Archeoloog en kinderboekenschrijver Linda Dielemans.

Bram Petraeus

‘Schrijvend los ik archeologieraadsels op’

Linda Dielemans, schrijfster en archeoloog

Hoe leefden mensen? Dat kunnen archeologen niet altijd beantwoorden. En dus ging Linda Dielemans kinderboeken schrijven.

Een eenzaam meisje zoekt haar weg in de wereld, een klassiek kinderboekenthema. Maar met het recente jeugdboek Schaduw van de leeuw is wel iets ongewoons aan de hand. De wereld waarin tiener Joeni haar weg zoekt, wordt niet bevolkt door WhatsApp-groepen en schoolpleinfitties. Zij moet het hoofd bieden aan mammoeten, leeuwen en holenberen en aan machtige stammoeders, bizarre huwelijksmarkten en een voortdurende dreiging van honger. In die ijstijd-setting is Joeni bijzonder want zij krijgt de zeldzame dromen die in grotten op de muren geschilderd worden, ook al is ze geen officiële dromer... Zal ze binnen haar stam erkenning vinden? En kan haar stam überhaupt wel overleven?

Schaduw van de leeuw is een spannend en mooi geschreven boek, waarin de lezer meegevoerd wordt in de wonderlijke rotstekeningenwereld van 20.000 jaar geleden. En de auteur weet waar ze over schrijft, want Linda Dielemans is kinderboekenschrijver én archeoloog van de prehistorie. „Sowieso lees ik me altijd helemaal in als ik met een nieuw onderwerp begin.”

Vorig jaar nog voltooide Dielemans nog een groot opgravingsproject op de Uithof, over 10.000 jaar bewoning op de plek waar nu het Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie staat. „Zelf graven blijft áltijd leuk, met die typerende geur van zand”, zegt de schrijfster tijdens een lunch in de orangerie van het oude kasteel Huis Doorn. „Ik ben gefascineerd door waar wij mensen vandaan komen, hoe we vroeger konden overleven, en hoe vindingrijk mensen altijd weer waren. Van vuistbijl tot Ferrari!” Dielemans spreekt ook regelmatig op scholen. „Dat je dan echt archeoloog bent, vinden ze wel cool. Wat die kinderen vaak willen weten is of je dan zelf de vondsten mag houden. Hahaha. En natuurlijk hoe ze in de prehistorie een gebroken arm konden genezen zonder gips.”

Dielemans is een multitalent. Voordat ze archeologie ging studeren, deed ze eerst conservatorium hobo.

Hobo, archeologie, wanneer bedacht u dat u ook kinderboeken wilde schrijven?

Dielemans: „Schrijven was het eerste! Als kind heb ik zó veel gelezen en ook zelf geschreven. Ik heb zelfs met een fantasyverhalenwedstrijd meegedaan. Ik twijfelde alleen of schrijver wel een echt beroep was.

„Archeologie zat er ook al heel vroeg in, doordat ik zo veel boeken las over oude geschiedenis. Thea Beckman! Maar toen ik als scholier in 1999 naar de open dag van archeologie in Leiden ging, kreeg ik te horen dat er geen banen waren voor archeologen. Toen ging ik toch maar hobo studeren. Want dat kon ik. Daarna ben ik toch weer archeologie gaan studeren. Want voor hoboïsten bleek ook al nauwelijks werk te zijn. Je kent dat wel: solliciteren op één orkestbaan, met driehonderd anderen.

„En al die tijd las ik alles wat los- en vastzat. Vooral veel fantasyboeken. Ik ben een grote fan van de schrijfster Robin Hobb. Ken je de ‘Assassin’-serie, over de koningsbastaard Fitz? Geweldige psychologische ontwikkeling, grote innerlijke strijd, en als bonus krijg je ook nog eens een heel andere wereld cadeau, waarin je helemaal de gewone wereld kunt vergeten.”

Uw loflied op fantasy is opvallend, in de literaire wereld wordt daar nog altijd een beetje op neergekeken.

