Duitsland zet belangrijke stap naar toekomst zonder kolenstook

Energie De laatste Duitse kolencentrales moeten uiterlijk in 2038 dicht, adviseert een breed samengestelde adviescommissie. De Duitse regering is positief.

De koeltorens van de bruinkoolcentrale in Jänschwalde, een van de grootste van Duitsland.
De koeltorens van de bruinkoolcentrale in Jänschwalde, een van de grootste van Duitsland. Foto Hannibal Hanschke/Reuters

De eerste reacties vanuit de Duitse regering op het advies de laatste kolencentrale in het land eind 2038 te sluiten om de uitstoot van CO2 te verminderen, zijn positief. Zaterdagochtend had een breed samengestelde adviescommissie van de regering na maandenlange onderhandelingen hierover overeenstemming bereikt. Het akkoord heeft nog de status van een voorstel. De regering zal op basis hiervan een wetsvoorstel maken, dat door de Bondsdag moet worden aangenomen. Maar Duitsland heeft een belangrijke stap gezet op weg naar een energievoorziening zonder kolenstook.

Voor de sector zal het een enorme uitdaging zijn de plannen uit te voeren en met uitbreiding van vooral duurzame energie de sluiting van de kolencentrales op te vangen.

Minister van Economische Zaken Peter Altmaier (CDU) zei het akkoord „zorgvuldig en constructief” te zullen bestuderen. De Duitse klimaatdoelen voor 2030 zouden met dit plan bereikt kunnen worden, aldus Altmaier, die zei dat dit nu met „grote maatschappelijke consensus” kan gebeuren. Minister van Financiën Olaf Scholz (SPD) toonde zich opgetogen: „We gaan de energieverzorging van het industrieland Duitsland helemaal nieuw inrichten.”

Fel omstreden boskap

Opluchting is er ook dat het overlegmodel in Duitsland bij zo’n ingewikkelde kwestie, met veel uiteenlopende belangen, nog werkt. Milieuorganisaties vinden weliswaar dat het akkoord niet ver genoeg gaat, maar toch vinden ze het beter dan helemaal geen akkoord. Op hun aandringen is in het plan opgenomen dat in 2032 bekeken kan worden, of de laatste kolencentrales niet al in 2035 dicht kunnen.

De commissie gaat niet zover om te zeggen dat de fel omstreden kap van het Hambacher Bos, tussen Keulen en Aken, voor de bruinkoolwinning nu afgeblazen kan worden. Maar wel stelt ze dat het „wenselijk” is dat het kappen van het bos wordt gestopt. Het bos is een symbool geworden van de weerstand tegen de winning van elektriciteit uit de sterk vervuilende bruinkool en verwoesting van het landschap waar de dagbouw mee gepaard gaat.

Lees ook: In het Oost-Duitse Proschim is bruinkoolwinning een bedreiging én een belangrijke bron van inkomsten.

Politiek ligt de kwestie ook bijzonder gevoelig in de gebieden in het oosten van Duitsland. Daar is sinds de Duitse eenwording veel industrie en werkgelegenheid verdwenen, maar de bruinkoolwinning biedt nog aan duizenden mensen werk. De regeringscoalitie is er veel aan gelegen de Oost-Duitse bevolking perspectief te bieden, aangezien er dit najaar er in drie Oost-Duitse deelstaten verkiezingen worden gehouden.

Voor verbetering van de infrastructuur in alle kolengebieden, en versterking van investeringsklimaat en werkgelegenheid, stelt de commissie voor de komende twintig jaar zo’n 40 miljard euro uit te trekken, wat door de landelijke overheid opgebracht moet worden. Daarnaast rekent de commissie erop dat een vergelijkbaar bedrag uitgetrokken moet worden om particulieren en bedrijven te compenseren voor stijgende energieprijzen – al blijft onduidelijk hoe dat precies moet gebeuren en of dat mogelijk is binnen de Europese concurrentieregels.

Tot 2038 moet een commissie van onafhankelijke experts op drie verschillende momenten bekijken wat de gevolgen van het geleidelijke afbouw van de kolenstook zijn voor de leveringszekerheid, de stroomprijs en de werkgelegenheid. Mogelijk moet er ook compensatie komen voor de exploitanten van elektriciteitscentrales – al is een aantal van de centrales toch al aan het eind van zijn levensduur.

Voor werknemers in de kolenwinning en de kolencentrales die 58 jaar en ouder zijn en door de afbouw hun baanverliezen moet er een financiële regeling komen om de periode tot hun pensioen te overbruggen. Hiervoor zouden de werkgevers en de staat samen zo’n 5 miljard voor moeten uittrekken. Voor de dorpen die de komende jaren nog plaats moeten maken voor de graafmachines van de bruinkooldagbouw moeten de deelstaatregeringen gespreksrondes organiseren over nieuwe locaties voor de dorpen. Omdat de commissie niet heeft besloten dat alle bedreigde dorpen behouden moeten blijven, heeft één van de 28 leden, een lokale politicus uit Brandenburg, tegen het akkoord gestemd. De overige 27 onderschrijven het wel.

Kritiek is er van milieuorganisaties die niet in de commissie zaten, en ook van sommige energie-experts. Twijfels zijn er of de stroomlevering wel gegarandeerd kan zijn, als al tot 2022, zoals in het plan staat, de totale capaciteit van steenkool- en bruinkoolcentrales met 12,5 gigawatt teruggebracht wordt tot 30 gigawatt. In diezelfde periode moeten namelijk ook de laatste kerncentrales worden gesloten.