Wat drinkt de elite over de grens?

Van wereldvreemde latte drinkers tot verbroederende wijn. Hoe zit het met de drinkende elite in het buitenland?

Foto’s Martin Parr / Magnum Photos / Hollandse Hoogte

Verenigde Staten

Latte liberals

Wie de Amerikaanse elite echt wil aanpakken, doet dat via haar koffie. Overdreven koffie. Tall decaf pumpkin spice soy latte.

De elite – vroeger vereenzelvigd met mannen in krijtstreep, nu met mannen die hun baard trimmen – bestaat per definitie uit mensen die hechten aan maniërisme in het dagelijks leven, opdat zij zich onderscheiden van de mensen die niet weten hoe de manieren zijn. Amerikanen noemen deze elite al jaren honend „latte liberals”: linksige types die koffie met schuimige melk drinken. In de Urban Dictionary wordt de latte liberal omschreven als „iemand die er warmpjes bij zit en voorgeeft de progressieve zaak te steunen om daarna geheel anders te handelen”.

De latte-liberaal is een hypocriet. Hij hoort, zoals de BBC al in 2014 schreef, tot de „spreekwoordelijke bevolkingscategorie van de rijke, aan de kust wonende, Prius-rijdende intellectuelen waar rechtse radiopresentatoren zo graag de zweep over halen”.

In september 2014 stapte president Obama, opper-liberal, in New York uit helikopter Marine One en salueerde de mariniers die aan weerszijden van de deur stonden met de hand waarin hij een koffiebekertje hield. Het filmpje werd op internet gedeeld met het misprijzende oordeel: ‘latte salute’.

Linksige types die koffie met schuimige melk drinken

De vraag is: klopt het imago? Wie een koffiezaakje in de Verenigde Staten bezoekt, ziet steeds hetzelfde beeld. Of het nu bij Blacksmith in Houston is, Open City at the National Cathedral in Washington of Phoenix Coffee in Cleveland, je ziet overal hetzelfde: jonge, alternatieve mensen, van wie zeker tweederde achter een opengeslagen Apple zit te surfen, en een schoolbord met daarop de koffiemogelijkheden gekrijt: Girma Eshetu uit Ethiopië, Flat White, Cortado.

Maar een handvol persoonlijke waarnemingen bewijst nog niets. Drinkt de progressieve elite inderdaad meer latte, en zo ja, waarom? Diana Mutz van de Universiteit van Pennsylvania, gespecialiseerd in politieke psychologie, en scholier Jahnavi Rao zochten het uit en publiceerden in de zomer van 2018 een artikel in het blad PS: Political Science & Politics. Titel: ‘De ware reden dat progressieve mensen lattes drinken’. Twee van de vier hypothesen die ze onderzochten, leverden enigszins significante correlaties op. De eerste: vrouwen stemmen progressiever dan mannen en vrouwen drinken vaker latte. De tweede: linkse mensen zijn minder nationalistisch dan rechtse en zij hebben dus minder bedenkingen tegen een drankje met een buitenlandse naam. De laatste correlatie bleek het sterkst en zo hebben de rechtse Amerikanen er een patriottische reden bij om hun linkse buren latte liberals te noemen.

Verenigd Koninkrijk

Show me your H2O

In het land van ales en stouts, van gin en whisky is het drankje om een groep als elitair te bestempelen non-alcoholisch. Wil je een links iemand uit de grote stad wegzetten als out of touch dan verwijt je hem onderdeel te zijn van de cappuccino-elite. Daar hoort ook een plaatsbepaling bij: Islington, de bruisende Noord-Londense wijk waar rijkere Labour-types wonen of woonden, zoals Tony Blair voordat hij premier werd.

Deze groep zegt links te zijn, maar rijdt in dezelfde auto’s (Land Rovers), woont in dezelfde stadspaleizen en stuurt hun kroost naar dezelfde privéscholen als rechtse conservatieven. Dat ze eigenlijk niet links zijn blijkt uit hun koffiesmaak: niemand die echt sociale en financiële gelijkheid nastreeft is bereid ruim drie pond neer te tellen voor een kopje.

