Dirk Megens kreeg zijn prijs van onderwijsminister Arie Slob (ChristenUnie).

Foto Nationale Onderwijs Tentoonstelling

Mbo-leraar van het jaar: ‘Eerst komen de rekentrucjes, daarna het begrip’

Leraar van het jaar Dirk Megens helpt zowel in de klas als via een YouTube-kanaal mbo-leerlingen van hun gebrek aan zelfvertrouwen af.

Docent Dirk Megens legt rekensommen graag uit met voorbeelden, met taarten die in punten worden gesneden en winkelkassa’s waar geld in- en uitgaat. Zijn studenten vroegen een paar jaar geleden: „Als ik aan het oefenen ben voor een rekentoets, dan zou ik graag weer even jouw uitleg erbij hebben. Kun je jezelf niet opnemen als je aan het uitleggen bent?” Dat deed Megens. De eerste video’s die hij online zette waren binnen de kortste keren 10.000 keer bekeken.

Inmiddels heeft ‘Meneer Megens’ een eigen kanaal op YouTube, met filmpjes die samen bijna 1,4 miljoen views hebben. Je ziet daarin Megens met bakken water (inhoud berekenen), rondom een betegelde parkeerplaats (omtrek) en met fruit op de markt (verhoudingen). Maar ook neemt hij oefentoetsen vraag voor vraag door, met veel uitleg en tips (‘Neem je woordenboek mee voor als je een woord als ‘etmaal’ moet opzoeken’).

Dirk Megens (32), docent economie en rekenen aan het ROC Nijmegen, is zaterdag verkozen tot leraar van het jaar in de categorie mbo. De vakjury prijst hem behalve voor zijn enorme enthousiasme („een echte stuiterbal”) vooral voor zijn gebruik van „moderne kanalen”: naast de rekenfilmpjes zet Megens ook uitlegvideo’s over economie op Vimeo. Megens was voorgedragen door zijn eigen studenten van de mbo-4-opleiding facilitaire dienstverlening (alles dat te maken heeft met logistiek, evenementen bewegwijzering, gebouwenbeheer en gastheerschap).

Megens studeerde af aan de heao in de commerciële economie. „Bij mijn diploma-uitreiking zei iemand ‘Ik word geen master, ik word meester.’ Dat heb ik onthouden. Veel van mijn mede-studenten gingen daarna een masteropleiding doen, maar ik heb in een jaar een tweedegraads lesbevoegdheid gehaald voor economieleraar. Ik ging stage lopen op het ROC Nijmegen en de studenten hebben meteen mijn hart veroverd. Om een vaste baan te kunnen krijgen moest ik naast economie ook rekenen gaan doceren, want de rekentoets was net ingevoerd in 2010.”

Rekenen is toch niet het populairste vak bij toekomstige vakmensen?

„Klopt, maar door rekenen te koppelen aan de praktijk gaat het bij ze leven. Een voorbeeld is de eethoek op school, die wordt gerund door studenten. Dan laat ik ze berekenen wat een broodje gezond van 1 euro kost om te maken: wat kost de sla, de mayonaise, de kaas? Dat is dan bijvoorbeeld bij elkaar 40 cent. ‘Wat?’, zeggen studenten dan. ‘De school verdient per broodje 60 cent aan ons!’ Dan zeg ik: ‘We hebben een oventje dat we moeten afschrijven en de kosten van huisvesting en energie. Dat gaat allemaal in een spreadsheet. Daarna ga ik dieper in op alle onderdelen van kostprijscalculatie.”

Denken mbo-studenten vaak dat ze niet kunnen rekenen?

„Ja. Ze zeggen dingen als ‘Ik heb het nooit gekund’ of ‘Ik liep op de basisschool altijd twee jaar achter’. Dan ga ik ga met ze zitten en gaan we samen rekenen. Door kleine succeservaringen krijgen ze vertrouwen. Ik daag ze uit, ieder zo veel mogelijk op het eigen niveau. Halen ze een doel, dan beloon ik dat met taart. En het werkt, weet ik van de horecaopleiding waar ik ook les gaf: het landelijk gemiddelde van de rekentoets op niveau 3-f (eindexamen havo en mbo-4) lag net boven de 4, terwijl dat bij mijn studenten ruim boven de 6 lag.”

De rekentoets telt inmiddels niet meer mee voor je examen, maar onduidelijk is nog wat er verder mee gaat gebeuren. Wat vindt u?

„In deze vorm werkt de toets niet, dat is zeker. Studenten moeten nu minimaal een uur per week bezig zijn met iets dat niet meetelt voor slagen of zakken. Ik vind dat de toets in een of andere vorm moet blijven. Natuurlijk moet er een ontsnappingsroute zijn voor zwakke rekenaars, maar slechts 3 of 4 procent van de studenten heeft dyscalculie. De rest zou toch echt minimaal een 4, de voorgestelde norm, moeten kunnen halen. Maar dan moet je wel meters maken, heel veel oefenen.”

De commissie die de kwaliteit van het curriculum bewaakt, wil minder breuken in het basisonderwijs. Zijn breuken een struikelblok?

„Er heerst inderdaad een grote aversie tegen breuken. ‘Breuken, dat snap ik niet!’, roepen ze wel. Maar toch als ik zeg: 50 procent is een half, is 1/2. En dan ga ik verder. ‘2 plus 1 gratis’ in de winkel is 33,3 procent korting. Dan snappen ze het wel. Voor delen of vermenigvuldigen met breuken leer ik ze trucjes aan.”

De curriculum-commissie wil geen trucs maar rekenbegrip.

„Zeker bij zwakkere leerlingen moet je beginnen met trucjes en heel veel herhalen. Vervolgens gaan veel leerlingen het na veel oefenen ook echt zien. Dan komt het rekenbegrip.”

Vader Tjip de Jong kan de rekenmethoden met „rekenmuur”, „getallenslang”, „tegelvloer” of „rekenrek” niet meer volgen. Zo leert mijn zoon 1+1=11

Waarom benadrukte u in uw dankwoord dat mbo-studenten ‘nog trotser’ moeten zijn op zichzelf?

„Ze worden goede ambachtsmensen, met een echt beroep, maar voelden zich lang minder gewaardeerd dan studenten van hbo’s en universiteiten. Het helpt dat ze nu ‘studenten’ worden genoemd en ook een ov-kaart hebben. Het helpt ook dat er een gebrek is aan vakmensen. Ik sprak laatst een eigenaar van een hoveniersbedrijf, waar vier van de zes hoveniers waren weggekocht. Door de schaarste groeit de maatschappelijke waardering. Mbo’ers mogen alleen daarom al zelfbewuster zijn.”