Opinie

    • Frits Abrahams

Ajax lijdt aan overmoed

Het aardige van topsport is de onvoorspelbaarheid. Daar zagen we zondag twee treffende voorbeelden van. Eerst werd Rafael Nadal in Melbourne onbarmhartig afgedroogd door Novak Djokovic, een paar uur later overkwam Ajax in Rotterdam hetzelfde bij Feyenoord.

Als liefhebber van zowel tennis als voetbal was ik ’s morgens om half tien nogal bezorgd aan de dag begonnen. Nadal en Djokovic hadden bij een eerdere finale van de Australian Open bijna zes uur tegenover elkaar gestaan. Als dat opnieuw zou gebeuren, kwam voor mij Feyenoord-Ajax in gevaar, tenzij ik de ontknoping in Melbourne liet schieten – een hopeloos dilemma.

Ik was blij dat het me bespaard bleef, doordat Djokovic buitenaards tennis speelde. Nadal kon zichzelf niet eens zoveel verwijten, hij werd in twee uur volledig overklast door iemand die vrijwel geen fouten maakte. Wat hun onderlinge duels zo fascinerend maakt, is de strijd om de hegemonie in de tennissport. Wie de meeste grandslamtitels haalt, mag zich voorlopig de beste speler aller tijden noemen. Federer gaat met 20 grandslamtitels aan kop, maar Nadal (17) en Djokovic (15) zijn nog jong genoeg om hem te kunnen inhalen.

Het was grappig om te merken hoezeer beiden nog blaken van ambitie. Tijdens de huldiging zei Nadal dat het knap was dat hij zo snel was hersteld van een zware blessure. Djokovic kon daarop niet nalaten te vermelden dat hij precies een jaar eerder ook een zware operatie had moeten ondergaan. That’s the spirit!

‘Spirit’ was ook het woord waarmee Robin van Persie Feyenoord loofde. Terecht. Teamgeest, moed, passie – dat waren de wapens waarmee Feyenoord Ajax aftroefde. Dat maakte de nederlaag van Ajax pijnlijker dan die van Nadal. Ajax had geen moed, maar overmoed. Er lijkt iets verwends en gemakzuchtigs in het elftal gekropen: wij zijn zo goed, wij winnen op onze pure klasse, het is immers geen toeval dat topclubs onze spelers willen kopen, wie wil er nou een Feyenoorder hebben?

Misplaatste superioriteit wordt snel afgestraft in de topsport. Je zag Ajacieden die duels ontweken en zich te vaak beklaagden bij de scheidsrechter. Met name Frenkie de Jong maakte zich schuldig aan dat laatste. Hij is een geweldig talent, maar vooral in dit soort wedstrijden is hij nog te weinig bepalend; dat zal anders moeten als hij het in Barcelona wil redden.

In de verdediging van Ajax heerste chaos en het middenveld ontbeerde vechtjassen. Overmoed was er ook bij de leiding, die een nuttige reserve als verdediger Wöber in de winterstop liet vertrekken. Hij had de geblesseerde linksback Tagliafico kunnen vervangen; nu werd de verdediging op twee plaatsen gewijzigd en nieuweling Magellán in het hart van de defensie geplant. Het was vragen om problemen, bijna elke aanval van Feyenoord was dodelijk.

Eigenlijk heeft Ajax een soort Nadal nodig op het middenveld, iemand die áls hij ten ondergaat dat in ieder geval strijdend doet, en een soort Djokovic in de aanval, een speler die strijdlust aan brille paart.

In Amsterdam hoorde je de laatste weken al zonnige voorspellingen over de wedstrijden tegen Real Madrid, maar als Ajax zo speelt als zondag wordt het weggevaagd. Het seizoen kan alsnog in een nachtmerrie eindigen: geen landskampioenschap, alleen een kortstondig succes in de Champions League.

    • Frits Abrahams