Drank in het Verenigd Koninkrijk is ook een manier om verbroedering of verschillen te benadrukken. Als Jacob Rees-Mogg, een voorstander van een snoeiharde Brexit, duidelijk wil maken dat hij een hekel heeft aan de EU maar niet aan Europeanen begint hij over zijn liefde voor Franse rode wijn. Maar diezelfde vermeende Bordeaux-liefde wordt door de hardliners waar Rees-Mogg toe behoort gebruikt om Commissie-president Jean-Claude Juncker weg te zetten als een dronkaard en zinnebeeld van alles wat mis is met de EU.

Hypocriet? Ja. Als oud-UKIP-leider Nigel Farage tijdens een inmiddels legendarisch lunch-interview met de Financial Times samen met een verslaggever drie pints, een fles wijn en een glas port drinkt, betekent dat juist dat Farage een gewone Engelse vent is.

Iedereen geniet van een ouderwetse piss-up, een drankgelach, met zijn of haar mates, van de flitsende advocaat in de Londense City tot de kapster om de hoek. Toch maakt het erg uit wát je drinkt. Drank gaat gepaard met stereotypen. Bestel je een India Pale Ale van een microbrouwerij, dan ben je vast een dertiger. G&T’s zijn er voor middenklasse-vrouwen van middelbare leeftijd. Tenzij je gruwelijk ingewikkeld doet over welke gin en welke tonic. Dat is weer een passie weggelegd voor stedelijke hipsters. Grote blikken extra sterke cider zijn geliefd bij de armste Britten, want die zijn goedkoop en, met een stevig alchoholpercentage, effectief.

Het is de vraag hoe lang drank, met alle bijbehorend statusverschillen, nog onderdeel zal zijn van de Britse volksaard. Jongeren drinken steeds minder alcohol, blijkt uit allerlei onderzoeken. Een nieuwe indicator van sociale status dient zich daarmee aan: water. Ga je voor kraanwater, fleswater of kokoswater. Show me your H2O and I will tell you who you are.

Frankrijk

Wijn is altijd goed

Fransen zijn onverbeterlijke wijnsippers. En niemand die daar moeilijk over doet. Wijn is „geen alcoholische drank als alle andere”, zei minister van Landbouw Didier Guillaume vorige week in een tv-interview over alcoholverslaving. „Ik heb nog nooit een jongere uit een nachtclub zien komen die bezopen is omdat hij Côte-du-Rhône, Crozes-Hermitage of Bordeaux heeft gedronken”, aldus Guillaume. „Nooit.”

Na bierdrinker Jacques Chirac, geheelonthouder Nicolas Sarkozy en socialist François Hollande die de beste flessen uit de Élysée-kelder verpatste heeft de wijnsector nu onvoorwaardelijke steun van een Franse regering. President Emmanuel Macron drinkt „’s middags en ’s avonds” bij het eten wijn, zei hij vorig jaar, „zelfs nu dat niet meer in de mode lijkt te zijn”.

De minister had gelijk: Franse jongeren, uit alle sociale lagen, drinken als ze beginnen met uitgaan en comazuipen („le binge drinking”) vooral bier en mixdrankjes. Maar daarvóór hebben ze in familiekring vaak al kennis gemaakt met wijn. Nergens in de Europese Unie wordt zoveel wijn gedronken als in Frankrijk: 6,9 liter pure alcohol uit wijn per inwoner vanaf 15 jaar. Niet bier (2,2 liter pure alcohol), maar sterke drank (2,4 liter) staat volgens de Wereldgezondheidsorganisatie op twee.

Wat gedronken wordt, is afhankelijk van regio, sociale klasse of een combinatie van beide. Grofweg: bier (al dan niet met Picon, een bittertje op sinaasappelbasis) doet het goed in volksere gebieden in het noorden en het oosten. Het zijn de regio’s waar het nationalistische Rassemblement National (RN) veel steun heeft. Maar omdat bier de naam heeft niet al te inheems te zijn, schenkt Marine Le Pen op partijdagen toch vooral wijn. Die wordt vaak geserveerd met goedkope charcuterie, de ultieme Franse daad van verzet tegen vermeende islamisering.

Het arbeideristische anijsdrankje pastis is meer voor in het zuiden. Rond champagne hangt nog altijd een aura van bourgeoisie, grootstedelijkheid en chic – al proberen de producenten bubbels te democratiseren. ‘Gele hesjes’ drinken op hun rotondes vooral bier en zelfgestookte brouwsels om het warm te houden.

