‘Achterban CDA en VVD positief over rekeningrijden’

Een meerderheid van de Nederlanders is voor een vorm van rekeningrijden. Dat blijkt uit een onderzoek van I&O-research.

Op de A12 ter hoogte van Woerden staat een testopstelling van verkeerssystemen van Rijkswaterstaat.
Op de A12 ter hoogte van Woerden staat een testopstelling van verkeerssystemen van Rijkswaterstaat. Foto Lex van Lieshout/ANP

Meer dan de helft van de CDA en VVD-kiezers staat positief tegenover een vorm van rekeningrijden. Daarmee wijkt een groot deel van de kiezers af van het partijprogramma van de twee rechtse coalitiepartners. Dat schrijft de Volkskrant dinsdag op basis van een onderzoek door I&O Research in opdracht van de krant.

Onder de 3.263 volwassen Nederlanders die I&O ondervroeg, zei 58 procent vóór een vorm van rekeningrijden te zijn. Twintig procent was tegen. Uit onderzoek uit 2010 en 2016 bleek ook al dat een meerderheid van de Nederlanders het eerlijker vindt om te betalen per kilometer, dan voor het bezit van een auto. Slechts 18 procent vindt dat de huidige mottorijtuigenbelasting zou moeten blijven.

Lees ook: Rekeningrijden helpt tegen files, maar de politiek en de ANWB zien dat niet zitten

Het onderzoek ondervroeg de respondenten ook over andere vormen van betalen voor uitstoot. 33 procent van de mensen vond de spitstaks, waarbij automobilisten meer betalen tijdens de spits dan daarbuiten, een goed idee. 47 procent stond positief tegenover de ecotaks. Daarbij betalen automobilisten bij een hogere CO2-uitstoot van de auto.

Hoewel een meerderheid van ‘autopartijen’ als VVD, CDA of FvD ook vóór een vorm van rekeningrijden is (respectievelijk 55, 52, en 57 procent), zien veel van deze kiezers nog wél een oplossing in het uitbreiden van de snelwegen. Kiezers van GroenLinks, D66, PvdD en PvdA zijn daar zelden voorstander van.

Openbaar vervoer

Veel ondervraagden stellen wel randvoorwaarden bij de invoering van rekeningrijden. Zo moet het openbaar vervoer beter en goedkoper worden, zodat het een goed alternatief voor de auto kan bieden.

Daarnaast heeft 6 procent van Nederlanders géén alternatief voor de auto, en zal dus veel meer moeten betalen. Een substantieel deel van die groep zou tot de ‘lagere middenklasse’ behoren.