef-dirigent was en sindsdien ‘conductor emeritus’. Ditmaal had Chailly zijn huidige orkest meegenomen, het Orchestra Filarmonica della Scala, samengesteld uit leden van het operaorkest van de Milanese Scala waarvan hij artistiek leider is.

Lees meer: Chailly speelt met Stravinsky’s ‘Vuurvogel’

De Filarmonica, in 1982 opgericht door Chailly’s mentor Claudio Abbado, was nooit eerder te gast in het Concertgebouw. Symfonische muziek is in Italië een ondergeschoven kindje, maar dat de Filarmonica geen in de concertzaal verdwaald operaorkest was maakten de openingsmaten van Bartóks Concert voor orkest direct duidelijk. Een waaier van klankkleuren ging open, met tintelend pianissimo evoceerde Chailly een magische sfeer. Het eerste deel ontwikkelde zich tot een opwindend en gelaagd spel van dynamiek en timbres, met grote exactheid uitgevoerd.

Het tweede deel, met de inzet op de kleine trom, nam Chailly niet in het trage tempo uit de gedrukte partituur, maar (net als in zijn opname met het Concertgebouworkest) in het vlotte tempo dat Bartók volgens onderzoek van onder meer Solti eigenlijk bedoeld zou hebben. Chailly overtuigde door zijn voorwaartse timing, die het deel de nodige drive gaf.

De gloedvolle klank en het scherpe profiel namen de Italianen mee naar de Schilderijententoonstelling van Moessorgski, waar de opera-achtergrond van dirigent en orkest goed van pas kwamen. De opeenvolgende sferen waren steeds goed getroffen: een majesteitelijke openingspromenade, horrormuziek met schurende chromatiek in De gnoom, dartele (tikje onstrakke) accenten in het Ballet van de kuikens, even gas terug en vervolgens ongeremde bombast in De grote poort van Kiev. In de derde promenade speelde Chailly de ingenieuze instrumentatie van Ravel geweldig uit, zodat een schittering vanuit de bassen doorbrak als de opkomende zon.

    • Joep Stapel