Op wereldreis met kinderen

Reizen Echte reisfanaten laten zich niet belemmeren door de komst van kinderen. Kwestie van goed voorbereiden, tempo aanpassen en gáán. „Heerlijk, 1.000 kilometer samen in een busje.”

Papoea, Indonesië
Papoea, Indonesië Privé-archief

Het is een zware trektocht naar Ciudad Perdida, de Verloren Stad, op een Colombiaanse bergrug op 1.200 meter hoogte. Vier dagen lopen en klimmen door de jungle. Slapen in hangmatjes. Door kolkende rivieren waden. „Er zijn weleens mensen overleden onderweg”, zegt Suzan Polet (52), „Ik had besloten: ik ga niet.”

Ze ging toch, want haar reisgenoten wilden wel. Behalve haar man Misha van Denderen waren dat hun twee zoons Milan en Tycho, destijds 11 en 13 jaar. Polet: „Die combinatie van afzien en trots zijn op elkaar maakte het zo bijzonder om dit samen te doen.” Het gezin reisde zes jaar geleden een half jaar door Zuid-Amerika. De tweede keer, in 2015, reisden ze door Afrika. Hun koophuis, werk, de school en dus ook de leerplicht van hun kinderen, familie en vrienden: twee keer zetten ze hun leven thuis voor lange tijd on hold om met hun zoons een wereldreis te maken.

En zij zijn geen uitzondering. Er bestaan Nederlandse websites, blogs en Facebookgroepen (zoals Travelicious Families) van en voor mensen die hun kinderen op een lange reis meenamen, of mee willen nemen. Er zijn geen cijfers over hoeveel gezinnen zoiets doen. Een kleine indicatie komt van de Wereldschool, waar mensen met leerplichtige kinderen lespakketten kunnen bestellen als die niet naar een fysieke school kunnen. Jaarlijks melden zich daar ruim 3.000 mensen, van wie afgelopen jaar ruim de helft reiziger was. Dat zegt Henk Stoel, manager bij de Wereldschool. De Wereldschool-cijfers geven maar een deel van het totaal aantal reizende gezinnen weer, omdat mensen zich bijvoorbeeld ook kunnen laten uitschrijven bij hun gemeente (en zo de leerplicht ontlopen), of omdat ze reizen met kinderen onder de vijf jaar.

Zimbabwe. Privé-archief

Aardbeving naspelen

Waarom gaan mensen met hun kinderen op een lange wereldreis? Er zijn talloze redenen om het níet te doen, zeggen de geïnterviewden, maar de wens om te reizen, óók nu er kinderen zijn, is sterker. Om samen de wereld te zien, tijd te hebben met elkaar. Om te ontsnappen aan de dagelijkse hectiek van werken, forensen, crèche, school.

Reizen is een verslaving, zeggen Catelijne Berkhof (35) en haar man Nol Franssen (52) aan de telefoon vanuit Papoea. Met hun zoons Jop (4) en Sven (2) hebben ze er een rondreis van vijf maanden door Indonesië op zitten, met nog één maand te gaan. Eerder maakten ze al kortere reizen met hun kinderen door Taiwan, Sri Lanka en Marokko. Berkhof: „Hier zien ze dat niet iedereen het zo goed heeft als wij in Zoetermeer.” Dat blijft hangen bij vooral hun oudste zoon, zegt ze. Ze merkt het als hij bijvoorbeeld de aardbeving naspeelt – tijdens hun reis gebeurden er meerdere natuurrampen: de aardbevingen op Sulawesi en Lombok, de tsunami vlak voor Kerst. „Kijk mama, alles ligt plat”, zegt hij dan. Of als hij vertelt over het kindje aan wie hij een speelgoedauto gaf. „Aanvankelijk schoorvoetend, maar we hadden hem uitgelegd dat hij zo veel had, en dat kindje niets.”

Natuurlijk maak je zo’n lange reis vooral voor jezelf, zegt Nynke Oosterman (34), die met haar man Henk (42) en hun zoon Fynn (5) in 2016 gedurende een half jaar de hele wereld over reisde, en afgelopen zomer drie maanden door Europa trok in een camper, ditmaal met ook dochter Robyn (1) erbij. „Wij zijn allebei niet het type van drie weken op een camping in Zuid-Frankrijk.” Toen ze ’s avonds, na een indrukwekkend bezoek aan de Grand Canyon in Arizona aan Fynn vroegen wat hij die dag het leukste had gevonden, noemde hij de eekhoorn die ze hadden gezien.

