‘Sophie doet de administratie. Ik vind dat verschrikkelijk’

Spitsuur Zaterdag is een werkdag voor Martijn Lusink (40), directeur van modemerk Oger. Zijn partner Sophie van Vliet (27), accountant, komt dan vaak met hun dochtertje Olivia (1) langs bij hun winkel in de P. C. Hooftstraat. „Even een wijntje drinken.”

Sophie: „Ik plan doordeweeks ’s avonds niks behalve sportlessen. Ik ben rond zes uur thuis, dan ben ik nog wel een uur met Olivia aan het knuffelen of ik doe haar in bad. We kijken veel Netflix.” Martijn: „Soms komen hier vrienden eten en in het weekend gaan we vaak uiteten.”
Sophie: „Ik plan doordeweeks ’s avonds niks behalve sportlessen. Ik ben rond zes uur thuis, dan ben ik nog wel een uur met Olivia aan het knuffelen of ik doe haar in bad. We kijken veel Netflix.” Martijn: „Soms komen hier vrienden eten en in het weekend gaan we vaak uiteten.” Foto David Galjaard

‘Sophie doet de administratie. Ik vind dat verschrikkelijk’

Sophie: „Ik wilde altijd al jong moeder worden.”

Martijn: „Onze dochter heet Olivia Oger, naar mijn vader. Toen ze werd geboren had mijn vader net een zwaar herseninfarct gehad. Hij kon niet meer lopen en praten, zat drie maanden in een revalidatiecentrum. Ik wilde hem eren en bedanken. Ik was al twee jaar algemeen directeur, maar had wel een vader, oprichter naast me die het altijd nog beter wist. Dat hoort erbij, in een familiebedrijf.”

Sophie: „Eigenlijk sta je al vanaf je twaalfde in de winkel.”

Martijn: „En vanaf mijn negentiende fulltime. De winkel voelt als een warme huiskamer. Er komen altijd leuke klanten. Ik bracht de hele dag koffie rond, daarna ruimde ik af en maakte ik de vakken netjes. Dat heb ik tot mijn vijftiende gedaan, daarna ging ik de verkoop in. Mijn vader had een gigantische visie. Hij is ooit een winkeltje begonnen in de P.C. Hooftstraat toen er nog amper winkels waren, in 1989. Samen met mijn broer, een nichtje en een neef zitten we nu in de directie. Ik ontwerp zelf de collecties en koop in. Het ontwerpen heb ik van mijn vader geleerd. Ik mis zijn humor. Hij stond altijd met enorm veel charisma in de winkel. Mijn vader was meer een micromanager, hij was de jongste verkoper nog aan het aansturen. Ik laat meer over aan de managers.”

Creatief

Martijn: „Ik ben echt een jongen van de praktijk.”

Sophie: „Ik heb gestudeerd tot het hoogste niveau in mijn vakgebied.”

Martijn: „Nou, ik heb wel ondernemersdiploma’s gehaald voor de detailhandel. Op de leeftijd dat anderen gingen studeren heb ik er nooit echt over nagedacht. Het bedrijf groeide zo hard, ik zat in een flow. Alles wat ik bedacht, lukte. Ik bedacht als eerste die shirts met diagonale strepen en ruiten. Is nu helemaal verschrikkelijk, maar het hele land volgde toen.”

Sophie: „Dat creatieve heb je heel erg in de vingers.”

Martijn: „Als ik een stofje zie, weet ik meteen wat voor type man dat gaat dragen. Dan weet ik ook wat voor binnenwerk erin moet, wat voor knoopjes en wat voor schoentjes erbij horen.”

Sophie: „Hij heeft ook ons nieuwe huis helemaal ingericht.”

Martijn: „Vroeger wilden al mijn vriendjes brandweerman worden of politieagent. Ik wilde modeontwerper worden.”

Sophie: „Tijdens mijn studie vond ik de accountingvakken wel leuk. Ik was altijd wel bezig met cijfers en kon goed studeren. Nu controleer ik jaarrekeningen. Ik vind het heel leuk om bij grote bedrijven in de keuken te kijken en te werken in teamverband. Wij zijn de onafhankelijke partij die een verklaring moet afgeven bij de jaarrekening. Ik vind het niet lastig om kritisch en onafhankelijk te zijn. Er werken veel jonge mensen. Ook daardoor ga ik echt met plezier naar mijn werk.”

