Ook 18e-eeuwse Nederlander had vitamine-D-tekort

Archeologie Rond de 18e eeuw hadden veel Nederlanders rachitis. Vooral vrouwen en kinderen kwamen zelden buiten.

Skelet , Sint Janskerk in Gouda.
Skelet , Sint Janskerk in Gouda. Foto Barbara Veselka

O-benen, een kromme ruggengraat of slechte tanden: als iemand lijdt aan rachitis is dat vaak duidelijk te zien. De ziekte wordt veroorzaakt door een tekort aan vitamine D, meestal als gevolg van een gebrekkige blootstelling aan zonlicht. Hierdoor ontwikkelen botten zich onvoldoende. Rachitis werd voor het eerst op grote schaal vastgesteld in het Engeland van de Industriële Revolutie en werd om die reden ook wel de ‘Engelse ziekte’ genoemd. Arbeiders zwoegden er in donkere fabriekshallen, gezinnen zaten opeengepakt in woningen met weinig daglicht en de uitstoot van roet zorgde ervoor dat mensen ook te weinig zonlicht kregen als ze wél buiten waren.

Tot nu toe werd aangenomen dat deze ziekte in het Nederland van de 17e tot 19e eeuw weinig voorkwam, omdat ons land geen grootscheepse industrialisatie kende zoals die zich in Engeland voltrok. Onderzoek aan ruim zeshonderd skeletten door archeoloog Barbara Veselka toont nu echter aan dat rachitis toen ook op het Nederlandse platteland opdook. Voor haar proefschrift D-Lightful Sunshine Disrupted, waarop ze volgende week promoveert aan de Universiteit Leiden, onderzocht Veselka menselijke resten die tussen 1600 en 1900 begaven werden in de Beemster, Bloemendaal, Gouda, Rotterdam, Roosendaal en Hattem.

Veselka trof in alle populaties rachitis aan, variërend van 15,3 procent in Beemster, tot 23,8 procent in Hattem. Vergelijkbare percentages zijn aangetroffen in Engelse skelettenverzamelingen uit dezelfde periode. Opvallend veel kinderen hadden last van de ziekte. De meerderheid van de kinderskeletten met vitamine-D-tekort van drie jaar en jonger vertoonde rachitis in actieve staat, terwijl kinderen ouder dan drie jaar de ziekte in helende staat lieten zien.

Een mogelijke verklaring voor dit fenomeen, aldus Veselka, zou kunnen zijn dat kleine kinderen noodgedwongen binnen moesten blijven omdat beide ouders buitenshuis aan het werk waren. Iets oudere kinderen werden al vaker ingeschakeld bij kleine taken rondom het huishouden of op het land, en zouden zo vaker aan zonlicht worden blootgesteld.

Sociaal-culturele gebruiken zorgden ervoor dat mensen ook op latere leeftijd te weinig zonlicht kregen, stelt Veselka. Gedacht moet bijvoorbeeld worden aan de gewoonte om zeer bedekkende kleding te dragen. Daarnaast bleek in de Beemster dat vrouwen, die vaker binnenshuis werkten, veel vaker een tekort hadden aan vitamine D dan mannen.

    • Bart Funnekotter