Niemand zal een wijndrinker ooit scheef aankijken. Een minister maakt misschien onderscheid tussen een fles Côte-du-Rhône of een fles Crozes-Hermitage. De hardwerkende (of niet werkloze) Fransman heeft gewoon een cubi op het aanrecht staan: 3 of 5 liter volksdrank, om het even uit welke regio, in een kartonnen pak.

Duitsland

Bier verbindt, quinoa niet

De Duitse elite hoeft voor het sippen van wijn, al dan niet wit, geen hoon of kritiek te vrezen. Link wordt het pas met bier, dat wil zeggen: met het openlijk niet drinken van bier. Dat kan een politicus zich slecht veroorloven in Duitsland, en al helemaal niet in Beieren.

De Beierse minister-president Markus Söder (CSU), die eigenlijk geen alcohol drinkt, laat zich bij spreekbeurten bij voorkeur een glas water brengen. Wat er dan gebeurt bij een campagnebijeenkomst in een afgeladen biertent, beschreef de Süddeutsche Zeitung afgelopen najaar.

Als een van Söders medewerkers hem zijn glas water komt brengen, onderbreekt Söder zijn betoog en brult hij tot vreugde van het publiek: „Is er hier niets fatsoenlijks te drinken?” Waarop hem alsnog een grote pul schuimend bier wordt gebracht – waaraan hij even nipt, om er verder geen slok meer van te nemen.

Openlijk géén bier drinken, dat is link

Duitsers hebben bij een glas bier altijd de behoefte, heeft Bismarck volgens de overlevering ooit gezegd, om af te geven op de regering. Een beetje politicus beperkt dus graag de schade door mee te proosten. Ook Angela Merkel, eigenlijk meer een wijndrinker (zowel wit als rood), ontkomt daar op campagne niet aan.

Bier, wijn en andere alcoholische dranken worden in Duitsland niet ingezet als splijtzwam tussen groepen of maatschappelijke klassen, maar gelden als verbindingsmiddel. Het land produceert tenslotte bier en wijn – en is daar trots op. Verdeeldheid dreigt eerder bij eten.

Quinoa, vegan en biologisch voedsel worden soms beschouwd als elitair eten van linkse Gutmenschen. Varkensvlees (worst! Eisbein!) wordt daar tegenover gesteld als traditioneel volkseten, dat in bedrijfskantines en kinderdagverblijven van het menu dreigt te worden verdreven door vegetariërs en de gevreesde ‘islamisering van het avondland’.

Die angst werd eens bespot in een cartoon van Greser&Lenz in de Frankfurter Allgemeine Zeitung, waarop een protestmars te zien was van ‘Pegiva’, de Patriotische Europäer gegen die Vegetarisierung des Abendlandes – dikke Duitsers die spandoeken meevoerden met teksten als ‘Soja macht Hirnkrebs’ en ‘Mut zur Blutwurst’.

Lees ook: Ook Perikles vermeed de wijn sippende elite

Spanje

Drinken tegen Madrid

Het sprak vanzelf dat Mariano Rajoy vorig jaar bij zijn laatste avondmaal als premier van Spanje met een deel van zijn ministersploeg zijn aanstaande vertrek verdronk met twee flessen whisky. Bij het vieren van een grootse zege of het incasseren van een pijnlijke nederlaag is het Schotse drankje bij de Spaanse elite veruit het populairst. Bij voorkeur puur, hooguit met een blokje ijs of een paar druppels Frans bronwater. De onderklasse kijkt daar niet met afgunst naar, maar drinkt een wat goedkopere whisky met cola als er iets te vieren valt. Zo is Pablo Iglesias, de leider van het links radicale Podemos, ook niet vies van een glas Ballantines.

Eten en drinken – en vaak ook roken – is in Spanje zo’n beetje heilig. De 49 miljoen inwoners zijn bijna één in hun liefde voor smakelijke likeuren, rode en witte wijnen, cava’s, sangria’s in combinatie met Iberico ham, inktvis, tonijn of een gehaktballetje. Ze praten er het liefst de hele dag over, maar vrijwel nooit om er een ander mee in een negatief daglicht te stellen. Spanjaarden hoeven zich op culinair gebied niet minder te voelen dan Fransen, Italianen of Japanners. Toch zit er ergens diep van binnen een minderwaardigheidscomplex. Wat van buiten komt, zal vast beter zijn.

