Hij voelde zich klein gemaakt aan de kassa

Wie: Hendrik (78)

Kwestie: wilde niet afrekenen bij een buitenlandse caissière

Waar: rechtbank Den Haag

De Zitting

De caissière is ook naar de zitting gekomen. Een jonge vrouw in spijkerbroek, met een zwarte hoofddoek.

De verdachte, een man van 78, heeft zijn dunne, witte haar achterover gekamd. Zijn vrouw, ze steunt op een stok, is met hem meegekomen. De man vertelt de rechter voorafgaand aan de zitting dat hij „zeer emotioneel” is door de aanklacht tegen hem, maar zich zal proberen te concentreren.

Op een zaterdag in augustus waren de verdachte – hij heet Hendrik – en zijn vrouw in de Lidl, in een plaats ergens tussen Gouda en Dordrecht.

De verdachte benaderde een caissière – niet de jonge vrouw die hier vandaag is, maar iemand wier achternaam op een Nederlandse achtergrond duidt. Omdat zij net ging sluiten, verwees ze hem naar een collega, de jonge vrouw met de hoofddoek. Dat deed ze volgens de verdachte met een badinerend handgebaar, alsof ze hem wegwuifde. De verdachte voelde zich „weggezet als een kleine jongen”.

Toen zei hij iets waar hij achteraf spijt van heeft. „Dat ik niet snapte dat ouderen, christenen en joden, niet meer gehoord worden in deze maatschappij.”

Volgens de vrouw met de Nederlandse achtergrond zei hij daarna nog iets anders: „Ik wil niet bij een buitenlander betalen. Ik heb het recht bij een Hollander af te rekenen.” De caissière met de hoofddoek hoorde: „Nee, natuurlijk ga ik niet bij haar afrekenen, zij is een buitenlander en ik heb het recht om bij een Nederlander af te rekenen.” Hendrik ontkent dat hij zoiets heeft gezegd.

Hoe dan ook, in de winkel ontstond consternatie. Klanten begonnen zich ermee te bemoeien. De caissière met de hoofddoek moest huilen. Buiten de winkel, zegt Hendrik, riep een klant ‘vieze jood’ naar hem (hij is overigens christen).

„Waarom”, wil de rechter weten, „haalde u er nou het geloof bij als u vond dat u als oudere niet goed behandeld werd?” Hendrik: „Nou, in de geest dat zij ook slecht behandeld worden. Als je een synagoge of kerk ingaat, krijg je een rotopmerking.” De rechter: „Maar u ging niet naar een synagoge, u was in de supermarkt.”

De officier van justitie heeft ook een vraag voor de verdachte. „Klopt het dat u eerder een klacht hebt gestuurd naar de Lidl?”

„Dat klopt.” Hendrik stuurde een e-mail waarin hij schreef dat het hem had geïrriteerd dat er twee caissières „over zijn hoofd” met elkaar in gesprek waren over hun vakantie, „in het Nederlands en het islamitisch”.

De verdachte heeft een blanco strafblad. Hij heeft in het verleden onder meer met tbs’ers gewerkt en nooit problemen met andere nationaliteiten gehad, zegt hij. Vanuit de kerk begeleidt hij gezinnen met problemen.

De caissière wil gebruikmaken van haar recht als benadeelde partij om te spreken. Ze zegt dat ze twee weken lang „veel” moest huilen. „Ik ben onzeker geworden, ik had het gevoel dat mensen naar me keken „En”, wendt ze zich tot Hendrik, „u had gelijk, ik héb de Nederlandse nationaliteit niet. Ik ben een buitenlander. Maar ik woon hier en ik wil zo niet behandeld worden.” Ze vordert 1.500 euro immateriële schade.

De advocaat van de verdachte zegt dat die zich „heel ongelukkig” heeft uitgedrukt door christenen en joden erbij te halen, maar er was toch vooral sprake van een „communicatie- en generatieprobleem”. Bovendien zou Hendrik haar, een advocaat met kleur, hebben ingehuurd als hij er racistische opvattingen op na houdt?

De officier stelt dat twee mensen de verdachte hebben horen zeggen dat hij niet bij een buitenlander wilde afrekenen. Zij acht belediging bewezen. Rekening houdend met Hendriks lege strafblad en leeftijd eist ze een geldboete van 350 euro. Ze adviseert de rechter de schadeclaim af te wijzen. Daarvoor is „meer nodig” dan gekwetstheid. Er is geen psycholoog ingeschakeld die geestelijk letsel bij de caissière heeft kunnen vaststellen.

De politierechter volgt de redenering van de officier maar legt de gevraagde boete voorwaardelijk op. De schadeclaim wijst ze af.