Gedreven, mediageniek en snel op het ijs: ideaal voor sponsors

Jutta Leerdam Jutta Leerdam werd voor het eerst sprintkampioen van Nederland. Ze heeft alles om boegbeeld te worden van het schaatsen.

Jutta Leerdam in actie op de 500 meter in Thialf. Ze won drie van de vier afstanden.
Jutta Leerdam in actie op de 500 meter in Thialf. Ze won drie van de vier afstanden. Foto VINCENT JANNINK/ANP

De nieuwe Nederlandse sprintkampioen was op de kussens langs het ijs aan het uitpuffen toen ze met een microfoon onder de neus zich ervan moest weerhouden te zeggen wat nog beter kon. Net 20 jaar, Jutta Leerdam. Drie van de vier afstanden gewonnen, drie keer een persoonlijk record. Ze slikte de kritiek snel in. Nee, het was heel goed.

Het is ergens raar, dat zei ze ook zelf, dat ze nu al kan zeuren over tweede plekken, zoals die op de tweede 500 meter van zondag. Vorig jaar reed ze in haar laatste seizoen als junior nog anoniem rond op de NK afstanden. Een seizoen later, als senior, wint ze twee keer brons op diezelfde NK afstanden (500 en 1.000), plaatst ze zich voor de wereldbekers en wordt ze vierde op het EK sprint in Collalbo. En nu dus, als debutante, Nederlands kampioene. Met overmacht. Dat ze dan zo kritisch kan zijn, zegt alles over de stap die een van de grote beloften van het schaatsen heeft gemaakt.

Leerdam, geboren in het Zuid-Hollandse ’s-Gravenzande, begon ook nog eens heel laat met schaatsen. Ze was elf, daarvoor had ze altijd gehockeyd. „Een vrij sterke meid”, herinnert Jetske Wiersma zich. Zij kreeg Leerdam als bondscoach van de junioren in 2015 voor het eerst onder haar hoede. „Maar technisch kon er nog wel wat verbeterd worden.” Diep zitten, de juiste hoeken maken.

„Ze heeft de schaatsbeweging helemaal moeten leren”, zegt Arnold van der Poel, die haar in 2017 en 2018 bij RTC Zuidwest trainde. „Maar het vermogen had ze al wel.” Voor die techniek had ze haar lengte, 1,81 meter, niet echt mee. „Maar ze pakte het snel op. Dat komt door haar gedrevenheid. Tijdens trainingen accepteert ze niets minder dan een tien.”

Leerdam werd als allrounder opgeleid, hoewel de middenafstanden haar het beste lagen. Als eerstejaars A-junior werd ze in 2017 verrassend wereldkampioen allround bij de junioren in Helsinki. Leerdam was samen met Joy Beune, nu 19, het grote schaatstalent van de toekomst. De twee waren elkaars grootste concurrenten. In hun laatste jaar als junior, 2018, vochten ze samen om de wereldtitel allround in Salt Lake City. Dat móést de tweede titel voor Leerdam worden, maar Beune versloeg haar door haar op drie afstanden voor te blijven.

Beune is meer de allrounder van de twee. Zij werd in Thialf tweede op het NK allround. Leerdam richtte zich op het kortere werk, dat betaalde zich nu uit. „Haar hart ligt bij de sprint”, denkt Van der Poel. „Maar ze is geen supersprinter, haar beweging is redelijk traag”, zegt Wiersma. „Ze kan haar bewegingssnelheid nog verhogen. Je ziet op een 1.000 meter aan haar gezicht dat ze de laatste 200 meter haar coördinatie een beetje verliest. Met het melkzuur tot in de oren. Maar dat is trainbaar.”

Zaakwaarnemer

Leerdam heeft alles mee als nieuw schaatsboegbeeld. Mediageniek, praat makkelijk. Bovendien een kind van de Instagramgeneratie, met 90.000 volgers. Een groot bereik, ideaal voor sponsors. Ze heeft in oud-tennisser John van Lottum al een zaakwaarnemer en in vriend Koen Verweij een ervaringsdeskundige en raadgever, op en buiten de baan.

Dit weekeinde werd duidelijk dat er voorzichtig wordt omgesprongen met het imago van Leerdam. Zaterdag reageerde ze in de catacomben van Thialf op de vraag of ze de dag erna zou bewijzen als debutante het NK te kunnen winnen: „Als ik weer zo’n dagje heb, denk ik dat het met twee vingers in mijn neus lukt.” Het werd op meerdere websites een kop. Een redacteur van Schaatsen.nl kreeg hierop een appje van Verweij, of die hem zo snel mogelijk kon bellen. En dat hij verwachtte dat het artikel heel snel van de site werd gehaald. „Zware imagoschade, slechte zaak dat dit gebeurt.”

Na haar overwinning is zondagavond bij Leerdam het ongemak over haar opmerking nog te merken. Ze zegt eerst dat ze het niet zo heeft gezegd. En dan, wanneer gezegd wordt dat ze het mag terugluisteren, dat ze het niet zo bedóélde. „Het komt over alsof ik héél veel zelfvertrouwen heb, maar dat was denk ik in de heat of the moment. Het klonk alsof ik zei dat ik wel makkelijk zou winnen, maar zo vóél ik me helemaal niet.”

Een les, zo zegt ze uiteindelijk, van een nieuw schaatsleven in de spotlights. Op het ijs toonde ze in elk geval met die spotlights geen moeite te hebben.