Één groot toeristenparadijs

Het is niet zo dat kinderen niets leren van zo’n wereldreis, integendeel, maar in hun eigen straat leren ze evenveel, zegt filosoof Ruud Welten. „In dat opzicht heeft een wereldreis met jonge kinderen geen meerwaarde.” Welten schreef het boek Het ware leven is elders. Filosofie van het toerisme en is kritisch over de volgens hem heersende ideeën rondom zo’n reis. Dat je van reizen méér leert dan van niet-reizen, bijvoorbeeld. En dat reizen iets heel bijzonders is dat je echt in je leven gedaan moet hebben. Dat je in gebieden komt die authentiek zijn, niet gecorrumpeerd door de westerse wereld.

De wereld, zegt Welten, is zich door al dat gereis aan het inrichten als één groot toeristenparadijs, er valt niets meer te ontdekken. Reizen heeft bovendien ook altijd iets van een vlucht: „Mensen die reizen, zoeken iets wat ze in hun eigen leven niet hebben, of niet voor elkaar krijgen. Ze zeggen: ik stap uit de sleur, dit is het échte leven.”

En dat is, vindt hij, een „enorm luxe-idee”. Romantisch en vooral ook: „heel kolonialistisch”. Welten: „Wij, met onze welvarende cultuur, gaan kijken bij culturen die het minder hebben.” En dat is niet goed of slecht, zegt hij, alleen hebben we niet in de gaten hoe kolonialistisch dat is. Welten: „Kinderen leren over de wereldproblematiek door een Syrische vluchteling in hun klas. Als je met ze in het vliegtuig stapt en ‘authentieke mensen’ aan de andere kant van de wereld opzoekt, doe je dat vanuit een luxe positie, met creditcard, paspoort en reisverzekering. Dan geef je ze een heel ander wereldbeeld mee.” Of je nou drie weken weggaat of een jaar, zegt hij, het blijft vakantie en je blijft toerist.

Hoe dubbel dat kan zijn, merkten Catelijne Berkhof en Nol Franssen toen ze kort na de zware aardbevingen Lombok en Sulawesi bezochten. Catelijne: „We wilden geen ramptoeristen zijn. We wilden wel helpen, maar met kinderen is dat niet handig, en ook niet ongevaarlijk, er breken na zo’n ramp allerlei ziektes uit. We meenden dat we het beste konden helpen door toch te gaan. Die mensen worden dubbel gestraft, ze zijn alles kwijt én ze verdienen niks meer omdat er geen toeristen meer komen. We zaten vaak als enige toerist op een strandje, en kochten bij alle strandverkopers wat.”

Grand Canyon, Arizona. Privé-archief

Close als gezin

Ook al heeft haar zoontje misschien niet méér geleerd van hun reis dan hij zou hebben geleerd als ze thuis waren gebleven, toch gelooft Nynke Oosterman dat Fynn er positief door beïnvloed is. „Hij is nog steeds erg met de wereld bezig en deelt makkelijk. Het kan ook gewoon zijn karakter zijn, maar ik denk dat zijn open houding is gevormd door alle reizen.” En Suzan Polet, die twee keer met twee tieners over de wereld trok, denkt dat hun reizen een rol hebben gespeeld in hoe close hun gezin nu is. „Al die puberteitsissues, daar hebben we nauwelijks last van gehad. Wij zijn heel intensief met elkaar omgegaan in een periode waarin andere kinderen zich juist losmaken van hun ouders.”

Catelijne Berkhof is er nuchter over. Ja, zo’n lange reis maken verstevigt de banden met je partner en je kinderen. En natuurlijk realiseer je je goed wat echt belangrijk is als je mensen ontmoet die alles zijn kwijtgeraakt door een natuurramp. „We nemen ons altijd voor dat we ons niet meer druk gaan maken over nutteloze dingen.” Ze herinnert zich haar verbazing toen ze, net terug van een lange reis, zag hoe haar vader zich opwond over een parkeerplekje. „Twee dagen later deed ik hetzelfde en realiseerde ik me: zó lang houd je dat dus vol.”

Chili. Privé-archief