Recensie

Belegen vrouwbeeld in nieuwe dans op festival CaDance

Recensie De moederrol en die van vrouwen in het algemeen kwamen aan de orde in nieuwe choreografieën tijdens CaDance. De tussentijdse mini-performances waren boeiender.

De voorstelling W, over vrouwen, met de W van Women en Wagner, van choreograaf Samir Calixto.
De voorstelling W, over vrouwen, met de W van Women en Wagner, van choreograaf Samir Calixto. JORIS-JAN BOS

Het CaDance festival in Den Haag biedt om het jaar een mooie gelegenheid om de stand van de Nederlandse hedendaagse dans op te nemen. Maar eerder dan een actueel beeld van de dans leek de openingsavond, afgelopen vrijdag, een stap terug in de tijd. Met premières van choreografen die eerder mooi werk lieten zien, is dat des te teleurstellender.

Mom:Me van de Ryan Djojokarso gaat over de relatie tussen moeder en kind in het algemeen en die tussen hem en de zijne in het bijzonder. Vooral dat nadrukkelijk autobiografische karakter is opmerkelijk. De multidisciplinaire aanpak die in het ontroerende Giovanni’s Room (2017) – ook een dansduet-plus, met een derde rol voor zangeres Gerty van Parre – in een mooie, geabstraheerde vorm James Baldwins roman verbeeldde, komt hier echter niet uit de verf. Wat we zien is een schamel hutje in Indonesische stijl, een vrouw met baby(-pop), een gesloten moeder en een onmachtige zoon, in een vechtrelatie (en -choreografie) die uiteindelijk tot rust komt komt. De voice-over (Willem Nijholt had niet misstaan) stelt vragen als „Hield je eigenlijk van me?” en „Wat zou je hebben gedaan als je geen gezin had?”. Op zichzelf is de zang van Van Parre mooi, maar de meerwaarde van haar aanwezigheid als alter ego van de moeder werkt niet echt. Doordat er verder weinig te raden valt, komt het stuk wat ouderwets over.

Met geloken ogen naar het offerblok

Belegen is vooral het vrouwbeeld in W van Samir Calixto. Met vrijwel steeds gesloten of geloken ogen, veel trage bewegingen en soms een dynamische uitbarsting lijken de vijf danseressen de vrouw als toppunt van verinnerlijking, spiritualiteit en ingehouden energie – zo niet onderdrukking – te portretteren. Een offerblok, prominent in het toneelbeeld, en Isoldes langgerekte, hier bewerkte, liefdesdood onderstrepen dat passieve beeld nog eens.

Met een mooi wit toneelbeeld en verstilde, rituele sfeer lonkt W (van Wagner en Women) naar de Japanse butoh, maar vooral in uiterlijkheden. Het ontbreekt de Calixto aan choreografisch vocabulaire om invulling te geven aan een vol uur, waardoor W, ook al door de hoogdravende programmatoelichting (de W van Wichtigmacherei), steeds meer irritatie oproept.

De entr’acte Seconds van Amos Ben-Tal is een welkome afwisseling. Privé-miniperformances in een tent zijn geen nieuw concept, wel het gegeven dat de toeschouwer en/of een van zijn medebezoekers bepaalt hoe lang hij de verschillende onderdelen (er is ook een auditief onderdeel via koptelefoons) kan beleven. Altijd prettig, zo’n experiment.

    • Francine van der Wiel