Problemen? Je buurtmoeder lost het op!

Buurtmoeders Voor wie geen Nederlands spreekt, is de buurtmoeder onmisbaar. Ze helpt bij internetbankieren, ziekenhuisbezoek en inburgeringscursus. Ook steunt ze vrouwen die geïsoleerd leven. Op pad in Capelle aan den IJssel.

Buurtmoeder Shokoufha Noor op de bank bij oudere cliënten die zijn gevlucht uit Afghanistan.
Buurtmoeder Shokoufha Noor op de bank bij oudere cliënten die zijn gevlucht uit Afghanistan. Foto David van Dam

Hakima Ibarki crosst in haar zilvergrijze Renault Twingo door Capelle aan den IJssel. Ze parkeert bij het IJsselland Ziekenhuis en met haar mobiel tussen hoofddoek en oor geklemd, holt ze naar de ingang. Ze is op weg naar een Syrische vrouw van 61 die met haar man in de wachtkamer van de longarts zit.

Ibarki is buurtmoeder. Ze helpt. Dat is wat ze de hele dag doet. Ze is onmisbaar voor mensen die alleen Marokkaans, Arabisch of Berber spreken en ‘iets’ moeten doen in het Nederlands. Een rekening betalen, een afspraak maken bij de gemeente, een ziekenhuisbezoek. Haar hulp gaat verder. Ze steunt vrouwen – met name vrouwen – die geïsoleerd leven, mishandeld worden door een echtgenoot, afgeperst worden door een zoon.

De Syrische vrouw had longkanker. Ze is geopereerd en de kanker is niet teruggekomen, ze mist een deel van haar long. Ze heeft het nog steeds vaak benauwd. De jonge longarts – „Hij is heel lief”, had Ibarki van tevoren gezegd – luistert aandachtig naar de vertaling. „Heeft ze pijn”, vraagt hij. „Hoest ze slijm op?” Ibarki vertaalt. De Syrische vrouw maakt in het Arabisch aantekeningen. Na het consult gaat Ibarki mee naar de ziekenhuisapotheek. Daar moet de instructie worden vertaald. Bij de ingang van de apotheek staat alweer een nieuwe klant te wachten – een Syrische man die een CT-scan nodig heeft.

Hakima Ibarki (41) heeft een open blik, ze lacht veel. Ze kwam op haar zeventiende, hoogzwanger van de eerste, vanuit Marokko naar Nederland. Ze heeft nu vier kinderen, drie zijn bijna volwassen. En een man die naast zijn werk zeker evenveel in het huishouden doet als zij. Haar schoonmoeder vond dat maar niks, zijzelf wel.

Waar ze komt, wordt ze gegroet. Of vaker nog, aangeklampt. We zijn een soort maatschappelijk werkers, zegt ze. „Zonder de juiste opleiding. Onze opleiding is het leven.” En een cursus via Welzijn Capelle, de organisatie waarbij de buurtmoeders in dienst zijn.

Belangrijker dan de opleiding, is vertrouwen. De cliënten vertrouwen Ibarki en de andere buurtmoeders blindelings. Ze zijn een van hen. Ze gooien hun inlogcodes voor internetbankieren, hun DigiD, in de app. ‘Doe jij het álsjeblieft voor mij’, zeggen ze. ‘Dat mag helemaal niet’, appt Ibarki dan terug. „Maar ze hebben geen idee hoe het moet.”

Ibarki racet in haar Twingo door naar een jonge Tunesische moeder. Die is negen jaar in Nederland en spreekt nauwelijks een woord. Hakima Ibarki verbaast zich nergens meer over. Zeggen dat ze zich voor een inburgeringscursus moet melden, heeft geen zin. Haar brengen is de enige optie. De moeder vouwt zich in de auto, haar zoontje Amir van 6 op de achterbank. Hij vertelt dat hij leert lezen in groep 3 en hij kan dat ook laten zien. Hij spelt onderweg reclameborden.

