In Duitsland is het Hallenhockey een prestigieus spektakel

Zaalhockey Waar in Nederland het zaalhockey vrij anoniem wordt gespeeld, is het in Duitsland immens populair. Spelers vinden de titel bijna mooier dan die op het veld.

Donja Zwinkels (rechts) in actie voor Mannheimer HC in de halve finale van de ‘Final Four’ in Mülheim an der Ruhr.
Donja Zwinkels (rechts) in actie voor Mannheimer HC in de halve finale van de ‘Final Four’ in Mülheim an der Ruhr. Foto Frank Uijlenbroek/WorldSportPics

De middag is nog niet aangebroken als zaterdag de eerste halve liters bier worden getapt op de omloop van de innogy Sporthalle. Voor de fijnproevers is er een glaasje sekt. Even verderop leggen toeschouwers met hausgemachte Frikadellen, Kartoffelsalat en Brezeln een bodem voor een lange middag tophockey.

De belangstelling voor de strijd om de Duitse indoortitels is groot. Zo groot, dat in december werd besloten van speellocatie te wisselen. De hal in Mülheim an der Ruhr is met een capaciteit van 2.300 zitplaatsen een stuk ruimer bemeten dan die in Heidelberg. De toegangsprijs van ruim 40 euro vormt geen drempel om te komen kijken; Hallenhockey blijft onverminderd populair in Duitsland, waar de winterse hockeyvariant in de jaren vijftig werd bedacht.

De beste Bundesliga-teams troffen elkaar afgelopen weekend tijdens de 58ste editie van de zogeheten ‘Final Four’. Een bijzonderheid: er kwam ook een Nederlandse in actie: Donja Zwinkels. De 29-jarige zaalinternational hoefde niet lang na te denken toen bondscoach Marieke Dijkstra vorig jaar vroeg wie een keer een seizoen in Duitsland wilde meemaken. „Binnen een uur had ik twee clubs aan de lijn”, zegt Zwinkels, die koos voor Mannheimer HC. Met die club dacht zij de meeste kans te maken om ver te komen . „Als ik dan toch naar Duitsland ga, wil ik ook de Final Four een keer meemaken”, zegt ze.

Om dat te bereiken, leefde ze de afgelopen maanden in twee werelden: de eerste helft van de week gaf ze, zoals altijd, gymles op het Hanze College in Oosterhout, vanaf donderdag woonde ze een paar dagen in Zuid-Duitsland.

Prestigieuze titel

Anders dan in Nederland, waar het zaalhockey door topclubs jarenlang werd verwaarloosd, heeft de sport in Duitsland altijd een belangrijke rol gespeeld. Dat de mannelijke veldinternationals dit seizoen door een overvolle kalender niet voor hun clubs mochten uitkomen, was een grote teleurstelling voor ze. Voor Duitse topspelers geldt de indoortitel bijna als prestigieuzer dan het landskampioenschap op het veld.

Niet voor niets verzamelde Moritz Fürste, tweevoudig olympisch kampioen op het veld, vorig jaar bij Uhlenhorster HC een team om zich heen in een ultieme poging Hallenmeister te worden. Met succes. „Het was me heel veel waard”, zegt Fürste zaterdag, met tientallen handtekeningenjagers om zich heen.

Bij afwezigheid van de huidige hockeysterren is de 34-jarige Hamburger in Mülheim de publiekstrekker. Fürste geeft als tweevoudig wereldkampioen indoor het publiek waarvoor ze betaald hebben, maar zijn masterclass zaalhockey levert geen finaleplaats op – na shoot-outs is TSV Mannheim te sterk. Het is zijn laatste indoorwedstrijd op Duitse bodem, zijn definitieve afscheid volgt komende maand bij de Europa Cup in Wenen.

Fürste legt uit waarom hij in de wintermaanden altijd heeft gezaalhockeyd, ook tijdens zijn gloriejaren op het veld. „Hockey is een technische sport, die je het best kunt spelen in aangename temperaturen. Kijk wat een spektakel dat oplevert”, zegt hij wijzend naar het scorebord, waarop een 5-5 eindstand prijkt.

Het spektakel zit ’m in Mülheim niet alleen in het aantal doelpunten, ook het publiek zorgt voor een geweldige ambiance. Toeters, trommels, vlaggen: de supporters hebben alles uit de kast gehaald om hun club naar de finale op zondag te krijgen. Bij de thuiswedstrijden van Mannheim was het niet anders, zegt Zwinkels. „Ze probeerden er ook elke keer een show van te maken: spotlights bij opkomst, een professionele speaker, discolampen als er een strafcorner werd gegeven.”

In tegenstelling tot in Nederland bestaat in Duitsland ook de zaalcompetitie uit echte thuis- en uitwedstrijden – de meeste clubs hebben de beschikking over een sporthal. „We trekken in de zaal meer toeschouwers dan op het veld”, zegt Fürste. „Soms zitten er wel duizend man.”

IJsselstein en Vianen

Het is wat Eric Verboom, coach van de mannen van Den Bosch, voor ogen heeft in Nederland. Ondanks het recente succes van de nationale teams – twee Europese en twee wereldtitels – speelt de hoogste zaalcompetitie zich onder de radar af. De gratis toegankelijke finaledag, komende zaterdag in Rotterdam, trekt dankzij de combinatie met jeugdfinales tweeduizend toeschouwers, maar gedurende het seizoen is er nauwelijks publiek. „Wij spelen met alle teams op één locatie in IJsselstein of Vianen. Vaak ook op slechte vloeren. Dat is niet aantrekkelijk”, zegt Verboom.

De zaalhockeycompetitie is de laatste jaren door inspanningen van bond en clubs sportief weer op niveau gekomen, Verboom is ervan overtuigd dat de stap naar het Duitse model mogelijk is. „Laten we met z’n allen eens kijken of we er de best mogelijke variant van kunnen maken.” Hockeybond KNHB laat weten met de clubs in gesprek te gaan.

Donja Zwinkels ziet de plannen wel zitten. Haar club Oranje-Rood zou van haar nog morgen met de bouw van een eigen hal mogen beginnen. Maar een nieuw Duits avontuur sluit ze niet uit. Na de 5-1 nederlaag tegen Düsseldorf blijft de finale van de Final Four een onvervulde droom.

Correctie (1 februari 2019): in een eerdere versie stond dat Donja Zwinkels de eerste Nederlandse in de Final Four was. Dit is onjuist, Iris van der Beek deed in 1998 en 1999 mee.

    • Rogier van 't Hek