Brieven

Brieven

Het omgekeerde is waar

Van corruptie is sprake als een opdrachtgever, veelal een overheid, door omkoping een opdracht niet tegen de best mogelijke prijs/kwaliteit in de markt kan laten uitvoeren (SHV verdenkt dochter van omkoping, 28/1). Daarvan is hier in het geheel geen sprake, uit niets blijkt dat Mammoet bij aanbesteding onjuist heeft gehandeld. De opdrachtgever, de Iraakse overheid, is, zo lijkt het, bij de aanbesteding op geen enkele wijze door het betalen van smeergeld benadeeld. Het omgekeerde is hier het geval, hier wordt de uitvoerder benadeeld. Het lijkt mij niet meer dan normaal dat een uitvoerder alles in het werk stelt de rechtmatig overeengekomen prijs betaald te krijgen. De kosten die hiervoor worden gemaakt komen evenmin ten laste van de Iraakse overheid, deze kosten (‘incassokosten’?) lijken hier ook ten laste te komen van de uitvoerder.

Machtig vertoon

Hartverwarmend is de oproep van de Franse filosoof Bernard-Henry Lévy en de vele andere intellectuelen om Europa te beschermen tegen het oprukkende populisme (Huize Europa staat in brand, 27/1). In zekere zin doet hun noodkreet me denken aan het Comité van Waakzaamheid dat in de jaren dertig door een aantal prominente Nederlandse schrijvers (Vestdijk, Ter Braak en anderen) was opgericht om de bevolking te waarschuwen tegen de gevaren van het nationaal-socialisme. Hun protest had echter geen enkel effect en ik vrees dat de oproep van Lévy cum suis eenzelfde lot is beschoren. Politieke leiders worden er zeker niet door gestopt. Macht komt tenslotte niet uit de mond van filosofen, maar in tijden van acute dreiging nog altijd uit de loop van een geweer.

Leermomentje

Anders dan Ferdinand Mertens (Doe dit toch niet, Brieven, 24/1) vond ik de foto van Rutger Castricum met voeten op de barkruk hoogst opvoedend: zo ziet huftergedrag er nou uit. Ik protesteer altijd als iemand in de trein zijn schoenen op de bank tegenover plaatst. Mijn terechtwijzing levert uiteenlopend reacties op, van ‘sorry’ tot ‘is de trein soms van jou?’ en ‘ben je soms God?’ – beide laatste vragen kan ik naar waarheid ontkennend beantwoorden. Ik vraag alleen aan andere reizigers te denken: die hoeven toch niet in zolenvuil te zitten, wel? Als de aangesprokene de schoenen dan toch op de zitting laat, hoop ik op de komst van de conducteur: dan worden de voeten schielijk van de bank gehaald en op de grond gezet. Een tevreden glimlach laat zich dan niet onderdrukken.

Insluiting of uitsluiting

Volgens Eric Hendriks (Twistgesprek: De verengelsing van universiteiten is positief, Opinie & Debat, 26/1) is voor Nederlandse academici beheersing van de Nederlandse taal niet zo belangrijk. Engels is te prefereren, „anders sluiten we ons nodeloos op in een klein taalgebied”. Maar geldt dat dan eigenlijk niet voor alle Nederlanders? Waarom zouden alleen wetenschapsbeoefenaren van die blikverruiming mogen profiteren? Of is het juist het omgekeerde en sluiten de gretig Engelssprekende academici zich op in een beperkte wereld, het academisch provincialisme van ‘ons kent ons’ in de specialismes waar men ‘universele waarheden’ genereert?

Het scheelt een lettertje

In Nederland nippen we wijn, ook witte. Engelsen sippen.

Straks helemaal.

Correcties/aanvullingen

Troelstra

Bij de recensie van het boek De revolutie die niet doorging. De tragedie van Troelstra – november 1918 (Boeken, 25/1, p.10) stond een verkeerd fotobijschrift. Troelstra sprak niet op 12 november 1918 op het Malieveld in Den Haag, maar op ‘Roode Dinsdag’ (Prinsjesdag) 1911.