Opinie

De IJssel

Marcel van Roosmalen

Op Radio 2 kwam Liselore Gerritsen met ‘De IJssel’ voorbij. Mooie eerste zin: ‘Iedereen heeft z’n rivier, en ik, ik heb de IJssel.’ Muziek uit een andere tijd, ik kreeg meteen zin om thee te zetten, maar wel duidelijk: je weet meteen hoe Liselore erin staat.

Ik moest aan mijn vader denken, hij liep iedere dag naar de oever van de IJssel in Velp en genoot van deze ‘drager van vrachtschepen en pleziervaartuigen’. Die kon daar dan gewoon twee uur op een bankje zitten en naar het water kijken. Als de uiterwaarden overstroomden gingen we op zondag kijken naar het ondergelopen huis aan het begin van het fietspad naar Rheden.

Ik heb dat fietspad vervloekt, altijd wind tegen. En veilig was het er ook niet. Vanachter de bunker uit de Tweede Wereldoorlog bekogelde het tuig uit Velp-Zuid je met blikjes en stenen.

Vier jaar geleden fietste ik er weer met de vriendin, ze was toen zwanger van de oudste dochter. We staken over met het voetveer naar Lathum, waar ik als kind ooit bijna verdronk in de modder van de zandafgraving. De schipper kwam langs met een portemonnee. Eerst moesten we nog lachen dat je voor een e-bike 10 cent meer moest betalen dan voor een fiets maar dat was voor ik ontdekte dat je contant moest betalen.

De schipper zei: „Natuurlijk heb ik geen pin. Betaal maar dubbel op de terugweg.”

Ik vertelde de vriendin dat mijn vader zo veel van deze rivier hield dat hij als ambtenaar van de provincie Gelderland in al zijn rapporten concludeerde dat dijkverzwaring niet noodzakelijk was. Niet dat het uitmaakte: zijn rapporten, ook die waar hij gedurende een hele vakantie in Wilderswil (Zwitserland) aan doorwerkte, verdwenen toch ongelezen in de prullenbak.

Hij schetste het zo dat wij nog lang dachten dat toenmalig commissaris van de koningin van Gelderland, Jan Terlouw, dat zelf deed. Eind van het liedje was dat de dijkverzwaring er vlak voor zijn pensionering na wat uit de hand gelopen overstromingen toch kwam en dat hij in dorpshuizen aan boeren mocht uitleggen dat ze land af moesten staan in ruil voor bredere dijken. De speciale aktetas waarin een ijzeren plaat was genaaid om achter te schuilen is helaas kwijt.

De liefde voor de IJssel deelde hij overigens wel met zijn laatste baas.

Toen hij na zijn pensionering een keer een voorgedrukte kerstgroet van Jan Terlouw vond met een gedicht over de IJssel zei hij: „Het gemoed gaat er niet van klotsen.”

Nee, dan Liselore Gerritsen.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.