Martijn: „Ik heb van mijn vader geleerd dat een duidelijke rolverdeling heel belangrijk is. Sophie doet de administratie. Ik vind dat verschrikkelijk.”

Terug naar Amsterdam

Sophie: „Martijn woonde lang in Vinkeveen.”

Martijn: „Ik ben helemaal gek op het water. Ik heb op mijn elfde al een zeilbootje gekocht waar ik wedstrijden mee deed.”

Sophie: „Ik wilde niet die kant op toen ik nog studeerde. Na vier jaar ben ik er toch gaan wonen; een jaar later zijn we terugverhuisd naar Amsterdam. Ik ga hier de deur uit en ben overal zo met de kinderwagen. We hebben superveel vrienden in de buurt. Ik ga op zaterdag vaak even langs de winkel met de kleine om een wijntje te drinken. Dan kom ik echt voor de sfeer.”

Martijn: „Ons hoofdkantoor zit in Purmerend. Als ik daarheen ga, rijd ik altijd na de file weg, rond negen uur. Ik ben vaak wel tot zeven uur, half acht aan het werk.”

Sophie: „Mijn wekker gaat tussen half zeven en zeven uur. Ik haal Olivia eruit, geef haar een schone luier en ga douchen. Als ik haar een fles heb gegeven, rijd ik rond half acht naar kantoor in Amstelveen of naar klanten in de omgeving.”

Sushi en kippetjes

Martijn: „Per jaar zit ik drie maanden in het buitenland voor nieuwe collecties.”

Sophie: „De Italiaanse merken die zij verkopen hebben hun showrooms in Milaan.”

Martijn: „Ik pak de eerste vlucht om zeven uur op maandag en dan kan ik om negen uur op de showroom zijn. Meestal werken we tot een uur of acht, negen door. Dat zijn wel pittige dagen als je al sinds vier uur op bent. Ik zit daar in zo’n ‘Grand Hotel’, een klassiek hotel waar ik al het personeel ken. Dat is thuiskomen.”

Sophie: „Ik plan doordeweeks ’s avonds niks behalve sportlessen. Ik ben rond zes uur thuis, dan ben ik nog wel een uur met Olivia aan het knuffelen of ik doe haar in bad. We kijken veel Netflix.”

Martijn: „Soms komen hier vrienden eten en in het weekend gaan we vaak uiteten.”

Sophie: „Op vrijdag zijn we allebei vrij, sporten we om de beurt en doen we de boodschappen voor het weekend.”

Martijn: „Zaterdag sta ik in de winkel, op zondag werk ik veel mails weg. Ik ontvang tussen de tachtig en honderd mails per dag. Ik heb nu wel iemand die mijn mails beheert.”

Sophie: „We hebben geen computer in huis, behalve mijn werklaptop. Martijn doet alles op zijn telefoon.”

Martijn: „Sinds de kleine er is probeer ik om half zeven thuis te zijn. Dan kan ik haar nog net een flesje geven en in bed leggen. Soms bel ik Sophie: ‘Zullen we vanavond lekker sushi eten?’ Ik ben wel van de kwaliteit, maar niet van de poeha. Als ik een biefstukje ga eten, moet het wel iets puurs zijn. Geen driesterrending met allemaal saus, dan proef ik het vlees niet.”

Sophie: „Ik zorg dat er ’s avonds eten in huis is. Ik houd niet van koken, dus ik besteed daar niet zoveel tijd aan.”

Martijn: „Het is vaak goedkoper om te bestellen, dan om alles zelf te doen. Chefs Poulet et Frites zit hier om de hoek, daar hebben ze heerlijke kippetjes. Ik wil wel dat alles opgeruimd is voor we gaan slapen. Dat komt door de winkel, denk ik. Alles moet netjes de kast in. Mijn overhemden gaan naar mijn moeder, die is wereldkampioen strijken. Ik krijg een shirt verser terug dan uit de verpakking.”

Sophie: „Eerst dacht ik moet ik mezelf nou een slechte vrouw gaan voelen? Maar mijn schoonmoeder stond erop.”