Opinie

Bij het nakomen van milieu-afspraken faalt het kabinet op alle fronten

URGENDA

Met het stellen van ambitieuze doelen om milieuvervuiling tegen te gaan hebben opeenvolgende Nederlandse kabinetten nooit enig probleem gehad. Moeilijk werd het pas als het om het bereiken van die doelstellingen ging. Bij het huidige kabinet is het niet anders. Drie Nederlandse klimaat- en energiedoelen voor 2020 zijn niet in zicht, schreef het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) vrijdag in een langverwachte rapportage.

Dit negatieve oordeel hing al in de lucht en kan daarom nauwelijks als een verrassing worden beschouwd. De kracht van de oorvijg voor het kabinet is er niet minder om. Er is wederom niet geleverd. Maar wat zegt het kabinet bij monde van zijn aanvoerder premier Mark Rutte (VVD) op een wijze zoals alleen hij het kan zeggen: „Het doel is om het doel te halen.” Woorden die erg doen denken aan de verstokte roker die bezweert dat hij morgen toch echt gaat stoppen.

De zaak is in feite nog ernstiger dan eerder gedacht. Sinds 2015 wordt het kabinet achtervolgd door de rechterlijke uitspraak dat in 2020 de uitstoot van broeikasgassen met 25 procent moet zijn verminderd ten opzichte van 1990. De uitspraak in de door Stichting Urgenda aangespannen zaak werd het afgelopen najaar in hoger beroep bevestigd. Maar ook op andere terreinen laat de Nederlandse overheid het afweten. Het binnen de Europese Unie overeengekomen aandeel hernieuwbare energie in 2020 wordt ook niet gehaald. Tenslotte wordt de eveneens voor het jaar 2020 voorgenomen energiebesparing niet gehaald.

Kortom, bij het nakomen van de milieu-afspraken faalt het Nederlandse kabinet op alle fronten. Dit is des te verontrustender omdat het kabinet voor de jaren 2030 en 2050 nog verdergaande doelstellingen heeft geformuleerd in het kader van de internationale klimaatafspraken. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft eerstverantwoordelijk minister Eric Wiebes (Klimaat, VVD) dat rekening moet worden gehouden met een „forse aanvullende opgave”. En juist daarom wil het kabinet de komende tijd „een gedegen afweging maken”. Maar aangezien deze afweging het afgelopen najaar ook al werd aangekondigd komt deze belofte weinig overtuigend over.

De afwachtende houding is ook slecht voor het aanzien van de staat. Terwijl het probleem alleen maar groter wordt, schuift het kabinet het verder voor zich uit. Als het over milieumaatregelen gaat wordt van de zijde van het kabinet onophoudelijk gesproken over het draagvlak dat in de gaten moet worden gehouden. Maar als er iets is dat het noodzakelijke draagvlak in gevaar brengt is het wel het huidige gelamenteer. Er wordt geen enkele urgentie uitgestraald.

Toen afgelopen december een brede coalitie van meer dan honderd maatschappelijke organisaties beviel van het klimaatakkoord werd elk begin van politieke besluitvorming verdaagd tot na nieuwe berekeningen van de Planbureaus. En nu wordt dus ook weer de tijd genomen voor het uitvoeren van het rechtelijke vonnis om de uitstoot eind 2020 terug te brengen.

Natuurlijk heeft minister Wiebes gelijk als hij spreekt van een „zeer moeilijke opgave”. Maar dat het moeilijk zou worden had men al kunnen weten toen de afspraken ten tijde van het vierde kabinet Balkenende werden gemaakt. De nadien opgetreden flinke economische groei die tot meer uitstoot heeft geleid is weliswaar een extra complicatie, maar rechtvaardigt de besluiteloosheid niet.

Minister Wiebes schrijft in april – dus na de verkiezingen van 20 maart aanstaande - met een pakket aan maatregelen te komen om de opgave voor 2020 te halen. Premier Rutte ontkende vrijdag op zijn wekelijkse persconferentie dat er een verband was met die verkiezingen maar frappant is het wel. Positief is dat het kabinet er niet voor gekozen heeft het vonnis niet uit te voeren en het aan te laten komen op een boete. Dat zou funest zijn geweest voor het vertrouwen in de rechtsstaat.

Maar wat dan wel? In zijn brief aan de Tweede Kamer oppert minister Wiebes de mogelijkheid van het sluiten van kolencentrales. Dit lijkt vooralsnog de meest begaanbare, maar wel een dure weg om in de buurt van de doelstellingen te komen. Maar er zal meer moeten gebeuren en al helemaal als ook nog de afspraken voor 2030 en 2050 gehaald moeten worden. Er is nog een zeer lange weg te gaan. Maar de wijze waarop deze weg tot nu toe wordt bewandeld, voorspelt weinig goeds.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.