Kantoor boven de kringloopwinkel

Zes buurtmoeders heeft Capelle aan den IJssel. Thuisbasis is een gezellig kantoor boven de kringloopwinkel. De keuken staat vol kruiden, vaak lunchen ze samen en er brandt een nep open haard. Hakima Ibarki is in Marokko geboren, de andere buurtmoeders hebben een Tunesische, Somalische, Antilliaanse, Poolse en Afghaanse achtergrond. Voor hen is het een betaalde, parttime baan. Twee vrouwen uit Eritrea doen het werk vrijwillig.

Buurtmoeders: het werkt als een tierelier. Maar je moet het willen zien. Als iemand níét in grote schulden terechtkomt, als iemand wél een taalcursus volgt, als een vrouw zich weet te ontworstelen aan haar man die haar slaat, dan voorkom je (meer) ellende. En het bespaart de gemeente uiteindelijk geld. Dat blijkt ook uit onderzoek naar de effecten van dit soort dicht-op-de-mensenhulp, zoals buurtmoeders maar ook opbouw-, straat- en buurtwerk. Het gaat om betaalde krachten met meestal een kring van vrijwilligers eromheen.

Toch is er vaak geen geld voor, of de hulp wordt wegbezuinigd als de gemeente even krap zit. In de jaren negentig van de vorige eeuw werkten tientallen gemeenten met buurtmoeders. Nu zijn dat er nog enkele. Ook in Capelle dreigden drastische bezuinigingen. De buurtmoeders vroegen toenmalig wethouder Eric Faassen (Sociale Zaken, VVD) een dagje mee te lopen en hij was om. Hij zorgde ervoor dat geld beschikbaar bleef voor de zes buurtmoeders.

Inschrijven voor een inburgeringscursus, leren, rekeningen betalen, zorgtoeslag aanvragen. Voor de cliënten een ondoordringbare bureaucratie, voor de buurtmoeders een makkie. Bijna met hun ogen dicht navigeren ze door sites van studiefinanciering, woningbouwvereniging en gemeente.

Buurtmoeder Hakima Ibarki belt voor een cliënt.

Foto David van Dam

Lastiger is huiselijk geweld, wat ook veel voorkomt. Shokoufha Noor, geboren in Afghanistan, vertelt over een vrouw uit Iran. Haar man wilde haar niet meer omdat ze eczeem had. Hij was ervan overtuigd dat dat haar straf was voor ‘slechte dingen’ die ze had gedaan met andere mannen. Hij blokkeerde tegelijk een scheiding. Noor overtuigde hem uiteindelijk om toch te tekenen.

Vaak is het minder makkelijk, zeggen de buurtmoeders. Vooral als er geweld wordt gebruikt. Vrouwen willen meestal geen aangifte doen, terwijl dat nodig is voor een oplossing. „Vrouwen blijven bij hun man, omdat de familie ze onder druk zet”, zegt Ibarki. „Als je gaat scheiden, zien ze je als een hoer.”

Een vrouw, die om privacyredenen anoniem blijft, werd door haar man afgerost. Na de zoveelste keer had ze de moed de politie te bellen. Twee agenten kwamen, susten de boel en vertrokken weer. ‘Zie je wel’, zei haar man. ‘Als je belt, gebeurt er niets.’ Ze belde niet meer. Tot hij bij een ruzie op haar ging zitten, en haar met zijn vuisten in haar gezicht stompte.

Toen de ambulance arriveerde, was haar gezicht vervormd door bloeduitstortingen en zwelling. Een van de buurtmoeders ging er op een holletje naartoe: „De politie nam haar man mee, in de handboeien. De ambulancebroeder troostte haar. ‘Het komt weer goed’, zei hij. En het is weer goed gekomen. Ze heeft nu een eigen huis, haar man betaalt alimentatie. De kinderen wonen bij haar en hebben ook contact met de vader.”

