Recensie

Recensie Beeldende kunst

Geen ruimte voor ruis bij ‘Less is More’ in Museum Voorlinden

Tentoonstelling ‘Less is More’, de nieuwe collectiepresentatie van Museum Voorlinden, is een ode aan het minimalisme. Kunstenaars van nu grijpen terug op de Minimal Art en Nulkunst uit de jaren zestig.

Zaalopstelling ‘Less is More’ in Museum Voorlinden.
Zaalopstelling ‘Less is More’ in Museum Voorlinden. Foto Antoine van Kaam

Museum Voorlinden is altijd al een oase van licht en ruimte, waar niets afleidt van de esthetische ervaring van de kunstwerken. Het privémuseum van verzamelaar Joop van Caldenborgh is met zijn ruime, hagelwitte daglichtzalen gebouwd om beelden en schilderijen optimaal tot hun recht te laten komen. Maar zo zen als nu, bij de nieuwe collectiepresentatie Less is More, was het er nog niet eerder. Lopend door de spaarzaam ingerichte ruimtes, met daarin vooral abstracte objecten, wordt het vanzelf leeg in je hoofd.

Volgens directeur Suzanne Swarts is de tentoonstelling een reactie op de overdaad aan prikkels die 24 uur per dag via onze smartphones binnenkomen. „We staan altijd aan”, schrijft ze in de tentoonstellingsfolder. Maar er is een tegenbeweging in opkomst: „Chefkoks pleiten voor de simpele keuken. Opruimgoeroes schrijven boeken vol tips hoe te ontspullen. De Tiny House Movement wordt steeds groter. Minimalisme lijkt de nieuwe levensstijl te worden.”

Stond op de eerdere collectiepresentatie Stages of Being de mensfiguur centraal, nu draait het in Voorlinden om formele begrippen als vorm, kleur en materiaal. Het waren Amerikaanse kunstenaars als Donald Judd, Carl Andre en Robert Mangold die in de jaren zestig hun kunstwerken reduceerden tot het absolute minimum: een rechthoekige doos, een vierkante tegel, een geschilderde driehoek. In Europa hielden de kunstenaars van Zero er een vergelijkbaar eenvoudige beeldtaal op na. Swarts ziet nu een hernieuwde aandacht voor deze stromingen uit de jaren zestig. „Vandaag de dag grijpen kunstenaars wederom terug naar minimalistische principes als hergebruik, ordenen en reduceren.”

Spiegels en keien

Je ziet het bij een jonge kunstenaar als de Poolse Alicja Kwade die voor haar werk Trans-For-Men 8 (Fibonacci) uit 2018 een zwerfkei steeds verder abstraheerde tot een hoekige bol van messing en een zwarte marmeren bal. De verschillende objecten worden op de museumvloer tentoongesteld met spiegels ertussen, zodat de organische vormen lijken te versmelten met de handgemaakte objecten. De spiegels en de keien zijn een rechtstreekse verwijzing naar de minimalistische land-art-werken die kunstenaars als Robert Smithson en Michael Heizer een halve eeuw geleden maakten.

Het grote verschil met de Minimal-beweging van destijds is dat de kunstenaars van nu vaak een maatschappelijke boodschap verpakken in hun werken. De Belg Michel François vulde honderden zakjes met water – iets wat Nul-kunstenaar Henk Peeters ook al eens deed – en verwijst daarmee naar de vervuiling en verspilling van water. Pascale Marthine Tayou uit Kameroen maakte een kleurrijke compositie van bijna driehonderd plastic tasjes die hij aan kale boomtakken knoopte (Plastic Tree C, 2014). Het is een prachtig kunstwerk, waar je rustig mijmerend langs zou willen lopen, ware het niet dat de wetenschap van de plasticsoep een wrange bijsmaak geeft aan al deze schoonheid.

Tony Cragg, Self-portrait, 1984 Foto Museum Voorlinden/ Pictoright Amsterdam

De Britse kunstenaar Tony Cragg vormt een mooi bruggetje tussen de oude minimalisten en de jonge wereldverbeteraars. Hij maakte in de jaren tachtig al een geweldig zelfportret uit gevonden stukken plastic (Self-portrait, 1984). Knopen, aanstekers, deksels en flacons vormen een even vrolijk als verontrustend silhouet van de kunstenaar. Als sokkel dienen twee stapels oude tijdschriften. En ook dat kun je zien als een knipoog naar de minimalisten van het eerste uur: zij waren immers de eersten die hun beelden van de sokkels haalden en direct op de museumvloer tentoonstelden.

Wat een rijkdom is het, als je als museum uit je eigen collectie zo’n sterke tentoonstelling kunt neerzetten. Als je topstukken van overleden helden als Robert Morris, Jan Schoonhoven en Piero Manzoni uit je depot kunt opduiken, om ze te combineren met jongere goden als Miroslaw Balka en Mona Hatoum. Verwacht op deze tentoonstelling geen uitgebreid kunsthistorisch verhaal – ook woorden zijn spaarzaam ingezet op Less is More. De combinaties van kunstwerken zijn vooral associatief. Zo staan de schalen met parels van Ai Weiwei in dezelfde ruimte als Priceless Pearl van Imi Knoebel. Behalve de parels in de titel hebben die werken weinig met elkaar gemeen. Maar de inrichting is zo superstrak dat je het gevoel hebt dat er over iedere centimeter is nagedacht. Voor ruis is in Voorlinden geen ruimte. Zo verlaat je zeldzaam opgeruimd het museum.