„Er zitten natuurlijk veel clichématige boeken bij, maar ook echte topboeken. Ik heb Tolkiens In de Ban van de Ring misschien al wel vijftien keer gelezen! En nadat ze overleed, in 2017, ben ik voor het eerst Ursula Le Guin gaan lezen, de ‘Aardzee’-serie. Zo goed! In dat soort boeken komen óók veel maatschappelijke kwesties aan de orde. Maar goed, het allerbelangrijkste vind ik misschien wel dat een boek spannend is. En wat dat betreft staat fantasy meer dan de gewone literatuur in de eeuwenoude epische traditie van helden en avonturen.”

Wanneer besloot u over de prehistorie te gaan schrijven?

„In het eerste jaar archeologie stelde ik mezelf al vragen over de prehistorie die in de wetenschap nooit goed beantwoord kunnen worden. Hoe dat allemaal ging toen. Als zo’n jagersmeisje in contact kwam met de eerste boeren in haar streek, nooit had ze andere manieren van leven gezien, maar dan ineens... ! Op al die vragen werd door de hoogleraar vriendelijk gereageerd hoor, maar het waren natuurlijk ‘maar speculaties’. Toen al ben ik dus aan mijn eerste boek, Zomerwoud, begonnen, om die mysteries waar je nooit goed achterkomt tóch op te lossen.”

En hoe komt u dan nu op een roman over rotstekeningen?

„Door een bezoek aan de Dordogne. Als je ze in het echt ziet komen al die schitterend geschilderde dieren écht op je af. En zo’n handafdruk is zó ontzettend oud, en toch is het direct een teken van iemand die zegt: hier ben ik!”

In uw roman zijn de tekeningen de weerslag van een soort voorspellende dromen, maar, eh, dat is toch speculatie?

„Zeker, maar de wetenschap heeft óók geen antwoord. De oudste theorie is jagersmagie. Wat je wilt afschieten beeld je af om succesvolle jacht af te dwingen. Een soort bezwering. Maar op veel van de afgebeelde diersoorten werd helemaal niet gejaagd. Een modernere theorie is dat de tekeningen de weerslag van een soort LSD-trips waren, dat ze onder invloed waren gemaakt. Dat kan ook niet waar zijn, denk ik, omdat de tekeningen zo goed gemaakt zijn. Dus, wat dan? De tekeningen zijn niet zomaar graffiti, daar is flink op geoefend, dat zie je. Waarschijnlijk buiten de grotten, waardoor we van die oefeningen niks meer terugvinden. En iets anders: waarom hebben de ijstijdtekenaars geen kleine dieren getekend? En ook vrijwel geen mensen, nauwelijks vogels? Het zijn vooral ontzagwekkende dieren en ik denk dan: waarvan droom je? Van indrukwekkende zaken.

„En dan ga je verder denken. Er moet bij die ijstijdstammen ook een soort orakelsysteem zijn geweest, om een beetje houvast te hebben in die grote wereld. Zo kom ik dan op de tekeningen als weerslag van een droomcultuur. Als geheugensteun om later nog eens te kijken of de dromen ook echt zijn uitgekomen. Zijn de mammoeten inderdaad verschenen? Hebben we er goed aan gedaan om de roofdieren uit te roeien die ons onze prooidieren afnamen?

„Daarnaast heb ik ook de bekende ‘venusbeeldjes’ uit de ijstijd, die vaak dikke vrouwen uitbeelden, gebruikt als beeld voor de matriarch die de groep leidt. Gewoon praktisch: omdat ze de baas is, wordt er goed voor haar gezorgd. En met die kou van toen is een speklaag ook gewoon bescherming. Ik heb de beeldjes ook een rol gegeven in het ritueel waarbij stammen partners uitwisselen.”

De tekeningen zouden onderdeel zijn geweest van sjamanistische rituelen, hoor je tegenwoordig vaak. Als een soort contact met een andere wereld. U zit óók een beetje in die hoek, toch?

„Ja, maar véél nuchterder. Bij mij zijn de tekeningen uitwerkingen van een mogelijk voorspellende droom, zodat je die beter kunt duiden. Maar Joeni heeft bijvoorbeeld wel een geheimzinnige leeuw als een soort mystieke leidsman. Deze Löwenmensch is als beeldje echt gevonden in Duitsland. Door hem deze rol te geven is hij een van de vele puzzelstukjes die ik als romanschrijver zo op hun plaats laat vallen.”

    • Hendrik Spiering