Groot verhalenverteller tussen parodie en authentiek volks

Eli Asser (1922-2019), tekstschrijver

t Schaep met de 5 Pooten was ongetwijfeld zijn grootste succes. Maar Eli Asser was ook de schrijver van de populaire radiopraatjes van orgeldraaier Willem Parel. Vanaf de jaren negentig speelde de Tweede Wereldoorlog een steeds grotere rol in zijn werk.

Dat was in Nederland nooit eerder vertoond: een legendarische comedyserie waarvan bijna een halve eeuw later een nieuwe versie werd gemaakt. Waarna er wegens groot succes zelfs nog vier geheel nieuwe vervolgseries kwamen. En bovenaan de aftiteling van elke aflevering stond de naam te lezen van Eli Asser, de man die ooit al die personages had verzonnen.

’t Schaep met de 5 Pooten (1969-1970) was veruit de grootste successerie die hij ooit schreef – mede door liedjes als ‘We zijn toch op de wereld om mekaar te helpen, nietwaar?’ en ‘Het zal je kind maar wezen’, die destijds op de carnavaleske muziek van Harry Bannink hoog in de Top-40 wisten door te dringen.

Eli Asser overleed zaterdag, 96 jaar oud. Hij schreef ook radiosuccessen als Mimoza en Willem Parel en bovendien de tv-serie Citroentje met suiker. Op latere leeftijd, vanaf de jaren negentig, ging de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol in zijn werk spelen.

Meer dan welkom in Hilversum

Als zoon van een standwerker bracht Asser zijn jeugdjaren door in de toenmalige Jodenbuurt in Amsterdam. Hij wilde journalist worden, maar de oorlog maakte dat onmogelijk. Hij wist aan de Jodenvervolging te ontkomen door onder te duiken. Pas na de bevrijding bemachtigde hij een baantje als jongste verslaggever bij de Haagse editie van de voormalige verzetskrant Het Parool. Daar raakte hij al gauw bedreven in het schrijven van amusante kroniekjes over het dagelijks leven – naar het voorbeeld van Simon Carmiggelt, die tevens zijn mentor was. Drie jaar later stapte hij, op voorspraak van Carmiggelt, over naar het weekblad Vrij Nederland.

Tijdens een persreisje raakte Asser in 1952 in contact met een radiocollega die hem tipte dat de Hilversumse omroepen te kampen hadden met een groot gebrek aan teksten voor hun amusementsprogramma’s. Asser werd er met open armen ontvangen en schreef drie jaar lang voor de VARA de kolderieke hoorspelserie Mimosa (Ministerie van Moeilijke Zaken) op de veelbeluisterde zaterdagavond, met medewerking van vrolijk schmierende grootheden als Ko van Dijk, Conny Stuart, Johan Kaart en de beginnelingen Rijk de Gooyer en Johnny Kraaykamp.

Al heel snel nationale bekendheid

Wekelijks verzon Asser een ruime sortering aan zotte verwikkelingen in een bizarre stijl die destijds in Nederland zeldzaam was. Eens legde hij, na een uitzonderlijk dwaze zinsnede, een van zijn personages een prangende vraag in de mond: „Van wie is die tekst?” Waarop het lachgrage studiopubliek riep: „Van Eli Asser!” Dat werd een geregeld terugkerende grap die hem in een ommezien nationale bekendheid bezorgde. Nog decennia lang werden die woorden hem op straat nageroepen.

In de jaren vijftig schreef Asser voorts de razend populaire radiopraatjes van de orgeldraaier Willem Parel die wekelijks werden voorgedragen door Wim Sonneveld. Dit succes leidde in 1955 zelfs tot de – mede door Asser geschreven – bioscoopfilm Het wonderlijke leven van Willem Parel, met Sonneveld in de hoofdrol.

In de jaren zestig leverde Eli Asser onder meer teksten voor tv-shows met Rijk de Gooyer, die in 1964 een hit scoorde met het droogkomische lied Brief uit La Courtine, over de Franse legerplaats waar toen veel Nederlandse soldaten verbleven.

In 1969 begon de reeks ’t Schaep met de 5 Pooten, met Adèle Bloemendaal, Piet Römer en Leen Jongewaard in het middelpunt. ’t Schaep speelde zich af in een traditioneel Amsterdams café, tegen de achtergrond van de oude wijken die zouden worden gesloopt vanwege de metro-aanleg. Eens te meer bewees Asser zich als een groot verhalenverteller, terwijl hij in de liedjes het midden hield tussen parodie en authentiek volks.

’t Schaep bestond maar één seizoen, waarna de makers ruziënd uiteen gingen. Zo maakte Asser zich niet populair door zijn standpunt dat hij, als de schrijver, beter dan alle anderen wist hoe de serie gespeeld en in beeld gebracht moest worden.

Toch kwam in 1972 nog de vervolgserie Citroentje met suiker, die echter te veel op ’t Schaep leek om het succes te evenaren. Daarna richtte Asser zich vooral op het theater. Hij schreef onder meer een musicalversies van de toneelklucht Potasch en Perlemoer.

Oorlogsherinneringen verdrongen

In de jaren negentig moest Eli Asser tot de conclusie komen dat hij niet voor niets zijn leven lang in de humoristische sector had gewerkt – daarmee had hij ook zijn oorlogsherinneringen verdrongen. Zo begon hij te schrijven over zijn baantje als verpleger tussen de Joodse patiënten in de psychiatrische kliniek Het Apeldoornsche Bosch, waar hij zich negen maanden lang veilig meende te voelen. Tot alle patiënten op 21 januari 1943 op transport werden gezet en de verplegers voor een ijselijk dilemma stonden: meegaan met de geesteszieken of het vege lijf redden door te vluchten? Na een doorwaakte nacht kozen Asser en zijn vriendin, die er ook werkte, destijds voor het laatste. Hij verwerkte dit gegeven in een tv-drama, een toneelstuk en een novelle. In weekblad Vrij Nederland

zei hij: „Ik voel een grote gêne over het simpele feit dat ik nog leef, dat ik een goed leven heb geleid, dat ik soms zelfs lach.”

Zijn vrouw en hij kregen drie kinderen, van wie hun met Freek de Jonge getrouwde dochter een moeizame relatie met haar vader had. Zij maakte ruim drie jaar geleden een documentaire waarin ze samen met haar vader diens oorlogsadressen bezocht.

En intussen blijft ’t Schaep met de 5 Pooten op het repertoire staan. Tot na zijn dood: vanaf half april gaat er zelfs een musicalversie op tournee.

    • Henk van Gelder