We zijn bemiddelaars, zeggen de buurtmoeders. Maar niet alle gezinsleden zijn daar even blij mee. „Er zijn mannen in Capelle die ons niet groeten”, zegt Ibarki.

De schaamte was erger dan de pijn

Meestal bedreigen mannen de vrouwen, maar soms is het andersom. Dat willen ze graag benadrukken. Noor: „Een man werd geslagen door zijn vrouw en zijn dochter. Een kant van zijn gezicht was helemaal rood. Hij schaamde zich verschrikkelijk. De schaamte was voor hem erger dan de pijn.”

Hij is niet de enige ouder die slachtoffer is van zijn eigen kinderen. Een oudere, analfabete vrouw vroeg hulp van Ibarki. Haar 19-jarige dochter regelde alle geldzaken, maar de huur bleek al maanden niet betaald. „Ze bleek flinke bedragen over te boeken naar haar eigen rekening”, zegt Ibarki. Toen een financieel adviseur de financiën had geregeld, installeerde ze de internetbankieren-app. „Ik heb haar uitgelegd hoe het werkt en haar laten beloven de code voor zichzelf te houden.”

Geldproblemen komen regelmatig voor. Vooral vluchtelingen die nog maar kort in Nederland zijn, maken soms verkeerde keuzes of verzuipen in de bureaucratie. De vrouwen vertellen over een jong stel dat het huis uit werd gezet en een moeder met kinderen die in een volkomen leeg huis zat. De situatie is soms zo nijpend dat ze de neiging hebben zelf financieel bij te springen. „Het mag niet”, zegt Noor. Al gaan ze soms wel even langs de supermarkt.

Het is niet altijd ellende hoor, zegt Noor, terwijl ze in haar auto stapt. Nu gaat ze langs een oudere man (74) die samen met zijn twee vrouwen van 70 en 66 uit Afghanistan vluchtte. Ze zijn sikh, en die worden in het islamitische land niet erg prettig behandeld. Het leven bestond uit een reeks grote en kleine pesterijen. „Het haar van de mannen werd bijvoorbeeld op straat afgeknipt, terwijl dat voor sikhs verboden is”, vertelt de man. Hij had een stoffenwinkel in Afghanistan. „De mannen rollen het haar in een tulband.” Toen de sfeer steeds grimmiger werd, besloten ze te vluchten.

In Capelle aan den IJssel zijn ze veilig, hun flatwoning is licht, leeg en keurig. Maar ze zijn wel eenzaam. Twee van hun kinderen wonen in Nederland maar niet in Capelle. De man en zijn vrouwen zijn erg blij met de bezoekjes van Shokoufha Noor, die Farsi met ze praat. Voordeel is dat er een sikh-tempel is in Capelle. Op zondagen gaan ze daar heen.

On-mo-ge-lijk

Terwijl de jongste vrouw thee met kruiden en melk bereidt, kijkt Noor de post door. Zaken die geregeld moeten worden, regelt zij. Vier jaar zijn ze in Nederland, twee jaar in Capelle. Ze spreken geen Nederlands. Als ze een bezoek brengen aan het ziekenhuis dan gaat Noor mee. „Als Shokoufha vraagt hoe het met me gaat, heb ik meteen minder maagpijn”, zegt de oudste vrouw.”

Eenmaal terug op kantoor, toch nog een prangende vraag: Hebben ‘de engelen van Capelle’ zelf ook weleens een probleem? „Ja!” zeggen ze. Ze komen tijd te kort. Het werk is on-mo-ge-lijk in de 24 uur te doen die ervoor staat. Bovendien weten cliënten hen altijd te vinden via telefoon en app. En zeg nou zelf, als er iemand in nood is op zondag. Laat je die dan zitten? We hebben wel een cursus grenzen stellen gekregen, vertelt Shokoufha Noor. Hakima Ibarki: „Dat heeft niet geholpen.”

    • Sheila Kamerman