Nederland, Den Haag, 24 januari 2019 Ute Frevert, Historica Foto: Merlijn Doomernik Alle rechten voorbehouden / All rights reserved

‘Vertrouwen is een democratische emotie’

Ute Frevert Historica Emoties zijn belangrijk voor de democratie, maar ze maken het sluiten van compromissen moeilijk, zegt historica Ute Frevert.

‘De boze burger’, ‘de bange middenklasse’: je struikelt over de emoties in het publieke debat. Historici zijn pas sinds een jaar of twintig systematisch bezig met het bestuderen van emoties. De emotional turn, noemt de Duitse hoogleraar geschiedenis Ute Frevert dat. Zij staat sinds 2008 aan het hoofd van het Center for the History of Emotions aan het Max Planck Institute for Human Development. Haar huidige onderzoek gaat onder andere over de geschiedenis van het – wanneer ze daarover praat, beginnen haar ogen te glanzen.

Deze donderdag gaf Frevert een lezing voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, waarin ze haar gedachten ontvouwde over emoties en politiek. Emoties zijn al eeuwen onderdeel van het democratische systeem, zegt ze. „In de vroegmoderne tijd deden emoties er niet toe: een koning kon regeren zonder emotionele goedkeuring. Maar wanneer de macht wordt bevraagd, worden emoties belangrijk: leiders moeten hun volk dan overtuigen.” Logisch dus dat politici burgers niet enkel aanspreken op ratio, maar ook op gevoel.

Wél nieuw, zegt Frevert, is de politisering van emoties. Die emoties, eerder nog een hulpmiddel, worden nu politieke argumenten op zichzelf. „Neem vernedering: als ik me vernederd voel, vind ik dat ik het recht heb terug te slaan. Mijn vernedering is alles wat ertoe doet, en ik gebruik het als rechtvaardiging voor al mijn politieke acties.” Dat is wat we nu zien, zegt Frevert: emoties staan centraal en maken het sluiten van compromissen moeilijk.

De oorsprong van de politisering van emoties zoekt Frevert in de „therapeutische cultuur” die opkwam in de jaren zeventig. Vanaf dit moment hoefden emoties niet meer onderdrukt te worden. Integendeel: ze werden belangrijk voor onze ontwikkeling en identiteit. Het resultaat zag je volgens Frevert in de vrouwen- en milieubeweging en de actiegroepen tegen nucleaire wapens in de jaren zeventig en tachtig. Deze activisten verwoordden hun standpunten op een persoonlijke, emotionele wijze.

Waarin wordt dat verschil met eerdere politieke bewegingen zichtbaar?

„De taal is compleet anders. De eerste feministische golf van begin vorige eeuw sprak in termen van rechten die de maatschappij vrouwen moest toekennen. De tweede feministische golf had het niet zozeer over rechten, maar over zaken als waardigheid en zelfrealisatie.”

Gold dat ook voor die andere bewegingen uit de jaren tachtig, zoals de milieubeweging?

„Ja, die activisten zeiden: het gaat over de lucht die ik inadem, de vervuiling die ik moet verdragen, de angst waarmee ik te maken heb. Die individuele angst werd gebruikt. Ik zie daar een analogie met de rechts-populisten van nu, die persoonlijke geraaktheid gebruiken om een politieke agenda door te drukken. ”

U noemde vernedering als voorbeeld van een emotie die nu wordt gepolitiseerd. Maar is dat niet precies wat Hitler deed vóórdat emoties volgens u zo centraal kwamen te staan?

„Hitler gebruikte inderdaad dezelfde soort retoriek als rechts-populisten nu. Maar de vernedering die hij adresseerde was anders van aard. Het ging toen over het Duitse volk: voor zover mensen vernederd waren, waren zij dat, als burgers van de Duitse natie. Tegenwoordig voelen mensen dat zijzelf, als mens, vernederd en verkeerd behandeld zijn. Die emotie gaat veel dieper.”

U schrijft dat de grote volkspartijen, in tegenstelling tot de populisten, altijd juist hebben geprobeerd emoties te temperen. Is dat nog steeds het geval?

„Ja, ik denk het wel. De volkspartijen gebruiken emoties als een middel om te communiceren, maar niet als een wapen of een argument. Als je zo veel verschillende mensen tegelijk wilt aanspreken, welke emotie moet je dan adresseren? De oude volkspartijen accepteren verschillen tussen mensen, ze spreken hun electoraat niet aan als één homogene groep.”

In uw lezing roept u politici op om „democratische emoties te versterken”. Hoe moeten we dit voor ons zien?

„Een emotie die politici zou moeten aanspreken is vertrouwen. Dat is een zeer democratische emotie, omdat het een overeenkomst is. Ik kan als burger mijn vertrouwen intrekken, dat geeft me onderhandelingsmacht. Het is ook een positieve emotie, net als zelfvertrouwen en optimisme. Dat moeten de oude volkspartijen meer eensgezind benadrukken: dat zij optimistisch zijn over de oplossingen die we binnen het democratisch systeem kunnen vinden voor de problemen van onze tijd. Het was goed dat Merkel riep: wir schaffen das. Nu moet ze voet bij stuk houden.”