Recensie

Recensie

Bittere komedie over koning met doodsangst

Theater Ionesco’s bittere, absurde komedie ‘De koning sterft’ uit 1962 is zowel een aanklacht tegen hoogmoedige vorsten als een afrekening met doodsangst. De uitvoering van Toneelschuur Producties zit vol uitbundige vondsten.

Abke Haring en Krisjan Schellingerhout in ‘De koning sterft’.
Abke Haring en Krisjan Schellingerhout in ‘De koning sterft’. Foto Sanne Peper

Het hart van de oude koning blijft verwoed kloppen: uit een ouderwetse bandrecorder klinkt het pulserende ritme. Dat is een mooi beeld in de voorstelling De koning sterft, geregisseerd door Olivier Diepenhorst bij Toneelschuur Producties.

De twee koninginnen en zijn lakei annex dokter weten dat hij zal sterven, alleen de koning weigert halsstarrig de naderende dood onder ogen te zien. Eeuwenoud is hij: toen hij zestig was wilde hij honderd zijn, en nu is hij vierhonderd. Ionesco’s bittere, absurde komedie uit 1962 is zowel een aanklacht tegen hoogmoedige vorsten als een persoonlijke afrekening met doodsangst. Abke Haring als de koning balanceert perfect tussen vrees en branie. Het toneelbeeld van Marc Warning stelt een reusachtige trap voor, waar de koning en de grotesk aangezette personages telkens tegenop klauteren en weer vanaf stuiteren. Die symboliek van hoog en laag, van hemel en aarde krijgt in het slot zijn ultieme betekenis, als de koning daadwerkelijk in helschijnend licht verijlt. Haring is subliem; ze speelt geen oude man maar eerder een overmoedige jongeling met stervensangst, herkenbaar in haar weigering het noodlot te aanvaarden. Hoe kan de koning nu sterven als hij de seizoenen heeft bedacht, metropolen geschapen, een koninkrijk bestiert?

De absurde toon van deze parabel hebben Diepenhorst en zijn spelers goed getroffen met een overdaad aan invallen en clowneske scènes. Een reusachtige gong fungeert als uurwerk dat de tijd wegslaat. Er klinkt een donkere soundscape die de ernst van de situatie weergeeft. Maar al die uitbundige vondsten en de veelkleurige kostumering zijn uiteindelijk te veel en ontnemen het zicht op het werkelijke drama. Dit requiem stelt ook vragen: waarom wordt het nú gespeeld, waar blijft de kritiek op de koning die ook machtsbelust is? We missen de antwoorden hierop, en dat maakt deze stervende koning vooral tot een surrealistisch spel.