Rechtlijnige ordebewaarder in ’s lands vergaderzaal

Dick Dolman (1935-2019) Oud-Kamervoorzitter Dick Dolman was ruim tien jaar (1979 tot en met 1989) voorzitter van de Tweede Kamer. Hij deed dat afstandelijk, maar ook met humor.

Dick Dolman kort na zijn aantreden als voorzitter van de Tweede Kamer in 1979.
Dick Dolman kort na zijn aantreden als voorzitter van de Tweede Kamer in 1979. Foto Dick Coersen/ANP

Het was weer eens een van zijn „gebbetjes”, zoals Dick Dolman het zelf graag noemde. Niet als Tweede Kamerlid van de PvdA, zijn partij, maar als vertegenwoordiger van de Tegenpartij, de creatie van het televisieduo Kees van Kooten en Wim de Bie, stelde hij eind 1980 in plat Haags officiële schriftelijke vragen aan minister Til Gardeniers-Berendsen van Cultuur, Recratie en Maatschappelijk werk.

„Is het origineel waar, dat uw ministerie de VPRO opheldering heeft gevraagd over de televisie-uitzending van zondag 21 december jl. van het Simplisties Verbond?” En vervolgens: „Is het uw bedoeling alle vrije jongens de nek om te draaien?”

Aanleiding voor de ludieke actie was het voornemen van de minister te onderzoeken of Van Kooten en De Bie in hun rol van Jacobse en Van Es, voorlieden van de Tegenpartij, de reclameregels hadden overtreden door namen van bestaande Haagse middenstanders (Koos’ Hairstyle, café De Sport) te noemen.

Dolmans frivoliteit kon de steile procedureregels van de Tweede Kamer passeren omdat hij toen zelf voorzitter was. Humor was trouwens niet de eerste associatie die de afgelopen woensdag op 83-jarige leeftijd overleden oud-voorzitter van de Tweede Kamer bij het grote publiek opriep. Daar stond hij eerder bekend als de koele, afstandelijke, rechtlijnige ordebewaarder in ’s lands vergaderzaal. Hij vond het belangrijk dat de vergaderingen op tijd afgelopen waren. Het was een belangrijk streven van Dolman dat hem geliefd maakte bij het personeel van de Tweede Kamer dat het decennium ervoor had leren leven met vergaderingen die tot diep in de nacht doorgingen.

Ruim tien jaar was hij voorzitter van de Tweede Kamer. Alleen Rad Kortenhorst van de Katholieke Volkspartij (KVP) hanteerde van 1948 tot 1963 de voorzittershamer in de naoorlogse periode nog langer. Zeer tegen zijn zin in moest Dolman in 1989 plaatsmaken voor de CDA’er Wim Deetman. Kort daarna verliet hij na twintig jaar de Tweede Kamer om lid van de Raad van State te worden.

Als gewoon Kamerlid hield de econoom zich in de jaren zeventig vooral bezig met volksgezondheid en financiën. Eigenzinnigheid was hem niet vreemd. Hij behoorde in 1970 tot de minderheid in de PvdA-fractie die voor de erkenning van Oost-Duitsland en Noord-Vietnam stemde.

Ook was hij een van de weinigen binnen de PvdA die zich voor invoering van een kiesdrempel uitsprak. Samen met zijn fractiegenoot Hans van den Doel keerde hij zich als enige in de Tweede Kamer tegen herziening van het financieel statuut voor het Koninklijk Huis. Er was volgens hem geen reden het staatshoofd meer te laten verdienen dan bijvoorbeeld de burgemeester van Amsterdam of Den Haag. „Het Koninklijk Huis staat niet boven, maar tussen het volk”, zei hij.

Toen hij voorzitter was, weigerde Dolman in 1983 zitting te nemen in een delegatie van parlementsvoorzitters van lidstaten van de Europese Gemeenschap die een bezoek zou brengen aan de paus. Hij wilde de Tweede Kamer niet vertegenwoordigen bij het hoofd van een „parlementsloze en principieel autoritair bestuurde staat”.

Voorzitter Dolman zette zich vooral in voor versterking van de rol van het parlement tegenover de regering. Het wekelijkse vragenuur waar bewindslieden ondervraagd kunnen worden over actuele kwesties was zijn idee. Maar kritiek op het functioneren van Kamerleden had hij ook. Ze hielden zich soms wel met erg veel details bezig en vergaten daardoor „te stieren”. „We hebben een echt mierparlement”, zei hij.

In 2018 werd hij nog door Elsevier-journalist Gerry van der List geïnterviewd voor een boek over Kamervoorzitters. „Het was niet echt heel belangrijk werk”, zei hij.

    • Mark Kranenburg