Opinie

The Inuit way

Column Claudia de Breij schrijft vanaf nu elke maand in Het Blad over hoe zij zich handhaaft in hedendaags Nederland.

Claudia de Breij

Paradigma’s verschuiven als ijskappen op de pool. Eerst zie je een klein barstje verschijnen in wat eeuwenlang vanzelfsprekend leek, zoals metersdik ijs of een zwartgeschminkt gezicht, dan begint het te kraken en daarna dondert het met wild geraas in elkaar, ons achterlatend met overstromingen, tranen, toestanden.

Tijdens de paradigmaverschuiving waarin wij ons bevinden zoeken mensen houvast in het vastleggen wie bij welk kamp hoort. Wie vindt dat Zwarte Piet ook best oranje mag zijn, woont vast in de grachtengordel, wie denkt multinationals meer moeten meebetalen aan een beter klimaat dan je oma moet haast wel een geel hesje dragen.

Inclusiviteit is links, autorijden is rechts.

Hoe handhaaf je jezelf hierin? Vroeger had je een katholieke, een protestante en een socialistische zuil om in te schuilen, nu is je bubbel allesbepalend.

Maar ik heb het moeilijk. Ik ben voor inclusiviteit én ik hou best wel van autorijden. Het lukt mij maar niet om netjes binnen mijn bubbel te blijven. Als Femke Halsema zegt dat ze het boerkaverbod niet gaat naleven, irriteert me dat. Waarom wetten aannemen als overheidsdienaren die weigeren uit te voeren? Wat is dat voor rechtsstaat, wat is dat voor democratie, vraag ik me af, plotseling in het wonderlijke gezelschap van mensen die vooral vinden dat witte mannen het vandaag de dag zo moeilijk hebben – en dat vind ik dan weer niet. Bien etonné.

Ik zeg wit, ja, want blank vind ik ouderwets. Ik heb een bruine piano, die staat in de blanke lak. Blank betekent doorzichtig. Blank is geen kleur. Er zijn mensen die me daarom een linkse zeikerd zullen vinden, en van die mensen vind ik dan ook weer iets, maar onlangs werd ik overspoeld door een golf van begrip voor juist deze mensen.

Dat komt: er was een workshop kerstliedjes zingen. Vijftien mensen deden vrolijk mee, tot ze bij Winter Wonderland waren aangekomen.

We’ll frolic and play

The Eskimo way

Walking in a winter wonderland

werd er gezongen. „Hoho”, zei een van de deelneemsters. „Dat kan niet meer hè? Eskimo. Dat gaan we niet zingen. Maar we hebben het gecheckt en je kunt het er prima op kwijt hoor.”

„Wat?”, vroeg de zangdocente.

„Inuit. We’ll frolic and play, the Inuit way, walking in a winter wonderland.”

„Maar,” sputterde de lerares nog, „is Eskimo niet gewoon Eskimoos voor Inuit?”

„Nee, nee, Eskimo betekent viseter.”

„Maar ze éten toch ook vis?”, vroeg de zangjuf, zich wanhopig vastklampend aan haar bladmuziek.

„Ja, ook. Maar ook andere dingen. Eskimo is een scheldwoord, Inuit is de naam van een volk.”

Daarna zong iedereen wat hij zelf het beste vond. We komen er wel. Ik zal handhaven.