Recensie

Recensie Muziek

Violist Khachatryan snijdt door de ziel

Sergej Khachatryan onderzoekt met het Rotterdams Philharmonisch en dirigent Valery Gergiev de duistere diepten van Sjostakovitsj’ Eerste vioolconcert.

Dirigent Valery Gergiev voor het Rot. Phil. Orkest
Dirigent Valery Gergiev voor het Rot. Phil. Orkest
    • Joost Galema

Veertien jaar geleden won de Armeense violist Sergej Khachatryan de Koningin Elisabeth Wedstrijd in Brussel met zijn „bijna onaardse” vertolking van het Eerste vioolconcert van Sjostakovitsj. Dit weekend bezocht hij – met het Rotterdams Philharmonisch Orkest en dirigent Valery Gergiev – opnieuw de duistere diepten van deze muziek. En hoe!

Sjostakovitsj schreef het stuk in de jaren dat hij in doodsangst leefde voor de wispelturige Sovjet-dictator Jozef Stalin. Zulke ervaringen kenmerken evenzeer Khachatryans eigen geschiedenis. Begin vorige eeuw ontkwam zijn overgrootvader ternauwernood aan de Armeense genocide. Met een broer ontsnapte die het ouderlijk huis, waar de Turken zijn vader, moeder en zeven andere kinderen ombrachten.

Deze familiegeschiedenis leek mee te trillen in het weergaloze spel waarmee hij het publiek in een hypnotische greep hield. Hij begon met zacht geprevel boven de dreigende fluistering van het orkest. Meestal trekken in dit vioolconcert het razende scherzo en de virtuoze burleska de aandacht, maar Khachatryan legde de nadruk op het trage notturno en de passacaglia, waarin hij zijn instrument liet zingen over het verdriet van de eenzaamheid en de eenzaamheid van het verdriet. De cadens in het derde deel klonk wonderlijk betoverend, een stem van liefde en hoop tegen beter weten in. Zijn intense toon deed denken aan een zin uit de Bergrede: „Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.”

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest en dirigent Gergiev schiepen een volmaakt raamwerk voor Khachatryans vertelling. Hun vertolking trok zo’n diepe voor in het gemoed, dat de vraag zich opdrong waarom daarna nog Prokofjevs Zesde symfonie volgde. Met kwajongensachtige en grillige opstandigheid bestreed Prokofjev de macht van Stalin. Ze stierven op dezelfde dag. De noten stroomden fraai, als smeltwater van een gletsjer dat tussen de rotsen zijn weg zoekt. Maar na zo’n Sjostakovitsj had het weinig tot niets meer toe te voegen.