Het was dan ook niet voor niks dat Johnnie Walker in november vorig jaar haar eerste flagship store in het hart van Madrid opende, precies daar waar politici en de top van het bedrijfsleven elkaar ontmoeten voor lunch of diner.

Dat daar een goed glas rode of witte Spáánse wijn wordt gedronken is logisch. Wie fris of water bestelt kan op vreemde blikken rekenen. Natafelen is pas compleet met een glas Schotse whisky. Voor iemand als de voormalige koning Juan Carlos een dagelijks recept; er wordt hem veel verweten maar dát niet. Dat zijn schoondochter, koningin Letizia, nooit alcohol drinkt, wordt niet begrepen.

Waar de bovenste laag uit Madrid zich met een glaasje Schotse whisky verheven voelt boven andere Spanjaarden, gaat de regionale elite er juist prat op producten uit de eigen streek te drinken. Een Catalaan viert exclusieve feestjes het liefste met cava, in Asturië wordt getoast met de beste cider, in Jerez de la Frontera met de fijnste sherry en in Galicië met Albariño wijn – en al die regionale drankjes smaken het beste als er getoost kan worden op een overwinning op ‘Madrid’. Al wordt bij nederlagen niet vergeten het verdriet te verdrinken.

En valt er niets te vieren of te verwerken, dan drinkt de Spaanse elite rode wijn en het volk bier. Of andersom. Spanjaarden zijn over vrijwel alles tot op het bot verdeeld, behalve over de liefde voor eten en drinken.

Rusland

Wodka is provinciaals

In Rusland doet het er niet alleen toe wát je drinkt, maar vooral ook: hoevéél. Steeds meer Russen schakelen over van wodka naar bier, en wijn. En belangrijker: je zomaar vol laten lopen begint zo langzamerhand een beetje ordinair te worden.

In Sovjettijden moest een man tegen drank kunnen. Wie in de jaren 80 zaken wilde doen met de eerste secretaris van de regio Sverdlovsk, moest niet op zijn benen staan te tollen na een paar glazen. Boris Jeltsin was een man van hard werken en hard zuipen. Als president zou hij met zijn beschonken optredens het vooroordeel van Rusland als alcoholische natie voorgoed herbevestigen.

De waarheid is dat er een stuk minder gezopen wordt in Rusland dan in de jaren 90, en de positieve effecten daarvan op de volksgezondheid zijn spectaculair. Tussen 1995 en 2017 steeg de gemiddelde levensverwachting voor Russische mannen van 58,1 naar 67,5. De sterk afgenomen consumptie van sterke drank is daar in belangrijke mate debet aan.

Wodka hijsen begint een provinciaal fenomeen te worden: in de grote Russische steden drinkt de middenklasse liever iets minder sterke drank.
In Sovjettijden gold bier nauwelijks als een alcoholische drank. Nu worden in Moskouse en Petersburgse bars hippe brouwsels met ingewikkelde namen geserveerd. Wijn drinken is al een tijd in opkomst. Premier Medvedev is een groot liefhebber, en bezit zelfs een duur wijnslot in de Chianti-regio.

De Russische middenklasse volgt op enige afstand: een fles fatsoenlijke Franse of Spaanse wijn kost in Moskou ruim twee keer zo veel als in Nederland, dankzij torenhoge accijnzen. Dagelijks wijn drinken blijft daarom iets dat alleen is weggelegd voor de elite.

Maar ‘elitair’ is geen negatief woord in Rusland, integendeel. Ook minder koopkrachtige Russen laten graag merken dat ze het verschil weten tussen ‘grand cru’ en ‘cru bourgeois’.

Maar de rijken moeten het niet te gek maken. In 2016 bestelden de Russische voetballers Aleksandr Kokorin en Pavel Mamajev in een nachtclub in Monte Carlo 500 flessen Armand de Brignac – 250.000 euro aan champagne. Heel Rusland sprak er schande van.